Nijverdal Objectief

 

Cultuur & Historie


Naatje

 

 

Naatje is een textielmonument. In 1910 werd het door de Nijverdalse bevolking aan Godfried Salomonson, een textielbaron die de KSW leidde (KoninklijkeStoomweverij). Hij leidde de textielfabriek en was een van de grootstewerkgevers in de omgeving. Aan de gulle werkgever, die zich ook bekommerdeom de toestand van de gezinnen van zijn werknemers, is in 1910 het monument Naatje geschonken door de Nijverdalse bevolking.
In 1957 zijn Ten Cate en KSW gefuseerd en kreeg toen de naam Koninklijke Nijverdal – Ten Cate nv. Nu nog is Ten Cate een van de grootste bedrijven in Nijverdal welke zich nog steeds op de textielmarkt weet neer te zetten. De eerste standplaats van Naatje was in het toentijdige park aan de Grotestraat. Na meerdere verhuizingen en restauraties is het monument sinds 1997 op de
huidige plek gehuisvest, vlak bij het historische pand van KSW.


Shantykoor “Die Regghe Sangers” is één van de muzikale ambassadeurs van de gemeente Hellendoorn. Wij hebben 33 zangers en 6 muzikanten aan boord.

We staan onder leiding van di­rigent Leo Kleinjan. We treden op in binnen- en buiten­land. Zo verzorgen wij jaarlijks optredens in de verschillende zorgcentra binnen de gemeente Hellen­doorn, treden we op tijdens festivals, harmonica dagen, braderieën, wandel- en fietstochten en tijdens andere evenementen.

“Zo’n koor moeten wij ook oprichten.” Dit zeiden vier vrienden eind jaren ’90 gekscherend tegen elkaar toen een Shantykoor het maandelijkse koffieconcert van de KSW Vriendenkring opluisterde. Het bleef echter bij het voornemen.
Een jaar later trad er wederom een Shantygezelschap op in De Smidse. Daarna trok het kwartet wel de stoute schoenen aan: Vanaf volgende maand gaan we zelf ook repeteren”.

Sindsdien gaat het crescendo met “Die Regghe Sangers”. Dirigent Leo Kleinjan wilde het koor drie maanden voorthelpen, maar vond het zo gezellig dat hij bleef hangen. Als meespelend trainer. Begin januari 1999 is Shantykoor Die Regghe Sangers officieel opgericht. En binnen veertien dagen telde het koor al ongeveer dertig leden.
Het koor telt 40 leden en Die Regghe Sangers zijn niet meer weg te denken uit de Nijverdalse samenleving en staan garant voor een gezellig en sfeervol optreden. Kijk maar eens op de website !

 

Koninklijke Stoomweverij (KSW)

Nijverdal is in 1836 gesticht door toedoen van Thomas Ainsworth en de Nederlandsche Handel-Maatschappij, maar tot bloei gekomen dankzij de gebroeders Salomonson. Zij namen in 1852 de oorspronkelijke fabrieken over en legden de basis voor de fabrieken van Ten Cate, zoals die tot op heden in Nijverdal te vinden zijn.

Verliesgevende onderneming

Toen Ainsworth in 1841 overleed liet hij geen winstgevende onderneming na, voornamelijk doordat hij meer technicus dan zakenman was. Zijn weduwe liet het bedrijf voortzetten door bedrijfsleider Van Wijngaarden, maar deze wist het ook niet winstgevend te maken. In 1844 verkocht zij de fabrieken aan Cornelis Kuyper, een industrieel uit Zaandam. Deze overleed echter al in 1845. Zijn zoon Jacob nam de bedrijfsleiding samen met Van Wijngaarden over. Ook hen lukte het niet om blijvend winst te maken, zodat de familie Kuyper zich in 1849 genoodzaakt zag om het bedrijf stil te leggen. De arbeiders werden ontslagen en velen van hen vertrokken naar elders. Een publieke veiling van de eigendommen ging niet door wegens gebrek aan belangstelling.

Koninklijke Stoomweverij

In 1851 ging het weer wat beter met de textielindustrie en kon het fabriekscomplex wel geveild worden. Kopers waren Godfried en Hein Salomonson, fabrikanten uit Almelo. Zij lieten de oude fabrieksgebouwen afbreken en bouwden een nieuwe stoomweverij, waaraan het predicaat Koninklijk werd verleend. Voor deze Koninklijke Stoomweverij (KSW) werd een stoommachine gekocht in Amsterdam, evenals een tiental weefgetouwen in Engeland. In 1853 werd de fabriek in gebruik genomen. Al snel kon de productie worden uitgebreid en in 1854 had de fabriek al 360 getouwen. Het was toen de enige draaiende stoomweverij in Nederland.
In 1861 besloten de Salomonsons samen met M.G. van Heel in Nijverdal een stoomblekerij op te richten voor het bleken van de geweven stoffen. De deelname van de Salomonsons in deze onderneming heeft niet lang geduurd, want in 1889 openden zij een eigen blekerij die zich vanaf 1890 ook Koninklijk mocht noemen. In 1926 werd een stoomspinnerij gebouwd.

Sociaal karakter

De Salomonsons trokken wevers aan uit heel Nederland, bijvoorbeeld uit Schokland, Zeeland en de Koloniën van Weldadigheid. Zij bouwden voor hen vier blokken van zeventien woningen langs de weg Zwolle-Almelo.
Directeur G. Salomonson regelde ook diverse sociale voorzieningen voor de fabrieksarbeiders. Zo kwam er een ziekenfonds (door de arbeiders zelf betaald), een fröbelschool, een eigen muziekkorps, een coöperatieve winkel, een bibliotheek, enzovoorts. Buiten de fabriek om steunde hij in Nijverdal kerken en zelfs een vakbond bij het bouwen van een eigen onderkomen. Daarnaast waren er betere arbeidsregelingen dan bij vergelijkbare textielfabrieken elders in het land.

Fusie met Ten Cate

Ruim 1 eeuw na de oprichting fuseerde de KSW in 1957 met H. ten Cate Hzn. & Co uit Almelo. Het was de eerste grote industriële fusie van Nederland. Sindsdien richtte het bedrijf zich steeds minder op traditionele textielproducten, maar meer op industriële textieltoepassingen, kunstgras en chemische producten. De maatschappelijke betrokkenheid met Nijverdal is zo goed als verdwenen. Wel is de Koninklijke Ten Cate NV hoofdsponsor van de eredivisie voetbalclub Heracles uit Almelo.

Bronnen: En toen.nu. Canon van Nederland. Burgers, R.A., 100 jaar G. en H. Salomonson: kooplieden-entrepreneurs, fabrikanten en directeuren van de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal (Leiden 1954).

Ponsteen, A., Van Noetsele tot Nijverdal (Enschede 1973).

Schelven, A.L. van, "Salomonson, Godfried (1838-1911)" in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)

 


De Sprengenberg is een huis op de heuvel Sprengenberg bij Haarle, gemeente Hellendoorn, gebouwd in de jaren 1898-1910 in opdracht van A.A.W. van Wulfften Palthe (1851-1929). Het huis wordt in Salland vaak de Palthetoren genoemd. Omwonenden spreken meestal van de Villa. Het bijbehorende landgoed De Sprengenberg is een natuurgebied in beheer bij Natuurmonumenten en maakt deel uit van het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug, het is vrij te bezoeken. Het huis is niet open voor publiek.

Badhuisje bij De Sprengenberg.

Palthe woonde in Almelo en bezat het land rond de heuvel, waar hij geregeld joeg. In 1898 liet hij een theekoepeltje bouwen waar men kon bijkomen van de jacht en eventueel met enkele personen logeren. In de jaren daarna liet hij architect Karel Muller diverse uitbreidingen ontwerpen zoals de galerij en de toren. Palthe, die met twee broers de Palthetextielfabrieken had opgericht, was zeer geïnteresseerd in de nieuwste technieken en paste deze toe in het landhuis. Zo was het huis geheel zelfvoorzienend met een eigen waterput en Amerikaanse windmolen om stroom op te wekken. Bij het huis hoorde ook een kolk met een badhuisje. Dit gebouwtje bestaat nog, het wordt door de inwoners van het nabije Haarle wel het heksenhuisje genoemd.

Aanvankelijk was het huis bedoeld als jacht- en vakantiehuis, maar later ging Palthe er zelf wonen. Zijn vrouw, Maria Aurelia Engberts, had namelijk last van reumatiek en had baat bij de droge omgeving. Palthe had in de jaren 1910/20 op de bij het huis gelegen heide een eigen vliegveldje. Na zijn dood in 1929 heeft zijn ongetrouwde dochter, Maria Aurelia van Wulfften Palthe, er gewoond tot haar dood in 1961. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het huis steeds meer vervallen. De exploitatie van het land bracht te weinig op en het land is door de familie verkocht: het is nu gedeeld eigendom van Natuurmonumenten en de Stichting Huis Bergh. Het huis De Sprengenberg is door de Stichting voor een symbolisch bedrag in erfpacht gegeven aan de afstammelingen van Palthe, verenigd in Vereniging De Sprengenberg. Sindsdien is het huis grondig opgeknapt.

Het midwinterhoornblazen is een oude traditie in Twente en wordt  in onze Gemeente verzorgd door de 'Reggebloazers ut Hulsen'. Van oorsprong mag er op de hoorn worden geblazen vanaf de eerste zondag van Advent tot en met 6 januari, als het Driekoningen is. Een mooie traditie die we in ere moeten houden.
Kijk eens op de Facebookpagina van de Reggebloazers.

https://www.facebook.com/reggebloazers/

Goudzoekerspad - 't Stut

Op 1 januari 1881 vond de opening plaats van de spoorlijn Zwolle-Almelo. Grootste obstakel bij de aanleg hiervan was de Nijverdalseberg. Deze werd door honderden arbeiders letterlijk afgegraven. Het zand werd gebruikt om de tracés tussen de Nijverdalseberg en Raalte en tussen Nijverdal en Wierden te kunnen ophogen. Niemand kon vermoeden dat 20 jaar later in het Nijverdalse Ravijn een heuse goudkoorts zou uitbreken.
Goudmijn
De heren Emanuel Hompes uit Den Haag en Samuel Frank uit Watergraafsmeer dienden in oktober 1901 een verzoek in bij Gedeputeerde Staten van Overijssel om goud te mogen delven in het Ravijn van Nijverdal. De toestemming werd verleend. Op 12 januari 1902 lieten Burgemeester en Wethouders het besluit wereldkundig maken voor het gemeentehuis en de kerk van Hellendoorn en de kerk van Haarle. Hompes en Frank hadden ervaring met het delven van goud. Zo hadden zij in Zuid-Afrika een behoorlijk kapitaal opgebouwd met de exploitatie van een goudmijn. Uit vooronderzoek was gebleken dat een proefmonster uit het Ravijn per 500 gram 25 milligram goud en 125 milligram zilver bevatte. Uit het rapport bleek dat per duizend kilogram erts voor 40 gulden goud gewonnen kon worden, 8 gulden meer dan bij gewone goudmijnen. Op basis hiervan kregen Hompes en Frank steun van verschillende geldschieters.
Afgraven van grond
De exploitanten kochten een stuk grond van landbouwer Rutgers ("Kupers Teunis") uit Hellendoorn. Ze vestigden zich tijdelijk in café De Budde, waar ook een opzichter uit Hilversum logies kreeg, die met 25 arbeiders aan de werkzaamheden begon. Ze legden loopgraven aan van ongeveer 12 meter diepte. Uit verschillende grondlagen werden grondmonsters genomen en naar laboratoria gestuurd. In de begintijd leek het een succesvol verhaal. De arbeiders zagen de goudschilfers glinsteren in het rulle zand.
Teleurstelling
De landelijke overheid gelastte na verloop van tijd een onderzoek door een hoogleraar uit Delft, met als doel het waarheidsgehalte van het verhaal en het goudgehalte van de grond vast te stellen. Maar het duurde even voordat het definitieve onderzoeksrapport verscheen. In de tussentijd daalde de koorts langzamerhand. "Gek, we zijn een half jaar bezig het lijkt wel of we in die tijd het meeste goud er uit hebben", sprak Hompes. Het Delftse onderzoek wees hele andere cijfers aan dan de voorstudie: "De monsters […] bevatten goud, maar het resultaat heeft het tevens meer dan waarschijnlijk gemaakt, dat deze hoeveelheid uit een commercieel oogpunt geen waarde heeft." De loopgraven en sleuven werden gedicht, de arbeiders werden ontslagen en de heren Hompes en Frank vertrokken weer. Alleen een fietspad door het Ravijn, het Goudzoekerspad, herinnert aan deze roemruchte maanden Nijverdalse geschiedenis. Bron !


MEMORY Oorlogs- en vredesmuseum




In het oorlogsmuseum zal de bezoeker de  periode 1935–1945, vanaf de opkomst van het Nationaal-Socialisme tot en met de bevrijding van Europa, stap voor stap beleven. Het hart van het museum wordt gevormd door levensechte diorama’s, waar bezoekers met alle zintuigen de oorlog kunnen ervaren.

De diorama’s in het museum geven een aantal markante gebeurtenissen weer:

  • de Duitse inval in Nederland
  • de bezettingstijd
  • de Jodenvervolging
  • de geallieerde landingen op de stranden van Normandië
  • operatie Market Garden, de geallieerde opmars tot aan Arnhem
  • het Ardennenoffensief, de Duitse tegenaanval
  • de V1 (vliegende bom) lanceringen vanuit Nijverdal
  • de bevrijding van Nijverdal door de Canadezen

Ook is het mogelijk om in een Duitse bunker te zijn tijdens de invasie op de stranden van Normandië. U kunt ervaren hoe het is om ondergedoken te zitten in een schuilplaats voor onderduikers. Ook de bevrijding kunt u vieren samen met de Canadezen in een van de straten van Nijverdal. MEER >>>

 

Welkom, bij het Openluchttheater Een avondje lekker lachen bij een toneelkomedie, ontspannen genieten van mooie muziek, met de kinderen naar een leuke familievoorstelling of gezellig samen naar de film? Openluchttheater maakt deel uit van ZINiN. ZINiN is meer dan alleen maar het theater. Naast een professionele programmering kunt u op onze podia in het Huis voor Cultuur en Bestuur en het Openluchttheater ook lokale groepen en amateurkunstenaars aantreffen. Ook maakt het onderwijs intensief gebruik van onze faciliteiten en kennis op theatergebied. Kijk voor meer en de voorstellingen in het Openluchttheater op de website >>  LAAT U VERRASSEN IN ONS OPENLUCHTTHEATER.

 

Een cultuurhuis rijker!

In de maand januari 2007 werd de organisatie ZINiN opgericht vanuit het oorspronkelijke Spoortheater. De organisatie waaruit
zij is voortgekomen, waren deels vrijwilligersorganisaties.
In de maand mei van dit zelfde jaar opende ZINiN voor het eerst haar deuren voor publiek in het Huis voor Cultuur en Bestuur in Nijverdal en was het centrum een gloednieuw cultuurcentrum rijker. 


Cultuur op de kaart

ZINiN is een brede culturele organisatie in de gemeente Hellendoorn, gevestigd in het hart van Nijverdal. Gastvrijheid, Kwaliteit en dynamiek zijn haar kernwaarden. ZINiN stimuleert het sociaal-culturele leven in de gemeente Hellendoorn en is er voor iedereen die in aanraking wil komen met cultuur. ZINiN bestaat uit zeven sectoren, namelijk: ZINiN Theater, ZINiN Bibliotheek, ZINiN Verhuur, ZINiN Cultuur, ZINema , het Openluchttheater en het Toeristisch Bureau Hellendoorn.
Hoewel ZINiN in Nijverdal gevestigd is, doet ze haar werk in de gehele gemeente Hellendoorn. MEER >>

 

 Bakkerij & IJs Museum

In dit unieke museum aan de Dorpsstraat in Hellendoorn begon D.J. Valk in 1936 een bakkerswinkel. Zijn zoon Gerrit Valk specialiseerde zich, naast het bakken van brood, tot banketbakker. Later kwam daar nog het bereiden van banketbakkersijs bij. De inwoners van Hellendoorn en hotels in de wijde omgeving werden gretige afnemers van 'IJs van Valk'. De ijscoman ventte door de hele omgeving met een bakfiets.
In 1960 werden de bakkersactiviteiten gestaakt en legde het bedrijf zich geheel toe op het maken van ijs. Gerrit Valk's Bakkerij- en IJsmuseum is een verzameling van de in 1985 overleden Gerrit Valk en werd door een in 1986 opgerichte Stichting tot Museum gerealiseerd.
Het museum geniet in toenemende mate bekendheid. Dit komt mede door het zelfs voor heel Europa unieke ijsmuseum waar vanaf het zeer handmatige tot en met een volledig gemechaniseerd productieproces kan worden getoond hoe vroeger de 'ijsco's' ontstonden. In het IJsmuseum is duidelijk te zien hoe de, in het begin, eenvoudige manier van ijsco's maken uitgroeide tot een massaproductieproces. Het ijsmuseum bestaat uit een overzicht van het verschil in de werkwijze van vroeger en nu. Er staan ijsmachines, verpakkingmachines en ijskarren met ondermeer het Mexicaantje met Oranje Hoed.


In het museum is een bakkerij te zien met daarin de originele oven die vroeger met takkenbossen gestookt werd. In de daarnaast gelegen broodkamer werd het nog warme, versgebakken brood bewaard om verkocht te worden. Ook is de woonkeuken nog steeds in originele staat en lijkt het of de tijd stil heeft gestaan.  >> lees meer op de website

 

Avonturenpark Hellendoorn

In 1936 bouwde Van den Berg zijn theehuis met terras, Ons Ideaal, op de Hellendoornse berg. Om meer bezoekers te trekken, voegde hij er wat speeltoestellen aan toe. Twee jaar later veranderde hij de naam in Ontspanningsoord De Elf Provinciën. In de loop der jaren werden meerdere speeltoestellen toegevoegd en breidde het theehuis uit naar restaurant. In 1947 begon de aanleg van de Doolhof, wat uiteindelijk drie jaar in beslag zou nemen en daarna werd het restaurant met zalen uitgebreid. In 1956 startte het park met de aanleg van een Sprookjestuin.
In de jaren zeventig werden de eerste grote attracties toegevoegd, zoals de Monorail, Casa Magnetica, Zeeleeuwenshow, Westernhal en Jungle Vaart. In 1978 trad de tweede generatie Van den Berg toe tot de directie: Hans, Ben en Jan jr. Ook de naam veranderde, kort daarop, in het heden ten dage nog bekende Avonturenpark Hellendoorn. [3]

Vanaf de jaren tachtig moest alles -zoals in alle attractieparken- groter, hoger en sneller. Vanaf die tijd zijn dan ook veel attracties bijgeplaatst. Uit dat decennium dateert ook het concept van tijdelijke (zomer)shows, waar Hellendoorn er vele van gezien heeft. Vanaf 1990 worden voor het eerst grotere attracties door andere (of nieuwere versies) vervangen. In 1998 verkopen de zoons van Van den Berg het park aan Leisureplan, omdat in familiekring geen opvolging kon worden gevonden. [4] Leisureplan verkoopt het park op haar beurt in 2001 aan het Franse bedrijf Grévin & Cie, dat in 1989 ontstaan was uit het Parc Astérix bij Parijs. Deze transactie verloopt niet soepel en leidt tot een financieel-juridisch steekspel. Begin 2002 wordt zelfs gemeld dat Hellendoorn publiekelijk geveild gaat worden. [5] Zover komt het uiteindelijk niet: Grévin & Cie komt als winnaar uit de bus en wordt de nieuwe eigenaar. De familie Van den Berg en de bank moesten een zeker verlies nemen. [6] Een jaar later gaat Grévin & Cie op in het eveneens Franse Compagnie des Alpes, dat op zoek was naar verbreding van de basis, naast exploitatie van skigebieden. Sinds 2000 wordt het park in de herfstvakantie, bij Halloween aansluitend, omgedoopt in Heksendoorn.

In het eerste decennium van de 21e eeuw krijgen een aantal attracties een opknapbeurt en een nieuwe naam. Een voorbeeld daarvan is de Canadian River, die in 2006 wordt omgedoopt in Wild Waterval. Op 1 februari 2011 kondigt het park op de eigen site aan dat Compagnie des Alpes 7 parken, waaronder Hellendoorn, heeft verkocht aan de investeerders Laurent Bruloy en H.I.G. Capital France. [7] In het seizoen van 2011 viert Avonturenpark Hellendoorn haar 75e verjaardag. In 2012 opent de enterprise Tarantula Magica (op een andere plek in het park dan heden ten dage). Voor het seizoen 2013 heeft het park een Waterglijbanenpark (Slidepark Aquaventura) geopend, met 11 glijbanen op een oppervlakte van zo'n 5000 m². In 2016, het jaar van het 80-jarig jubileum opent er een nieuwe attractie in Dreumesland genaamd 'De Berenboom', een plek waar bezoekers de parkmascottes Baba en Bella kunnen ontmoeten. Ook wordt dit jaar voor het eerst 'Summer Splash' georganiseerd, een evenement in het Slidepark georganiseerd voor 12 tot 15-jarigen. In het voorjaar van 2017 opent het park de nieuwe attractie 'Het DrakenNest', een mega disk'o waarin bezoekers plaatsnemen op een ronddraaiende, heen en weer slingerende schijf. De attractie krijgt een plek in het park tussen de Tornado en Wild Waterval. Bij de start van seizoen 2018 is er weer aandacht besteed aan het uitbreiden van Dreumesland. Op de plek van het oude Speelkasteel opende het interactieve discotheater genaamd 'Bella's Swing Paleis'.

Avonturenpark Hellendoorn is eigendom van de Franse pretparkgroep Looping Group, dat ook familieparken in Engeland, Frankrijk en Zwitserland exploiteert. In 2017 werd dan ook een attractie uit het Spaanse pretpark Isla Magica toegevoegd, het DrakenNest. Bron: Wikipedia