NIJVERDAL OBJECTIEF

Verloren Verhalen

Tussen schaduw en herinneringen

Verloren Verhalen – Nijverdal, Hellendoorn en omstreken

Welkom bij Verloren Verhalen, een plek waar herinneringen tot leven komen. Hier verzamelen we verhalen uit de gemeente Hellendoorn, van lang vervlogen tijden tot recente momenten die het verdienen om verteld te worden. Van oude dorpslegendes en vergeten ambachten tot persoonlijke anekdotes en bijzondere gebeurtenissen: deze verhalen vormen samen het kloppend hart van onze gemeenschap. Ze verbinden generaties, geven kleur aan het verleden en brengen ons dichter bij elkaar. Duik in de geschiedenis, ontdek wat ooit was, en laat je raken door wat nog steeds voortleeft in woorden. Laat je meevoeren…Stap binnen in een wereld waar verhalen fluisteren en geheimen zich langzaam ontvouwen. Laat je verrassen door onze prachtig geschreven mysteries, elk woord een sleutel, elke zin een poort naar het onbekende. Maar ook verloren verhalen die weer tot leven zijn gebracht.

De Eversberg – Waar verleden en natuur samenkomen

Wie door de paden van De Eversberg wandelt, merkt al snel dat dit geen gewoon bos is. Het is een rustige plek waar de natuur de boventoon voert. De oude beuken, de vijver en het landschap herinneren aan een lange geschiedenis. Onder elke stap ligt iets van het verleden – soms duidelijk zichtbaar, soms verborgen, maar altijd aanwezig.

Een adellijk huis aan de Regge

Ga terug naar de veertiende eeuw. De Regge meandert nog breed door een ruig landschap, en op een hoger gelegen zandkop verrijst een versterkt woonhuis. Geen sprookjeskasteel, maar een havezate: een adellijk onderkomen dat toegang geeft tot de ridderschap van Overijssel. In 1382 duikt de naam voor het eerst op: Eversberg. Een naam die klinkt als een ankerpunt in de streek, stevig geworteld in de Overijsselse bodem.

Families die hun sporen nalieten

Door de eeuwen heen wisselt het huis van eigenaar. Geslachten als Van Heerde en Van Coeverden bepalen het ritme van het landgoed. Ze planten lanen, verbouwen het huis, laten hun namen achter in kerken en archieven. Bezoekers naderen via een statige oprijlaan, koetswielen knarsen over het grind, en vanuit het huis kijkt men uit over akkers, bos en een zorgvuldig aangelegde tuin. Het leven op De Eversberg ademt rust, ritme en rang.

Nieuwe tijden, nieuwe eigenaren

Wanneer de adel langzaam terrein verliest, verschuift het eigendom naar de textielfabrikanten. Voor hen is De Eversberg een groene toevlucht, een plek om op adem te komen buiten de bedrijvigheid van de fabriek. Ze moderniseren het park, leggen nieuwe paden aan en geven het landgoed een uitstraling die nog altijd herkenbaar is. Het landschap wordt een zorgvuldig onderhouden schilderij, steeds in beweging maar trouw aan zijn verleden.

De nacht die alles veranderde

In 1943 slaat het noodlot toe. Het landhuis – nog geen tien jaar eerder volledig vernieuwd – wordt door een hevige brand verwoest. De vlammen kleuren de nacht rood boven Nijverdal. Wanneer de rook optrekt, staat alleen de kelder nog overeind. Het huis wordt nooit herbouwd. De oorlog, de tijd en de kosten maken een wederopbouw onmogelijk. Toch blijft de ziel van De Eversberg rondwaren tussen de bomen.

Een landschap dat blijft leven

Na de oorlog raakt het gebied versnipperd en verandert het van eigenaar, maar uiteindelijk komt het in handen van de gemeente Hellendoorn. Daarmee blijft het landgoed behouden als groene long van Nijverdal. Wie er nu wandelt, volgt paden waar ooit koetsen reden. De uitkijkheuvel waar kinderen spelen, was ooit onderdeel van een sierlijke tuin. De oude beukenlanen staan nog altijd als stille wachters langs de route.

Bij de vijver kun je je bijna voorstellen hoe het huis ooit weerspiegeld stond in het water – trots, statig, en onmiskenbaar aanwezig.

Een onverwachte nieuwe bestemming

Toen Landschap Overijssel en vrijwilligers het terrein opnieuw bekeken, viel hun oog op de oude kelder. De ruimte bleek ideaal voor een heel andere bewoner: de vleermuis. De kelder bood precies wat deze dieren nodig hebben om te overwinteren:

  • een constante, koele temperatuur
  • duisternis en rust
  • een vochtige omgeving

In plaats van de kelder te verwijderen, besloten ze hem te behouden en om te vormen tot een veilige schuilplaats.

Van ruïne naar vleermuizenverblijf

Het aanpassen van de kelder was vakwerk. Vrijwilligers en deskundigen werkten nauw samen om de ruimte geschikt te maken:

  • instabiele muren werden verstevigd
  • er kwamen openingen waar vleermuizen doorheen kunnen, maar mensen niet
  • binnen werden kleine richels en spleten aangebracht als rustplekken
  • de toegang werd zo ontworpen dat het microklimaat stabiel blijft

Zo ontstond een plek die voor wandelaars nauwelijks zichtbaar is, maar voor vleermuizen een perfecte winterresidentie vormt.

Waar geschiedenis en natuur elkaar raken

Vandaag de dag is de vleermuizenkelder een waardevol onderdeel van de lokale biodiversiteit. Soorten zoals de gewone dwergvleermuis en de watervleermuis vinden er een veilig onderkomen. De kelder is afgesloten, maar het verhaal erachter is juist bedoeld om verteld te worden. Het laat zien hoe een eeuwenoud fundament – ooit gebouwd voor ridders en edellieden – nu een thuis biedt aan de meest mysterieuze dieren van onze nachten.

De Eversberg vandaag

De Eversberg is geen ruïne en geen museum. Het is een levend landschap dat zijn geschiedenis niet opdringt, maar zachtjes meegeeft aan wie er wil luisteren. Het is een plek waar herinneringen in het groen zijn verankerd. Waar het verleden niet eindigt bij de brand, maar voortleeft in elke stap die je er zet.

De Regge: Kronkelende levenslijn van Twente en Salland

Wie zich langs of op de Regge begeeft, te voet, op de fiets of in een fluisterboot — betreedt een landschap dat niet alleen ademt, maar ook vertelt. Deze bescheiden rivier, ontspringend bij het landgoed Westerflier nabij Diepenheim, slingert zich als een zilveren draad door Twente en Salland. Ze stroomt langs dorpen als Enter, Rijssen, Nijverdal, Hellendoorn en Ommen, en mondt uiteindelijk uit in de Overijsselse Vecht. Maar haar water draagt meer dan stroming: het draagt herinnering.

Van houten potten tot zompen: een handelsroute in beweging

In de middeleeuwen was de Regge geen stille stroom, maar een levendige ader van handel. Al in de 14e eeuw gleden houten vaartuigen — “potten” genoemd — over haar wateren. Deze eenvoudige scheepjes vormden de voorloper van de zompen: platte boten, speciaal ontworpen voor de ondiepe rivier en gebouwd in Enter, een dorp dat zijn reputatie als scheepsbouwcentrum aan de Regge te danken heeft. Tot ver in de 20e eeuw, tot 1925 om precies te zijn, was de rivier best wel een drukbevaren route. Goederen als hout, turf en textiel vonden via de Regge hun weg naar Hellendoorn en verder. De bedrijvigheid langs het water was zelfs zo groot dat mede daardoor het dorp Nijverdal ontstond als gevolg van deze economische dynamiek.

Deventer grijpt in: een stad beschermt haar belangen

Rond het jaar 1400 veranderde het lot van de Regge drastisch. De stad Deventer, een machtige speler binnen de Hanze, besloot een nieuwe vaarverbinding met Duitsland aan te leggen: de Schipbeek. Door deze kunstmatige waterweg werd het water van de Regge afgeleid, waardoor de rivier haar bovenloop verloor. Wat resteerde was een smalle stroom, die in droge zomers met dammetjes moest worden opgehoogd en in natte winters buiten haar oevers trad.

Deventer had hier duidelijke motieven voor:

Economische bescherming: De stad verdiende grof geld aan tolheffing en handel via de IJssel. Een alternatieve route via de Regge zou deze inkomsten bedreigen.

Fysieke blokkades: Tolposten en obstakels werden strategisch geplaatst om scheepvaart op de Regge te ontmoedigen.

Politieke druk: Via haar invloed binnen de Hanze oefende Deventer druk uit op omliggende dorpen om geen infrastructuur aan te leggen die de Regge als handelsroute zou versterken.

Waterbeheer als wapen: Door sluizen en dammen te manipuleren, kon Deventer de bevaarbaarheid van de Regge subtiel maar effectief beperken.

Regionale gevolgen: een rivier in de schaduw

De ingreep van Deventer had verstrekkende gevolgen. Steden als Almelo en Hellendoorn verloren directe toegang tot internationale handel. De Regge bleef lange tijd een bescheiden vaarroute, geschikt voor kleine platbodems en zomerschuiten. Pas met de komst van spoorlijnen en het Twentekanaal in latere eeuwen werd de greep van Deventer op de regionale scheepvaart doorbroken.

Overstromingen en geologische wonderen

De Regge bracht niet alleen handel, maar ook vruchtbaarheid en soms overlast. Bij Nieuwebrug brak ze door een stuwwal, een zeldzaam geologisch fenomeen. Hierdoor ontstonden de Besthmenerberg en Archemerberg, twee markante heuvels die het landschap blijvend vormgaven. De rivier was hier letterlijk een kracht van transformatie.

Vervuiling en herstel: van riool tot levensbron

In de 20e eeuw kende de Regge haar donkerste dagen.Dorpen en fabrieken loosden ongezuiverd afvalwater rechtstreeks in de rivier. Het water schuimde, kleurde regenboogachtig door verfstoffen, en het leven verdween. Maar in 1965 begon een kentering: zuiveringsinstallaties werden gebouwd, en binnen vijftien jaar keerde de natuur terug. Vissen zwommen weer, ijsvogels flitsten langs de oevers, en het water werd weer helder.

Ecologische renaissance: een rivier herleeft

Vandaag de dag is de Regge een voorbeeld van ecologisch herstel. Oude rivierbeddingen zijn hersteld, zoals bij de Eversberg in Nijverdal. In het natuurgebied Velderberg bij Hancate bloeien wilde bloemen, zingen vogels en slingert het water weer vrij door het landschap. Vistrappen zorgen ervoor dat vissen ongehinderd kunnen migreren, en de rivier fungeert als een groene verbindingszone tussen verschillende ecosystemen.

Beleving en verhalen langs de oevers

De Regge nodigt uit tot ontdekken. Wandel over het Overijssels Havezatenpad of volg de Europese route E11. Stap in een fluisterboot bij Landgoed Schuilenburg in Hellendoornof ga kanovaren bij De Wilgenweard in Nijverdal en laat je meevoeren door het kabbelende water. Sta stil bij de Steile Oever, waar de rivier haar kracht toont in het reliëf van het landschap. Hier fluistert het water nog steeds verhalen, over strijd, verval, herstel en hoop.

de Steile Oever is een plek waar de Regge haar karakter letterlijk in het landschap heeft gegrift. Gelegen bij Ommen, aan de rand van Landgoed Eerde, is dit geen gewone rivierbocht. Hier heeft de Regge zich eeuwenlang een weg gebaand door een stuwwal die stamt uit de voorlaatste ijstijd. Het resultaat? Een steile wand, uitgesleten door waterkracht, die het landschap een dramatische flair geeft.

Natuur in beweging De natuurlijke loop van de Regge zorgt hier voor steile oevers waar oeverzwaluwen hun nesten graven. Otters zijn teruggekeerd, en ijsvogels flitsen langs het water. Dankzij herstelprojecten is zelfs een oude rivierarm opnieuw verbonden met de Regge, zodat bij hoog water het water weer vrij kan stromen, een subtiele knik naar hoe het ooit was.

Verhalen in het landschapDe scheve eiken langs het pad groeien richting het licht, hun wortels diep verankerd in de geschiedenis. Ze lijken haast te fluisteren over de tijd dat Deventer de Regge afsneed, over de vervuiling van de 20e eeuw, en over de ecologische wedergeboorte die volgde. Hier voel je de strijd van de rivier tegen menselijke ingrepen, het verval dat volgde, en het herstel dat nu zichtbaar is in elke bloem, elke vogelroep, elke kabbeling.

Beleving voor de wandelaar Vanaf de parkeerplaats aan de Hammerweg kun je het avontuurlijke pad volgen langs de Steile Oever. Vlonderpaden houden je voeten droog, zelfs bij hoog water. En wie even stil blijft staan bij het uitzichtpunt, hoort misschien het fluisteren van het water, een echo van eeuwen aan verhalen.

De Steile Oever is dus niet zomaar een plek. Het is een levend monument van de kracht van water, de veerkracht van natuur, en de invloed van menselijke keuzes. Een plek waar je niet alleen kijkt, maar ook voelt.

Een rivier met een ziel

De Regge is geen gewone rivier. Ze is een kronkelende getuige van menselijke ambitie, natuurlijke veerkracht en historische wendingen. Ze verbindt dorpen, generaties en landschappen. En wie goed luistert, hoort dat ze nog altijd stroomt met betekenis, als spiegel van het verleden en belofte voor de toekomst.

Dalzicht: Het verhaal van Sallandse gastvrijheid

Aan de rand van het majestueuze Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug, waar de heide golft als een paarse zee en de bossen fluisteren in de wind, stond jarenlang een gebouw dat méér was dan baksteen en dakpannen. Op Grotestraat 285 in Nijverdal bevond zich Hotel Restaurant Dalzicht—een plek waar herinneringen werden geboren, waar levens elkaar kruisten, en waar gastvrijheid een gezicht kreeg.

Een begin vol belofte – 1926

Op 8 mei 1926 opende Dalzicht zijn deuren voor het publiek. Wat begon als een bescheiden hotel groeide uit tot een geliefde ontmoetingsplek voor natuurliefhebbers, dorpsbewoners en reizigers van heinde en verre. De naam “Dalzicht” was geen loze belofte: het uitzicht over het dal en de omliggende natuur was adembenemend. ''Gasten konden vanaf het terras de zon zien zakken achter de heuvels'', terwijl de stilte van het landschap zich als een deken over hen uitstrekte.

Dalzicht was een toevluchtsoord. Wandelaars en fietsers vonden er hun rust na een dag op de Sallandse paden. Lokale bewoners kwamen langs voor een kop koffie, een goed gesprek of een feestelijke gelegenheid. Het hotel was het decor van talloze jubilea, bruiloften en romantische diners—een plek waar het leven gevierd werd.

Nostalgie in elke hoek

De inrichting van Dalzicht straalde een warme, ouderwetse charme uit. Geen moderne fratsen, maar houten lambrisering, klassieke gordijnen en een sfeer die deed denken aan vervlogen tijden. De kamers waren eenvoudig maar knus, en de gemeenschappelijke ruimtes ademde een gevoel van thuiskomen. Gasten voelden zich er geen klant, maar familie.

Smaakvolle traditie – ’t Stut en Koningsbelt

Dalzicht herbergde twee karaktervolle restaurants: ’t Stut en Koningsbelt. Elk met een eigen ambiance, maar beide geworteld in culinaire traditie. De gerechten waren eerlijk, smaakvol en met liefde bereid. Van wildstoofpotjes tot klassieke desserts—de keuken kreeg lovende kritieken en was een reden voor velen om terug te keren.

Het hotel was ook een sociaal knooppunt. Vergaderingen, toneelavonden, dansfeesten en culturele bijeenkomsten vonden er plaats. Bekende artiesten traden op, en zelfs prominente politici, waaronder Mark Rutte, wisten de weg naar Dalzicht te vinden. Op een gegeven moment werd het pand zelfs uitgebreid met een vestiging van het Golden Ten casino, wat een verrassende maar markante toevoeging was aan het toch al rijke palet van activiteiten.

De ramp van 1938 – Een keerpunt

Op 30 november 1938 sloeg het noodlot toe. Een allesverwoestende brand legde Dalzicht volledig in de as. Wat resteerde was puin, rook en verdriet. Maar de geest van Dalzicht was niet te breken. Met vastberadenheid en gemeenschapszin werd het hotel herbouwd—groter, eleganter, en met nog meer allure. De wederopbouw was niet alleen een fysieke reconstructie, maar een symbolische hergeboorte. Dalzicht stond weer, als een feniks uit de as.

Een nieuwe richting – De Sallandse Berg

Na het overlijden van eigenaar Wim Schoonderwoerd in 2015 kwam er een nieuwe fase. Zijn familie besloot het pand te verhuren aan de Chinese familie Zeng. Wat volgde was een ingrijpende transformatie. Het klassieke hotelconcept maakte plaats voor een grootschalig wereldrestaurant: De Sallandse Berg. Met ruimte voor meer dan 600 gasten werd het een culinair centrum waar smaken van over de hele wereld samenkwamen.

De karakteristieke luifeltjes van het gebouw werden liefdevol gerestaureerd, en het interieur kreeg een moderne uitstraling met subtiele verwijzingen naar het verleden. Tegenover het restaurant het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer sinds 2000 hier gevestigd. De grote parkeerplaats word door bezoekers van zowel de Sallandse Berg als Staatsbosbeheer gebruikt.

Een echo van het verleden

Hoewel de naam “Dalzicht” van de gevel verdween, leeft hij voort in de harten van de Nijverdallers. Het gebouw draagt nog steeds de ziel van wat het ooit was. In de muren, in het uitzicht, in de sfeer—de herinnering aan Dalzicht is tastbaar. Het was geen hotel, maar een ervaring. Een plek waar generaties hun verhalen begonnen, vierden en afsloten.

Vandaag de dag is het pand een ander soort ontmoetingsplek, maar het blijft een monument van Nijverdalse geschiedenis. Dalzicht was, en is, een symbool van verbondenheid, gastvrijheid en tijdloze charme.

Ten Cate: Van industrieel icoon naar duurzame toekomst.

Decennialang was de imposante fabriek van Ten Cate aan de G. van der Muelenweg het kloppend hart van Nijverdal. Generaties lang vonden honderden inwoners er werk en zekerheid, en de naam Ten Cate was verweven met het dagelijkse leven en de identiteit van het dorp. Het geratel van machines en de geur van textielproductie waren even vertrouwd als de seizoenen zelf.

Maar tijden veranderen en Ten Cate verandert mee.

Aan de rand van de tunnel en de fietssnelweg is inmiddels een groot deel van de oude fabriekspanden verdwenen. De vertrouwde muren maken plaats voor een nieuwe toekomst: een ultramoderne, duurzame productielocatie voor Ten Cate Grass. Deze nieuwe fabriek brengt de productie vanBacking & Yarns onder één dak, en de eerste bouwactiviteiten zijn inmiddels gestart. Naar verwachting zullen de eerste machines draaien in het tweede kwartaal van 2026.

Backing & Yarns

• Yarns (garens): Dit zijn de vezels die het zichtbare kunstgras vormen. Ze worden ontwikkeld in verschillende vormen en materialen, afhankelijk van de toepassing (sportvelden, tuinen, speelplaatsen).

• Backing (rugmateriaal): Dit is de onderlaag waarop de garens worden bevestigd. Het zorgt voor stabiliteit, sterkte en duurzaamheid van het kunstgras. Er zijn verschillende soorten backing, zoals geweven, fleeced of multilayer, elk met specifieke eigenschappen voor bijvoorbeeld sportvelden of landschapsgebruik.

Binnen Ten Cate Grass zijn Backing & Yarns dus productielocaties of afdelingen die zich richten op deze twee componenten. In de nieuwe fabriek in Nijverdal worden deze afdelingen samengebracht onder één dak, wat zorgt voor meer efficiëntie, innovatie en duurzaamheid.

Groene vooruitgang, stevig geworteld in Nijverdal

De nieuwbouw is meer dan slechts beton en staal. Het is een statement: de fabriek wordt volledig gasvrij, uitgerust met zonnepanelen, en goed voor een jaarlijkse CO₂-reductie van meer dan 4.000 ton ,vergelijkbaar met het energieverbruik van ongeveer 1.400 huishoudens. En wat nog belangrijker is voor Nijverdal: de werkgelegenheid blijft gewaarborgd. Meer dan 700 banen blijven behouden, een geruststellend vooruitzicht voor vele gezinnen in de regio.

Ruimte voor wonen, herinneringen voor het leven

Met de verhuizing van Ten Cate Grass komt ook iets nieuws van de grond: woningbouw aan het Hoge Dijkje. Waar ooit textiel werd gesponnen, groeien straks woonwijken. Er liggen plannen klaar voor 100 tot 150 woningen, met respect voor de geschiedenis. Het monumentale pand De Smidse blijft behouden als karakteristieke schakel tussen het verleden en de toekomst.

Samenwerking voor verandering

Een transformatie van deze omvang vraagt om samenwerking. Ten Cate verkoopt de grond en zorgt voor een soepele overgang. De HMO (Herstructureringsmaatschappij Overijssel) coördineert de gebiedsontwikkeling, met steun van deGemeente Hellendoornen de Provincie Overijssel, die vergunningen verstrekt en toezicht houdt.

Wat ooit begon als een industrie die mensen bijeenbracht, verandert nu in een plek die verbinding houdt met het verleden én ruimte biedt aan de toekomst. Ten Cate leeft voort, niet alleen in beton en machines, maar in het verhaal van Nijverdal zelf.

Van Banketbakkerij tot IJsfabriek: Het Verhaal van Caraco

In de vroege twintigste eeuw, in een tijd waarin economische onzekerheid het dagelijks leven bepaalde, vond in Hellendoorn een bescheiden maar visionaire bakkerij haar oorsprong. Wat begon als een eenvoudige banketbakkerij, zou later uitgroeien tot een ijsgigant die de Nederlandse smaakcultuur voorgoed veranderde.

De Eerste Stappen in IJs

In 1936 besloot de vader van Gerrit Valk, een gedreven banketbakker, zich te wagen aan een experiment: het maken van ijs. Niet als commerciële onderneming, maar uit pure passie. In die tijd was ijs een luxe die slechts weinigen zich konden permitteren. De crisisjaren hadden de samenleving hard getroffen, waardoor dergelijke verwennerijen niet voor iedereen waren weggelegd.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde alles. De economie begon zich te herstellen en daarmee groeide ook de vraag naar ijs. Dit leidde tot de opening van een bescheiden ijssalon aan de Dorpsstraat in Hellendoorn. Wat begon als een lokale traktatie, wist al snel de aandacht te trekken van hotels en andere horecagelegenheden in de regio. De ambachtelijke aanpak en de verfijnde smaak maakten het ijs geliefd, waardoor de kleine onderneming steeds meer groeide.

De Geboorte van Caraco

In 1953 introduceerde de familie Valk een vernieuwend idee: diepgevroren ijsjes op een stokje. Dit bleek een schot in de roos en zorgde ervoor dat de naamsbekendheid van het ijsmerk "De Valk" zich uitbreidde van Hellendoorn naar de rest van Nederland.

In 1964 onderging het merk een transformatie. "De Valk" werd omgedoopt tot Caraco, een naam die exotisch en zonnig klonk, geïnspireerd door de Venezolaanse stad Caracas. Het vrolijke Mexicaanse logo met de kenmerkende sombrero werd een iconisch beeld en maakte Caraco in één klap herkenbaar. Reclamecampagnes met het deuntje "Mexicaantje, oranje hoed, Caraco ijs, geweldig goed!" brachten het merk verder onder de aandacht en maakten het geliefd in heel Nederland.

Om de groeiende vraag bij te benen, opende Caraco in 1972 een ijsfabriek aan de Reggeweg. Hiermee werd een solide basis gelegd voor een toekomst waarin het merk zich verder kon ontwikkelen tot een nationaal begrip. In dat zelfde jaar is men begonnen met het produceren van Patisserie-producten zoals appeltaarten, saucijzenbroodjes, banketstaven etc. ook onder de naam Caraco.

Samenwerking en Groei

Begin jaren '80 werd een samenwerking aangegaan met Unilever, aanvankelijk gericht op distributie. Vijf jaar later nam Unilever Caraco volledig over, waardoor de productie explosief steeg. Met een jaarlijkse productie van 40 miljoen liter ijs werd Hellendoorn een belangrijke speler in de wereld van ijsbereiding.

In 1996 besloot Unilever de merknaam Caraco uit te faseren en te focussen op bekende merken zoals Ola, Hertog en Ben & Jerry's. Maar de fabriek bleef behouden en groeide uit tot de enige Europese productielocatie voor Ben & Jerry’s. Waar ooit een bescheiden familiebedrijf stond, was nu een internationaal opererende fabriek ontstaan waar ruim 180 mensen werken.

De Verbondenheid met Hellendoorn

Ondanks de internationale groei blijft Hellendoorn altijd verbonden met zijn rijke historie. Ter nagedachtenis aan Gerrit Valk werd een stichting opgericht, die het Bakkerij- en IJsmuseum beheert in het originele pand aan de Dorpsstraat. Dit museum vertelt het verhaal van de familie Valk en de evolutie van de ijsproductie in Hellendoorn, en wordt gerund door toegewijde vrijwilligers uit het dorp die ooit bij de fabriek hebben gewerkt.

Wat ooit begon als een simpele bakkerij groeide uit tot een onderneming met wereldwijde invloed. Toch blijft de ziel van vakmanschap en lokale verbondenheid springlevend in Hellendoorn, een prachtige herinnering aan het feit dat grote successen vaak ontstaan uit kleine dromen.

"Studio Pub: Het Hart van Nijverdalse Creativiteit en Cultuur"

Leo ten Brinke, een geboren en getogen Nijverdaller, groeide op in een gezin dat verbonden was met een iconisch lokaal instituut: de bakkerij van zijn vader, Bakker ten Brinke. Zijn jeugd speelde zich af in een huis aan het spoor, gelegen aan de Bouwmeesterstraat. Al vroeg liet Leo zich leiden door zijn dromen en ambities, wat hem naar de Zeevaartschool bracht om een carrière op zee te starten. Echter, het avontuur bracht hem later naar Amsterdam, waar zijn passie zich verlegde naar vormgeving en reclame. Leo was een man met creatieve flair, en zijn reclamecampagne “Koning Keizer Admiraal…” blijft een opvallende herinnering uit die tijd.

Toch trok zijn geboortedorp Nijverdal hem weer terug. In 1968 vestigde hij Studio Pub in het pand van kruidenier Daane. Studio Pub was een veelzijdige ruimte, een samensmelting van een koffiebar en een ontwerpstudio, dat zat boven waar Leo zijn creatieve werken voortzette. Ironisch genoeg schonk men weinig koffie in de bar; het sociale aspect overheerste. Leo zelf voelde zich minder aangetrokken tot het runnen van de bar en huurde al snel André Rozendal in om deze taak op zich te nemen. Samen met zijn gezin woonde André boven Studio Pub, net zoals Leo dat deed. In de eerste maanden van haar bestaan trok de zaak voornamelijk lokale middenstanders, zoals Egbert van Schoot, de gebroeders Hamming en gebroeders Hekman van Jamin.

Aan het begin van de jaren ‘70 transformeerde Studio Pub tot een waar knooppunt van diversiteit, waar een mengelmoes van jongeren en creativiteit mengden met leeftijdsgenoten die op zoek waren naar een nieuw pad. Mieke, oorspronkelijk afkomstig uit Hellendoorn kwam vanuit Amsterdam, versterkte het team in de koffiebar en werd later Leo’s partner. Haar komst bracht een nieuwe dynamiek en, net als anderen, woonde ze boven Studio Pub.

Studio Pub omarmde de culturele beweging van de jaren ‘60 en ‘70 en sloot zich aan bij Provadya, een platform dat avonden organiseerde vol muziek, theater, dans, poëzie en film. In samenwerking met Aloha werd in juli 1969 een grote picknick georganiseerd nabij de brandtoren op de Nijverdalse Berg. Met regelmaat traden er bandjes uit de omgeving op in Studio Pub. Later waren er ook festivals in het Henri Dunant Plantsoen, waarbij lokale bands optraden in de muziekkoepel.

Creativiteit kende geen grenzen bij Studio Pub. Naast evenementen bracht het een eigen magazine uit met de fraaie naam d’ Oprechte Nijverdalse Courant, waarin originele ideeën zoals Leo’s Tunnelplan werden gepresenteerd. Een van de redacteuren voor deze courant was een stamgast n.l. Ite Hamming. Dit plan, bedacht op een bierviltje in 1971, zou de basis vormen voor wat later deSalland-Twente Tunnel werd. Hoewel de tunnel niet naar hem is vernoemd, draagt het park bovenop de tunnel zijn naam als eerbetoon aan zijn bijdragen aan de gemeenschap.

De bedoeling was aanvankelijk dat de Grotestraat een Boulevard werd en dan moesten de auto’s via een andere weg van de ene kant van Njverdal naar de andere. En dat is inmiddels een feit.

Studio Pub bevond zich in een tijd waarin Nijverdal weinig plekken kende voor sociale en creatieve samenkomsten. In de periode van eind jaren 60 werden de mogelijkheden aanzienlijk uitgebreid. Naast Studio Pub waren er destijds onder andere Top Corner, Het Luifeltje, Het Karrewiel en de Dialoog. Pioniers zoals de Black Bar, Quasi Modo en Oesophagus verrijkten het aanbod verder.

Ondanks de ziel en het succes van Studio Pub, kende het verhaal ook uitdagingen. Omdat het horecavakdiploma niet werd behaald, mocht er geen alcoholische drank worden verkocht. Men kreeg wel enkele jaren een ontheffing. Uiteindelijk werd het pand in 1974 ontruimd, waarmee het eerste hoofdstuk van Studio Pub eindigde. André Rozendal was inmiddels al vertrokken naar Sneek, terwijl Leo verderging aan de Esweg en later aan de Willem de Clerqstraat samen met Mieke en hun zoon Said. Helaas stierf Leo in 1977 na een periode van ernstige ziekte.

Studio Pub kreeg later een herstart, de herstart was door de stichting Studio Pub, die bestond uit vaste bezoekers van Studio Pub. Leo ten Brinke was hier ook bij betrokken. Nadat de stichting was opgeheven stopte Studio Pub. Jan Kamans uit Deventer startte er een kroeg maar dat was geen succes. Daarna namen Eddy Mengerink en Anne de Jong het over en startten ze 't Café, waar ze ook liveoptredens hadden, films draaiden etc. Na het vertrek van Eddy is Anne samen met Karen (zijn toenmalige vriendin en later zijn vrouw) doorgegaan onder de naam Cafe Lambic.

Toch blijft de originele vorm een symbool van creativiteit en gemeenschap in Nijverdal. In 1976 werd wederom een grote picknick georganiseerd op de Nijverdalse Berg, een evenement waarde Slumberlandband optrad. Ook de iconische locatie In De Tonne bleef herinneringen creëren, zoals de reünie “Stampende Gympies” in 1984, waar de Margriet Eshuys Band de harten van het publiek veroverde. Twee jaar daarvoor trad de Sandy Coast met Hans Vermeulen op ook in In De Tonne. Reünie ''Stampende gympies'' werd destijds georganiseerd door Kees en Gerrie Tromp, Hans en Heleen Hekman, Harry Scholten, Gerte Hekman, Jan en Willy de Boer, Bertus en Trudy Webbink en Gerrit en Marjo Brinkman.

Zo vormen de verhalen van Studio Pub en de andere iconische uitgaansgelegenheden een blijvende echo van creatieve en muzikale hoogtepunten in Nijverdal en Hellendoorn. Met dank aan Andre Rozendal. Foto's; HKHN

Achterste rij; L naar R Dame onbekend, Marius Kolthof, Hermien Harkema, Eduard Broeks, Harry Kra, Johan Vorking

Middelste rij; L naar R Henri Maneschijn, .......Alferink, Henri Bergboer, Henny Heinstman, Harry Valk

Onderste rij; L naar R. ........... Vorking, Andre Rozendal, Rudy Hofstede, Pierre ..........?, Esmir Albers

De Berg van Nijverdal: Waar mens en landschap elkaar ontmoeten

In het glooiende landschap van Overijssel ligt Nijverdal, omgeven door bossen met een rijke geschiedenis. Tegenwoordig oogt het als een rustige plaats, maar aan het einde van de 19e eeuw speelde zich hier een belangrijke ontwikkeling af. De aanleg van de spoorlijn tussen Almelo en Zwolle bracht niet alleen infrastructuur en beweging, maar leidde ook tot ingrijpende veranderingen in de omgeving.

Een heuvel die de vooruitgang in de weg stond

Toen ingenieurs besloten dat een treinverbinding tussen Almelo en Zwolle noodzakelijk was, stuitten ze al snel op een forse hindernis: de Sallandse Heuvelrug. In tegenstelling tot auto's zijn treinen afhankelijk van langzame, gestage hellingen, een berg middenin het spoortraject was dus ronduit onpraktisch. En zo begon de ontmanteling van een lokale reus: de berg bij Nijverdal.

Met blaren en ijzeren wil

De berg werd letterlijk afgegraven, en niet door machines zoals we die vandaag kennen. Honderden arbeiders, gewapend met schoppen, kruiwagens en een tomeloze inzet, ploeterden dag in, dag uit om zand en grond te verwijderen. Wat ontstond was een diepe geul door de Sallandse Heuvelrug, nu bekend als “Het Ravijn”. Deze enorme inspanning was geen louter technisch huzarenstukje, maar een mensenproject. Lokale verhalen getuigen van de barre omstandigheden waarin de werklui hun taken verrichtten, puur gedreven door de drang naar verbinding en vooruitgang.

Van bos naar spoor: de impact

Wat eens een beboste hoogte was, werd herschapen tot een rechte, vlakke strook voor ijzeren rails. Een snee in het landschap, die nu bijna als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd tijdens de treinreis. Maar onder die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid schuilt een indrukwekkende geschiedenis, een clash tussen natuurlijke schoonheid en menselijke ambitie.

Spoorboek van verandering

  • 1881: Staatsspoorwegen starten de aanleg van de Almelo–Zwolle lijn.
  • Obstakel: De berg bij Nijverdal blijkt onoverkomelijk voor een treintraject.
  • Ingrepen: Arbeiders graven dag en nacht om een doorgang te forceren.
  • Resultaat: “Het Ravijn” ontstaat, de weg is vrij, de trein rijdt.

Een les uit het verleden

De geschiedenis van Nijverdal en zijn berg laat zien dat infrastructuur niet alleen staal en steen is, maar ook een verhaal van doorzettingsvermogen, aanpassing en offers. Het spoor dat daar nu ligt is letterlijk uitgegraven uit de weerstand van het landschap, een tastbare herinnering aan hoe mens en natuur elkaar soms moeten bevechten om samen vooruit te gaan.

De elf provinciën Hellendoorn

Voordat Avonturenpark Hellendoorn uitgroeide tot het geliefde attractiepark dat het vandaag de dag is, had het een heel andere naam en opzet. In de periode van 1956 tot 1970 stond het bekend als Ontspanningsoord De Elf Provinciën. Dit was een recreatiegebied dat zijn naam ontleende aan de elf provincies die Nederland destijds kende (Flevoland werd pas in 1986 een provincie).

Het begon allemaal in 1936, toen ondernemer Jan van den Berg een theehuis genaamd Ons Ideaal opende op de Hellendoornse Berg. Om bezoekers te trekken, voegde hij speeltoestellen toe en breidde hij het theehuis uit tot een restaurant. In 1947 begon de aanleg van een doolhof, een project dat drie jaar duurde. Dit was een van de eerste grote attracties die het park een unieke uitstraling gaf.

In 1956 werd het park omgedoopt tot Ontspanningsoord De Elf Provinciën en groeide het uit tot een plek waar gezinnen konden genieten van diverse recreatieve activiteiten. Naast het doolhof kwamen er sprookjesachtige elementen bij, zoals een sprookjestuin, die bezoekers meenam in een magische wereld. Dit was een periode waarin het park zich steeds verder ontwikkelde en een breder publiek begon aan te trekken.

De jaren zeventig brachten een grote transformatie met zich mee. De tweede generatie Van den Berg trad toe tot de directie en in 1978 werd de naam opnieuw veranderd, dit keer naar Avonturenpark Hellendoorn. Dit markeerde de overgang van een ontspanningsoord naar een volwaardig attractiepark met spannende attracties zoals achtbanen en wildwaterbanen.

Wat ooit begon als een bescheiden theehuis met een paar speeltoestellen, groeide uit tot een avontuurlijk park dat generaties lang plezier heeft gebracht. De geschiedenis van De Elf Provinciën leeft voort in de fundamenten van Avonturenpark Hellendoorn, waar nog steeds een sfeer van nostalgie en avontuur hangt.

Het Goudzoekerspad – Een Ravijn vol Hoop

Er was eens een heuvel die in de weg stond. In het jaar 1881, toen de spoorlijn tussen Zwolle en Almelo werd aangelegd, rees de Nijverdalseberg als een onwrikbare muur op in het landschap. Maar waar de mens wil reizen, buigt zelfs de aarde. Honderden arbeiders, gewapend met niets meer dan hun schoppen en hun doorzettingsvermogen, begonnen aan een titanenklus: ze groeven een doorgang dwars door de berg. Het zand dat daarbij vrijkwam kreeg een tweede leven – het werd gebruikt om het spoor richting Raalte en Wierden op te hogen. Zo ontstond een ravijn, een litteken in het landschap, maar ook een poort naar iets groters.

Twintig jaar later, in 1901, begon het ravijn opnieuw te fluisteren. Niet langer over treinen en techniek, maar over glinsteringen in de aarde. Twee heren, Emanuel Hompes en Samuel Frank, zagen in het uitgesleten dal meer dan een doorgang – ze zagen een belofte. Ze dienden een verzoek in bij de provincie Overijssel: ze wilden goud winnen uit het Ravijn van Nijverdal. En tot verbazing van velen kregen ze groen licht.

Geruchten over verborgen rijkdom deden snel de ronde. Er zou niet alleen goud liggen, maar ook zilver. Met deze droom in hun zak wisten Hompes en Frank investeerders te overtuigen. Ze kochten land van een lokale boer, Rutgers, en begonnen met het graven van diepe greppels – sommige tot wel twaalf meter diep. De hoop was tastbaar, het avontuur lonkte.

Aanvankelijk leek het project veelbelovend. De aarde werd omgewoeld, machines zoemden, en de arbeiders werkten met vuur in hun ogen. Maar zoals zo vaak bij dromen die te mooi lijken om waar te zijn, kwam ook hier de realiteit roet in het eten gooien. Een hoogleraar uit Delft voerde een grondig onderzoek uit en bracht een pijnlijke conclusie: er zat wel goud in de bodem, maar in zulke kleine hoeveelheden dat het onmogelijk was er winst uit te halen.

De droom van rijkdom verdampte. De greppels bleven leeg, de machines verstomden, en de arbeiders keerden teleurgesteld terug naar hun gewone leven. Wat resteerde was een verhaal – een echo van hoop, ambitie en vergane glorie.

Vandaag de dag slingert het Goudzoekerspad nog altijd door het landschap van Nijverdal. Het is geen pad naar rijkdom, maar naar herinnering. Wie er wandelt, loopt in de voetsporen van dromers, pioniers en arbeiders. Het pad fluistert nog steeds, niet over goud, maar over de menselijke drang om te zoeken, te geloven en te proberen. En dat, misschien, is waardevoller dan goud.

Treintje Bello: Een Rit door de Tijd

In een tijd waarin de komst van de trein nog als een wonder werd beschouwd, gleed een klein stoomtreintje door het groene landschap van Twente: Treintje Bello. Zijn reis begon in 1910, en met een bescheiden snelheid van 30 km per uur verbond hij Neede en Hellendoorn. Maar Bello was meer dan slechts een vervoermiddel—hij was een symbool van vooruitgang, gemeenschapszin en nostalgie.

Een feestelijke entree

Op de dag dat Bello zijn eerste rit maakte, was de opwinding voelbaar in de lucht. De trein, versierd met takken en linten, werd feestelijk onthaald door dorpsbewoners, die zich rond de stations verzamelden. Muziek klonk, toespraken werden gehouden, en voor velen betekende dit kleine treintje de brug naar een nieuwe wereld van mogelijkheden.

Spoor van bedrijvigheid

De spoorlijn werd beheerd door de NV Lokaalspoorweg-Maatschappij Neede-Hellendoorn (NH) en speelde een essentiële rol in de economie van de regio. Textiel, landbouwproducten, steenkool—alles vond zijn weg via Bello. Drie klassen rijtuigen boden plaats aan reizigers, en naast passagierstreinen reed er dagelijks ook een goederentrein over het traject.

Toch kon Bello niet ontsnappen aan de veranderingen van de tijd. In 1935 kwam zijn spoor tot een einde, en verdween de geliefde trein langzaam uit het landschap.

Een nieuw hoofdstuk

Maar geschiedenis heeft een manier om terug te keren. In 1978, ter ere van het 900-jarig bestaan van Hellendoorn, werd Treintje Bello opnieuw tot leven gewekt—zij het in een vernieuwde vorm. Geen ronkende locomotief op rails, maar een vrolijk wegtreintje op luchtbanden!

Nu tuft Bello door de bossen van Hellendoorn en Nijverdal, een geliefde zomerattractie voor jong en oud. Met plaats voor 50 passagiers, rolstoeltoegankelijkheid, en een route langs vakantieparken en het centrum, biedt Bello een charmante en nostalgische manier om de omgeving te ontdekken.

Een levende herinnering

Treintje Bello is meer dan een stuk geschiedenis; hij is een verhaal dat steeds opnieuw geschreven wordt. Waar ooit stoomfluiten klonken, leeft de herinnering voort in elke rit die hij vandaag de dag maakt.

Havezate Schuilenburg  Een machtige buitenplaats aan de Regge

Langs de Regge, waar het water eeuwenlang de grens vormde tussen hoog en laag land, stond ooit een indrukwekkende havezate: Schuilenburg. Zo’n havezate was meer dan zomaar een statig huis. Het was een versterkte woonplaats van een edelman, gebouwd om macht uit te stralen én om die macht te beschermen. De eerste bewoners stonden in dienst van de bisschop van Utrecht, die destijds het gezag voerde over Overijssel.

In de periode van de Republiek (1588–1795) kreeg een havezate nog een extra betekenis. Wie tot de Ridderschap wilde behoren – het bestuur van de provincie, samen met de steden Deventer, Zwolle en Kampen – moest er één bezitten. Daarmee waren de eigenaren automatisch invloedrijke figuren, niet alleen in politiek opzicht maar ook in hun directe omgeving. In Hellendoorn mochten zij bijvoorbeeld bepalen wie predikant werd en hadden zij zeggenschap over bepaalde kerkelijke inkomsten.

Rond Hellendoorn lagen vier van deze adellijke huizen: Den Dam, Egede, Rhaan en Schuilenburg. Van die vier gold Schuilenburg als de meest vooraanstaande.

Ligging

Schuilenburg lag op een plek die strategisch bijna niet beter kon. Het huis stond direct aan de Regge én aan de belangrijke handelsroute tussen Zwolle en Almelo, de Twentsche Weg. Handelaren, reizigers en kooplieden die tussen Twente en het noordwesten trokken, kwamen er onvermijdelijk langs.

Het terrein zelf lag beschut en waarschijnlijk kunstmatig verhoogd, want de omgeving was nat en moerassig. Twee armen van de Regge omsloten het geheel: een westelijke tak die vlak langs het huis liep en een oostelijke die wat verderop stroomde. Het gaf de plek een natuurlijke verdediging.

Naam en rechten

De geschiedenis van Schuilenburg gaat terug tot de middeleeuwen. De oudste naam van het huis was Ter Molen. In 1339 verkocht Johan ter Molen het huis, de hof en de molen aan Johan van Almelo, lid van een invloedrijke Twentse familie. Via diens kleindochter Hadewig kwam het bezit in handen van Zweder van der Schulenborg, en van hem kreeg het huis uiteindelijk zijn latere naam.

Door de jaren heen breidde de familie haar bezittingen uit met zowel een water- als een windmolen. Ze bezaten het exclusieve recht om molens te exploiteren, wat betekende dat niemand anders in de omgeving er één mocht bouwen. Daarnaast hadden ze het visrecht op de Regge én het recht om zwanen te houden. Vooral dat laatste zorgde voor ergernis bij boeren, want de zwanen richtten regelmatig schade aan op hun land.

Verwoesting en verval

Schuilenburg heeft roerige tijden gekend. In 1381 werd het huis met de grond gelijkgemaakt door de bisschop van Utrecht, gesteund door de steden Deventer, Kampen en Zwolle. De aanleiding was een samenzwering van Van der Schulenborg tegen de bisschop.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam het huis opnieuw in zwaar weer terecht. Het werd meerdere jaren bezet door Spaanse troepen, terwijl rondtrekkende soldaten Hellendoorn en omgeving plunderden.

Aan het einde van de 17e eeuw woonden de adellijke families Van Raesfelt en Van Rechteren er nog, maar daarna verloor Schuilenburg zijn status. Het werd verhuurd aan onder meer commiezen, en in 1748 stond het leeg. Niet lang daarna raakte het in verval en verdween het grootste deel van de bebouwing.

Pas in 1998 kwam er een nieuwe fase. De gemeente Hellendoorn kocht het terrein, groef de oude grachten opnieuw uit en gaf het gebied een nieuwe inrichting, met onder meer een brug bij de watermolen en een boomgaard. Een oude schuur werd omgebouwd tot de Sagenschuur, waar vondsten uit het gebied worden tentoongesteld: musketkogels, kanonskogels, een windvaan, een ring – stille getuigen van een rijke en soms woelige geschiedenis.