Welkom in een tijdreis vol waarheid,

verwondering en menselijke kracht

Als de Tijd Spreekt

In deze rubriek nemen we je mee naar momenten die écht gebeurd zijn — verhalen die de geschiedenis kleur geven, mensen die het verschil maakten, en gebeurtenissen die ons gevormd hebben. Elk verhaal is een echo uit het verleden, verteld met respect voor wat was en nieuwsgierigheid naar wat het ons vandaag nog te zeggen heeft.

Of het nu gaat om vergeten helden, kleine dorpsgeheimen, of wereldschokkende gebeurtenissen: hier krijgt het verleden een stem. Want geschiedenis is niet alleen iets dat achter ons ligt — het leeft voort in herinneringen, documenten, en de mensen die het hebben meegemaakt.

De Kiosk Noetselerberg – Herinneringen aan een verdwenen hart van de Sallandse Heuvelrug

Er was een tijd dat de top van de Nijverdalse Berg niet slechts een uitzichtpunt was, maar het kloppend hart van de natuurbeleving in de regio. Waar nu stilte heerst en de wind vrij spel heeft tussen de dennen, bevond zich ooit een levendige ontmoetingsplek: een houten kiosk met groene luifels, de “Kiosk Noetselerberg”, dat decennialang het decor vormde van ontmoetingen, verhalen en tradities.

Een levendig beginpunt

Vanaf eind jaren ’70 stond het kioskgebouw fier op het hoogste punt van de berg, 62 meter boven NAP. Het was geen hippe koffietent, maar een charmant houten onderkomen met een toonbank vol repen, drop, ijsjes en snacks. De geur van filterkoffie mengde zich met het hars van de dennen, en wandelaars begonnen hier hun tocht met een kopje troost in een kartonnen beker.

In de buurt van het kioskgebouw bevond zich het kantoor van Staatsbosbeheer, een bescheiden gebouw met een grote betekenis. Hier werkten mensen die dit gebied, dat tegenwoordig bekendstaat als  de ‘’Sallandse Heuvelrug’’ kenden als hun broekzak. Ze spraken met liefde over korhoenders en zandhagedissen, en wisten precies wanneer de heide in bloei zou staan. Het bezoekerscentrum was laagdrempelig: je kon er terecht voor een praatje, een folder, of gewoon om te vragen of de Toeristenweg weer open was.

Brandtoren

Achter het kantoor van Staatsbosbeheer stond jarenlang een markante brandtoren. In droge zomers speurden boswachters van grote hoogte het landschap af, op zoek naar de eerste tekenen van vuur. De toren waakte als een stille beschermer over de Sallandse Heuvelrug.

Maar tijden veranderen. In 2018 werd de 25 meter hoge toren gesloopt—al jaren overbodig door moderne luchtverkenning met vliegtuigjes. Niet toegankelijk voor publiek en een magneet voor baldadige jongeren, verdween hij uit het landschap.

Bij de sloop stond oud-boswachter Willem Bekkernens, toen 94 jaar, stil bij het moment. “Er verdwijnt een stukje geschiedenis,” sprak hij, zichtbaar geraakt. Voor hem was het meer dan een toren; het was een herinnering aan een leven in dienst van het bos.

Een plek van beweging en ontmoeting

Op zaterdagochtenden was het op de parkeerplaats een komen en gaan van mensen. Wandelclubs uit Hellendoorn en Rijssen, vogelspotters uit Deventer en Ommen, natuurliefhebbers, schoolklassen en fietsverenigingen verzamelden zich hier. De parkeerplaats stond vol auto’s, rugzakken werden omgeslagen, en de stokken van wandelaars tikten ritmisch op het asfalt.

Ook motorclubs en oldtimerverenigingen uit het hele land spraken hier af om gezamenlijk tochten te maken. Op zondagmiddag was het de vaste ontmoetingsplek voor de 27 mc-groep, een lokale radiovereniging. De kiosk draaide op volle toeren: kinderen genoten van raketijsjes, volwassenen van koffie, en de boswachter zwaaide als een burgemeester van het bos.

Verhalen en tradities

De berg was niet alleen een startpunt, maar ook een plek waar verhalen werden gedeeld. Over de wolf die misschien terug was, over reeën bij zonsopgang, en over de oude man die elke ochtend om zes uur zijn ronde liep, weer of geen weer. De kiosk fungeerde als het informele dorpsplein van de natuur.

Een jaarlijks hoogtepunt was de “Heideroemde Dag”, een publieksfeest dat vanaf 1985 tot eind jaren ’90 honderden bezoekers trok. Gidsen van Staatsbosbeheer namen mensen mee langs bloeiende heidevelden, vogelwerkgroepen demonstreerden verrekijkers, en kraampjes boden streekproducten aan zoals heidehoning, boerenkaas en Sallandse lekkernijen. Kinderen konden marshmallows roosteren bij het kampvuur of hun eigen herbariumboekje maken. Lokale folkgroepen zoals ''De Sallandse Zangers'' zorgden voor muzikale omlijsting.

Constructie en exploitatie van de kiosk

Het kioskgebouw was vanaf 1978 een prefab-constructie op een betonnen fundament, met bruin geschilderde houten rabatdelen en een dak van verzinkt staal met bitumenbedekking. Aan de achterzijde was een gemetseld toiletgebouw ingebouwd. De exploitatie lag in handen van lokale ondernemers via een horecaconcessie van Staatsbosbeheer. Vanaf 1965 was Arie Trekop concessiehouder tot 1980. In die periode(tot 1978) ging het om drie gebouwtjes naast elkaar. Een gebouwtje was voor souvenirs, de tweede voor snacks en snoep en vanuit het derde gebouwtje werd IJs verkocht.

In 1980 nam Gerard Huisken uit Holten de concessie over. Twee jaar daarvoor waren de drie gebouwtjes gesloopt en vervangen door de kiosk met aan de achterzijde toiletten voor het publiek. Van uit de kiosk werden snacks, snoep, koffie, thee, ijs en wat al niet meer verkocht. Er werden door Huisken fietsen verhuurd en in het winterseizoen als er sneeuw lag kon je er langlaufskies  huren.

Voor de toiletten moest je in de beginjaren een dubbeltje betalen en dat werd later in de jaren 80 een kwartje.

De verschuiving naar rust

Rond 1995 begon de verandering. De parkeerplaats werd te druk, de infrastructuur verouderde, en Staatsbosbeheer besloot te verhuizen. De kiosk werd gesloopt, de parkeerplaats ontmanteld, en de berg kreeg zijn rust terug. Het asfalt verdween, en de natuur kon weer ademen. Sommigen betreurden het verlies van de levendigheid, de geur van koffie, het geroezemoes. Anderen verwelkomden de stilte, de ruimte voor flora en fauna, en de terugkeer van de rust.

Staatsbosbeheer maakte de parkeerplaats bij Hotel Restaurant Dalzicht een stuk groter omdat parkeren boven op de Noetselerberg niet meer mogelijk was. Een slimme ondernemer maakte gretig gebruik van de nieuwe situatie door er op drukke dagen een snackwagen neer te zetten.

In 2001 opende het nieuwe Buitencentrum Sallandse Heuvelrug aan de Nijverdalse kant, op slechts een kilometer afstand van de oude grote parkeerplaats met Kiosk Noetselerberg.

Wat blijft

Hoewel de kiosk verdwenen is, leeft de herinnering voort. In gesprekken, in fotoalbums, in de manier waarop mensen nog steeds zeggen: “Weet je nog, die kiosk bovenop de berg?” Wie goed kijkt, ziet nog sporen: een oude paal, een stukje verharding, een plek waar de grond net iets anders kleurt.

En soms, als de wind goed staat en de zon door de bomen speelt, lijkt het alsof je een kinderstem hoort roepen: “Mag ik een ijsje?”

Bowlingboerderij: het verhaal van een plek die bleef verbinden

In de jaren zeventig, toen televisie nog knisperde uit houten kasten en kinderen op straat hun avonturen beleefden, opende in de Nijverdalse wijk De Blokken een bescheiden snackbar aan de Portlandweg. De naam: ’t Uitzettertje. De naam was een knipoog en eerbetoon aan de enthousiaste eigenaren, Theo en Rietje Uitzetter, een stel met een warm hart en een flinke dosis humor.

Wat begon met friet, een ouderwets “trekmuurtje” en Rietje’s hartelijke lach achter de toonbank, groeide uit tot een buurtinstituut.Geen franje, wel oprechte gastvrijheid. De geur van verse snacks, het geritsel van de automaat, en bovenal Theo’s grappen: van stropdassen afknippen tot eieren bakken op de motorkap van een klant. Het was een plek waar iedereen welkom was, tieners na school, vaders met een biertje, moeders met kooktips, en oma’s voor hun wekelijkse gehaktballen.

Als Theo aan het einde van de avond een biertje mee dronk dan moest hij van Rietje aan de andere kant van de bar zitten!Een kastelein drinkt niet achter de bar was het standpunt bij Theo en Rietje.

Theo hield van zijn gasten, en dat ging verder dan de bar. Wie te diep in het glaasje had gekeken, werd door hem persoonlijk thuisgebracht. Eén klant keerde zelfs terug met de auto, puur om Theo alsnog te bedanken, of dat de bedoeling was, bleef een mysterie 😊.

Maar ’t Uitzettertje was meer dan een snackbar. Het was een sociale smeltkroes, waar gesprekken ontstonden tussen kroketten en berenhappen. En Theo droomde verder. Hij zag in zijn werk een kans om iets blijvends te creëren. Rietje volgde hem, met liefde en vertrouwen.

Die kans kwam in 1977, toen een vervallen boerderij van de familie Nahuis aan de Koersendijk beschikbaar kwam. Waar anderen vooral rot hout en werk zagen, zag Theo potentie. En zo werd de Bowlingboerderij geboren. De oude stal werd omgetoverd tot een bowlingcentrum in boerensfeer. De houten balken bleven, de lage plafonds ook — maar in plaats van koeien kwamen mensen. Het geluid van vallende kegels mengde zich met de geur van gehaktballen en Twentse gezelligheid.

De Bowlingboerderij groeide uit tot een regionaal begrip. Op zondag werd er gefeest aande Twentse Toafel, een rijk buffet vol streekgerechten. Gezinnen bouwden herinneringen, bedrijven vergaderden, vrienden vierden verjaardagen. Vooral veel Twentse bruiloften werden er gehouden. Het was een plek waar het leven gevierd werd.

Aan de overkant ontstond een serene tegenhanger: De Mijmerij. Een intiem restaurant met uitzicht op de weilanden, waar rust, verfijning en bezinning samenkwamen. Theo en Rietje vonden hier uiteindelijk hun thuis, terwijl hun dochter Christel en schoonzoon Bilal hun eigen stempel drukten met sportschool Gym to B. Wonen, werken en welzijn kwamen hier op bijzondere wijze samen, doordrenkt van Twentse nuchterheid en familiegevoel.

Later verhuisde de sportschool onder de naam PLAN naar de Holterweg. De Mijmerij krijgt binnenkort een nieuwe invulling als woonzorglocatie van Long at Home, een bestemming die hopelijk opnieuw de geest van zorg en verbinding zal ademen.

In 2002 droegen Theo en Rietje de Bowlingboerderij over aan Michel en Ira Gieliam. Zij zetten het concept voort en voegden De Hooischuur toe: een pannenkoekenrestaurantdat razendsnel geliefd werd. Hun pannenkoeken met spek en stroop kregen bijna mythische status, net als de zomerse stroopkar voor passerende gasten.

Vanaf 2015 nam de familie van Faassen het stokje over.

Maar in september 2021 sloeg het noodlot toe. Een verwoestende brand legde in enkele uren zowel de Bowlingboerderij als De Hooischuur volledig in de as. De familie van Faassen, op vakantie in Oostenrijk, keerden terug naar Nijverdal met een gebroken hart en moeilijke keuzes.

Ze overwogen een herstart in de horeca, maar kozen uiteindelijk voor een andere weg. Op de plek waar ooit gelachen en gebowld werd, verrijst nu zorgcomplex ’t Koersenhof. Een nieuwe bestemming, maar met dezelfde ziel: warmte, aandacht en gemeenschap maar nu voor mensen met een zorgvraag.

Dit verhaal eindigt niet in rook en puin, maar in wedergeboorte. Het is een geschiedenis van dromen die evolueerden, van families die hun hart volgden, en van een Twentse plek die altijd welkom heette , en dat nog steeds doet.

Aan de Koersendijk wonen Christel Durmaz Uitzetter en haar man Bilal nog altijd met veel plezier. Omringd door herinneringen, doordrenkt van liefde, en met de geest van Theo en Rietje nog voelbaar in elke steen.

Theo Uitzetter is overleden in december 2015. Rietje Uitzetter is overleden in mei 2024.

De aanleg van Rijksweg 35. De Groote Weg door Noetsele – Hoe Hellendoorn verbonden raakte

In 1829, toen Nederland nog volop in de ban was van stoommachines en vooruitgang, begon in het stille landschap van Overijssel een bescheiden maar ingrijpende verandering. Geen tromgeroffel, geen grootse aankondigingen—alleen zand, klinkers en het geduld van generaties. Zo ontstond de weg die we nu kennen als Rijksweg 35.

Van modder naar mobiliteit

In die tijd waren Hellendoorn en het buurtschap Noetsele nog grotendeels afhankelijk van onverharde paden. De Twentseweg, ten noorden van het dorp, was de enige serieuze route richting Zwolle. Andere wegen slingerden via Rijssen, Holten en Haarle, maar waren ’s zomers stoffig en ’s winters vaak onbegaanbaar. Bruggen over de Regge, zoals bij Schuilenburg, waren kwetsbare schakels in een netwerk dat dringend toe was aan vernieuwing.

Een weg, maar niet door het dorp

Toen bekend werd dat er een nieuwe route zou komen tussen Zwolle en Almelo, was dat groot nieuws. Toch koos men ervoor om Hellendoorn niet als centrale doorgang te gebruiken. Volgens overlevering vroeg de gemeenteraad zelfs om de weg zuidelijker aan te leggen, buiten het dorp om. Of dat verzoek ooit officieel werd vastgelegd, weten we niet—de raadsverslagen van vóór 1839 zijn verloren gegaan. Wat wel zeker is: de weg kwam dwars door het rustige Noetsele te liggen.

Door heuvels en drassige velden

Op 25 september 1829 werd het traject tussen Raalte en Wierden aanbesteed. Het stuk tussen Zwolle en Raalte was al klaar. In Noetsele moest men eerst een heuvelrug bedwingen en daarna door het natte Koeveen, een drassig weiland dat door boeren werd gebruikt. De weg werd hier opgehoogd, en over de Regge kwam een eenvoudige houten brug. Die werd pas in 1898 vervangen door een ophaalbrug, en in 1933 door een betonnen variant. Ook het veen bij Notter werd afgegraven en vervangen door zand, zodat de weg stevig genoeg werd.

Tolpoorten en terughoudendheid

Op 2 juli 1830 volgde de aanbesteding van vijf tolhuizen tussen Raalte en Almelo. Hellendoorn viel op: het was de enige gemeente die geen financiële bijdrage leverde. De nieuwe weg werd kennelijk eerder als last dan als zegen gezien. Toch kwam er een tolhuis aan de oostkant van de Regge, bij Noetsele. Hermanus Heimerikx was de eerste tolgaarder, al werd hij al snel opgevolgd door Berend Hengo. Elk tolhuis moest jaarlijks zo’n duizend gulden opbrengen—een aanzienlijk bedrag in die tijd.

Van zandpad tot levensader

Wat begon als een eenvoudige route door veen en weiland, groeide uit tot een cruciale verbinding voor de regio. De Rijksweg 35, gevormd door de N35 en A35, verbindt tegenwoordig Zwolle met Enschede en zelfs Duitsland. En hoewel Hellendoorn aanvankelijk terughoudend was, bleek de weg van grote waarde voor de ontwikkeling van het dorp en de omliggende gebieden.

Ondergronds verbonden – Het verhaal van de Salland-Twentetunnel

Langs de Grotestraat in Nijverdal klonk jarenlang het constante geluid van auto’s en treinen. De N35 sneed dwars door het centrum, als een drukke verkeersader tussen Twente en Zwolle. Maar waar ooit asfalt en spoor de dorpskern verdeelden, ligt nu een stille kracht onder de grond: de Salland-Twentetunnel.

Van droom tot daad

Al in de jaren ’70 ontstond het idee om de verkeersdrukte en leefbaarheid te verbeteren. In 2008 begon de bouw van wat zou uitgroeien tot een van de meest indrukwekkende infrastructurele projecten van Overijssel. In april 2013 reden de eerste treinen door de spoortunnel, en op 29 augustus 2015 volgden de auto’s via een gloednieuwe autotunnel. Samen vormen ze de eerste gecombineerde spoor- en verkeerstunnel van Nederland.

Een technisch hoogstandje

De tunnel bestaat uit drie buizen: één voor het spoor en twee voor het wegverkeer. Ondergronds is hij 493 meter lang, met daarboven een verdiepte open bak van bijna een kilometer. De constructie werd gebouwd in een open bouwkuip, met duizenden Gewi-palen en onderwaterbeton om opdrijven te voorkomen.

Van knelpunt naar open verbinding.

Waar vroeger lange files stonden en de lucht zwaar was van uitlaatgassen, is de Grotestraat nu autoluw en omgeven door groen. Boven de tunnel ontstond ruimte voor een park, een veiliger gebied rondom het station en een betere verbinding tussen het centrum en de woonwijken. De tunnel vormt niet alleen een doorgang, maar verbindt bereikbaarheid met een prettige leefomgeving

Een idee uit het café Rond de opening ontstond discussie over de naam. Sommigen pleitten ervoor om de tunnel te vernoemen naar Leo ten Brinke, een lokale kroegbaas die al in 1975 het idee van een combinatietunnel had geopperd. Ten Brinke had destijds zelfs eigenhandig tekeningen gemaakt van hoe zo’n tunnel eruit zou kunnen zien—een visie die hij jarenlang met enthousiasme deelde vanuit zijn café. Uiteindelijk koos Rijkswaterstaat voor een neutrale naam: de Salland-Twentetunnel. Ter compensatie werd het park boven op de tunnel wel vernoemd naar Leo ten Brinke.

De Sallandse Heuvelrug & Het Twents Reggedal

De Sallandse Heuvelrug: een landschap gevormd door ijs, wind en mensenhanden.

Lang voordat er sprake was van dorpen als Nijverdal of Holten, lag het oosten van Nederland onder een dikke ijskap. Zo’n 150.000 jaar geleden begon een immense gletsjer zich langzaam over het land te schuiven. Niet met het geweld van een aardbeving, maar met de gestage kracht van een bulldozer van ijs. De bodem werd opzij geduwd, opgestuwd tot een reeks heuvels die vandaag de dag de ruggengraat vormen van wat we nu kennen als de Sallandse Heuvelrug.

Van ijs naar heuvels

Die gletsjer bracht stenen mee uit Scandinavië, verpulverde ze onderweg, en liet een mengsel van zand, grind en keien achter: het zogeheten keileem. Toen het klimaat warmer werd, smolt het ijs en ontstonden er dalen tussen de heuvels. Smeltwater zocht zijn weg naar beneden en sleet diepe geulen uit, zoals de Diepe Hel en de Wolfsslenk. De wind kreeg vrij spel en blies fijne zandlagen over het landschap, waardoor het reliëf verder werd uitgesmeerd.

De eerste bewoners en hun invloed

Na de laatste ijstijd, toen het klimaat milder werd, verschenen de eerste mensen. Ze trokken door het gebied, jaagden, verzamelden en lieten hun sporen achter. Vijfduizend jaar geleden ontstonden de eerste nederzettingen. De heide werd begraasd door schapen, en door overbegrazing raakte de bodem uitgeput. Zandverstuivingen volgden, en pas in de 20e eeuw werd dit beteugeld door bosaanplant.

Van wild landschap naar Nationaal Park

De naam “Sallandse Heuvelrug” is relatief jong, maar het landschap zelf kent een lange geschiedenis. Het gebied werd steeds meer gewaardeerd om zijn natuurlijke schoonheid en ecologische waarde. In de moderne tijd bundelden gemeenten, boeren, natuurorganisaties en bewoners hun krachten. Zo ontstond het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug & Twents Reggedal: een samenwerking waarin natuur, landbouw en recreatie elkaar versterken.

Een landschap vol verhalen

De heuvels hebben namen gekregen: Holterberg, Hellendoornse Berg, Haarlerberg, Koningsbelt. Elk met zijn eigen karakter, hoogte en geschiedenis. De naam Holten zelf verwijst waarschijnlijk naar “holt”, een oud woord voor bos. En dat past: de Holterberg was ooit een uitgestrekt woud, een restant van het oerbos dat Nederland ooit bedekte.

Van wildernis naar wandelkaart

In de vroege 20e eeuw begon het landschap een nieuwe rol te vervullen. De opkomst van het vreemdelingenverkeer—zoals toerisme toen werd genoemd—bracht een nieuwe blik op de natuur. In 1923 werd de VVV Hellendoorn opgericht, gevolgd door Nijverdal in 1926. Er kwamen wandelkaarten, ansichtkaarten en kampeergebouwen. De jeugdherberg Doevenbree opende in 1934 haar deuren aan de voet van de Nijverdalse berg, als uitvalsbasis voor jonge natuurliefhebbers.

De Toeristenweg: een zandpad vol dromen

Op 17 april 1929 werd de , dwars door het heuvelachtige landschap. De grote man achter dit project was gemeentearchitect Boontjes uit Hellendoorn. De weg was aanvankelijk een eenvoudige zandweg, die bij droogte stofwolken veroorzaakte en bij regen veranderde in een modderpoel. Toch trok hij al snel villa’s en vakantieverblijven aan, vooral aan de Holtense kant.

Pas in 1963 werd de weg verhard en officieel geopend als recreatieweg. De vrouw van de Commissaris der Koningin, M.A.Th. de van der Schueren-Helmich, verrichtte de openingshandeling.

Natuur onder druk, recreatie in balans

Met de groei van het autoverkeer en de populariteit van het gebied kwam de natuur onder druk te staan. Het korhoen, ooit een veelvoorkomende soort, werd zeldzaam. Daarom werd de weg in latere jaren deels afgesloten voor vrachtverkeer en woon-werkverkeer. Er kwamen snelheidsbeperkingen en parkeerverboden. Op zonnige dagen of tijdens de bloei van de heide ontstonden zelfs files op de Toeristenweg.

Tegenwoordig is de Sallandse Heuvelrug onderdeel van een ecologische verbindingszone. De weg is in de wintermaanden gesloten en er wordt niet gestrooid, om de kwetsbare vegetatie te beschermen. De Toeristenweg is daarmee niet zomaar een route, maar een symbool van de balans tussen mens en natuur.

Het Twents Reggedal – Waar de rivier verhalen fluistert

In het hart van Twente slingert de Regge als een zilveren draad door het landschap. Geen haast, geen rechte lijnen—alleen kronkels die de tijd lijken te vergeten. Het Reggedal is geen plek die je bezoekt, het is een plek die je beleeft. Hier ademt de aarde rust, en elke bocht in de rivier vertelt een ander verhaal.

Langs de oevers wuiven rietkragen en oude knotwilgen als stille getuigen van eeuwen boerenleven. Vroeger trokken hier schippers met hun zompen, houten platbodems vol turf, graan en verhalen. Nu zie je fietsers, wandelaars en kinderen met laarzen die plassen ontdekken alsof ze schatten zijn.

De dorpen rondom—Hellendoorn, Nijverdal, Enter—zijn als kralen aan een ketting van herinnering. Elk met hun eigen karakter, maar verbonden door de Regge. In de ochtend hangt er vaak een nevel boven het water, alsof het dal zijn geheimen nog even voor zich houdt. Maar wie goed kijkt, ziet sporen van bever, ijsvogel en ree. Het is een landschap dat leeft, dat zich niet laat vangen in een snapshot, maar zich ontvouwt in momenten.

In de zomer kleurt het Reggedal goudgeel van de bloeiende velden, in de herfst ruikt het naar nat blad en houtrook. En in de winter, als de rivier traag onder een dunne ijslaag glijdt, lijkt alles even stil te staan. Maar onder die stilte borrelt het leven, wachtend op een nieuwe lente.

Het Twents Reggedal is geen decor. Het is een medespeler. Een plek waar natuur, cultuur en geschiedenis samenkomen in een fluisterend gesprek tussen mens en landschap. Wie hier loopt, hoort het. Wie hier blijft, begrijpt het.

De Stichting Twents Reggedal zet zich actief in voor het behoud, beheer en de ontwikkeling van het natuurgebied rondom de meanderende Regge. Hun missie is om het landschap, de natuur en de streekeigen historie te beschermen en te versterken, zodat het gebied beleefbaar blijft voor mens, dier en toekomstige generaties.

Daarnaast maakt het Twents Reggedal deel uit van een groter samenwerkingsverband binnen het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug & Twents Reggedal, waarin ruim 18 partners samenwerken aan een toekomstbestendig landschap.

Tekst; Nijverdal Objectief Peter Stevens

De Schaduw van de Vergeldingswapens: V-1 en V-2

Een laatste gok van nazi-Duitsland

In de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog probeerde nazi-Duitsland wanhopig het tij te keren. Terwijl steden onder zware bombardementen lagen, de geallieerden steeds verder oprukten en de nederlaag onafwendbaar leek, klampte Hitler zich vast aan technologische vooruitgang. Zo kwamen de beruchte “Vergeldingswapens” in beeld: de V-1 en V-2 raketten, symbolen van angst en vernietiging.

De V-1: Het dreigende gebrom

In de herfst van 1944 verscheen de V-1, een onbemande vliegende bom die bedoeld was om paniek te zaaien. De eerste exemplaren werden vanaf de Franse kust gelanceerd richting Londen. Het onheilspellende gebrom van de motor maakte de bevolking duidelijk dat er gevaar dreigde; zodra het geluid wegviel, wist men dat de inslag nabij was.

Na de geallieerde landingen in Normandië moesten de Duitsers hun lanceerplaatsen verplaatsen. Nederland werd daardoor een nieuw front. Antwerpen, als cruciale bevoorradingshaven, werd het belangrijkste doelwit. Vanuit onder meer Nijverdal, langs de Bergweg, werden V-1’s afgevuurd richting strategische posities.

De V-2: Dodelijk en onzichtbaar

Waar de V-1 nog hoorbaar en zichtbaar was, bracht de V-2 een veel grotere dreiging. Deze raket was de eerste ballistische raket ooit ingezet en kon binnen enkele minuten zijn doel bereiken. Gelanceerd vanaf mobiele installaties was de V-2 niet te traceren en onmogelijk te onderscheppen.

Ook Hellendoorn speelde hierin een rol: langs de Eelerbergweg vond op 16 november 1944 de eerste lancering plaats. Het SS-Werfer-Abteilung 500, gespecialiseerd in raketaanvallen, voerde de operaties uit. Toch waren de wapens verre van perfect; technische fouten zorgden geregeld voor rampzalige ongelukken.

Angst en tragedie in de regio

Voor de inwoners van Hellendoorn en Nijverdal betekenden de lanceringen voortdurende spanning. Raketten stortten soms voortijdig neer, vaak dicht bij dorpen en boerderijen. Een van de meest aangrijpende gebeurtenissen vond plaats op 4 december 1944. Een V-2, gelanceerd vanaf de Eelerberg, crashte bij Luttenberg. Omstanders verzamelden zich nieuwsgierig rond het wrak, niet beseffend dat de explosieve lading nog kon afgaan. Toen dat gebeurde, kostte het 19 mensen het leven, onder wie de 16-jarige Albert Tijhuis uit Nijverdal.

Het uitgewiste verleden

Toen de geallieerden naderden, vernietigden de Duitsers hun eigen installaties om sporen uit te wissen. De V-1 lanceerplaatsen verdwenen langzaam uit het collectieve geheugen. Pas in 2013 werd de locatie bij Hotel Dalzicht opnieuw ontdekt dankzij een groep onderzoekers en Staatsbosbeheer.

De V-2 lanceerplaatsen waren mobiel en lieten geen tastbare resten achter. Wat overblijft zijn herinneringen, verhalen en het besef dat technologische vooruitgang niet alleen de loop van de geschiedenis kan bepalen, maar ook op gruwelijke wijze levens kan verwoesten.