Verhalen die Bleven

Er was een tijd dat een avondje uit begon met het geluid van klikkende hakken op de stoep, de geur van Brylcreem en het zachte gerinkel van glazen in het café. Muziek kwam van een jukebox, niet van een playlist, en dansen deed je op een vloer die kraakte van de verhalen die er al lagen.

Verhalen die Bleven brengt die tijd weer tot leven — niet als nostalgie, maar als herkenning. De middagen en avonden in 't Mandje, de optredens in het Dunantpark, de eerste discotheek in Hellendoorn 't Schoap, (of mocht je dat geen discotheek noemen), de kermis waar iedereen elkaar weer zag: ze vormen samen het geheugen van Hellendoorn en Nijverdal dat nooit helemaal stil is geworden.

In deze rubriek lees je over recreatie en het uitgaan van vroeger, over ontmoetingen die iets losmaakten, over muziek die bleef hangen en over plekken die verdwenen maar nog altijd bestaan in herinnering. Want sommige avonden verdwijnen niet — ze blijven, in verhalen die we doorvertellen. Verhalen die Bleven— waar het verleden nog één keer de dansvloer opgaat. 

Over plekken die verdwenen maar nog altijd bestaan in herinnering.

Camping Hietland — Een plek die bleef bestaan in herinneringen

Er zijn van die plekken die niet verdwijnen wanneer de hekken sluiten. Ze blijven bestaan in verhalen, in geuren, in het zachte geritsel van dennenbomen dat je jaren later nog denkt te horen. Camping Hietland was zo’n plek. Een terrein dat begon als een boomgaard achter het huis van Marinus Hietland, postbode van beroep, maar in de loop van driekwart eeuw uitgroeide tot een kleine wereld op zichzelf — een bosrijk domein waar generaties Nijverdallers en gasten uit heel Nederland hun zomers doorbrachten. 

De eerste jaren: een boomgaard, een schuur en wat stro

Rond 1927 — het exacte jaar is nooit helemaal zeker — begon het verhaal. Marinus Hietland had achter zijn huis een groot stuk land, met fruitbomen, hokken, schuren en een paar dieren. Het was geen camping, het was gewoon zijn erf. Tot op een dag reizigers aanklopten met de vraag of ze ergens konden overnachten. Marinus had geen voorzieningen, geen veld, geen huisjes. Alleen een schuur met stro. Maar dat was genoeg. De gasten bleven, en een paar weken later kwamen er opnieuw mensen met dezelfde vraag.

Daar, tussen boomgaard en schuur, ontstond het idee dat het leven van de familie Hietland zou veranderen: een stukje land vrijmaken voor tenten. Een plek waar mensen konden blijven, rusten, genieten van het bos.

De groei van een camping

In de jaren die volgden groeide het terrein stap voor stap. Eerst een eenvoudig toiletgebouwtje, later een wasgelegenheid. Er kwamen houten huisjes — twee daarvan stonden er nog toen de camping uiteindelijk sloot. Het terrein werd steeds verder uitgebreid, vooral toen Marinus’ neef Bertus Hietland en zijn vrouw Janny het bedrijf overnamen. Zij kochten stukken bos, waardoor de camping een karakter kreeg dat uniek was: geen strak aangeharkte velden, maar een bosgebied waar stacaravans, tenten en toercaravans tussen de bomen stonden.

Bovenop het terrein, op wat iedereen “de bult” noemde, lagen de plekken voor jongeren en groepen. Daar brandden kampvuren, werden broodjes geroosterd en ontstonden vriendschappen die soms een leven lang meegingen.

Het zwembad: kouder dan koud, maar geliefd

Het zwembad was een verhaal op zichzelf. In de beginjaren was het toegankelijk voor iedereen uit Nijverdal. Menig oud-Nijverdaller heeft er zwemles gehad — in gehuurde, gebreide zwembroeken die na een duik zo zwaar werden dat je bijna vanzelf onder water bleef.

Het water kwam uit een grote wel onder het terrein. IJskoud, rond de tien graden. De zon moest het zwembad verwarmen, en dat duurde soms dagen. Maar het hoorde erbij. Het was Hietland.

Een familiecamping in hart en ziel

Bertus en Janny kregen drie dochters: Beppie, Caroline en Rieneke. Toen Bertus en Janny ouder werden, droegen ze de camping over aan de drie meiden. Caroline en haar man Harry ten Bloemendal namen het dagelijks beheer op zich. Ze woonden op het terrein, samen met Bertus en Janny, waardoor de camping letterlijk en figuurlijk een familiebedrijf bleef.

En dat voelde je. In de kantine, waar vaste gasten aan de bar zaten. In de activiteiten die werden georganiseerd: bingo, klaverjassen, disco-avonden, livebands, nachtwandelingen, droppings, zwembadspellen en later zelfs een recreatieteam voor de jongste kinderen. Het was een camping waar je niet alleen stond, maar waar je deel werd van een gemeenschap.

 De vaste gasten en de kracht van vriendschap

De camping had zo’n zeventig vaste stacaravans en ongeveer dertig plekken voor tenten en toercaravans. Gasten kwamen uit heel Nederland, maar ook gewoon uit Nijverdal zelf. Pieterpadlopers bleven er één of twee nachten; de route liep immers direct achter het terrein langs.

Toen in 1990 Bertus overleed, en in 1991 zowel Harry als Janny, werd de familie in korte tijd zwaar getroffen. Maar de camping ging door — dankzij familieleden én vaste gasten die inmiddels vrienden waren geworden. Ze stonden achter de bar, hielpen met schoonmaken, organiseerden activiteiten, repareerden wat kapot ging. Het was een gemeenschap die de camping overeind hield.

Beppie, die naar Nijverdal was verhuisd om te helpen, overleed later ook. Het maakte de verbondenheid tussen familie en gasten alleen maar sterker.

Het einde van een tijdperk

Uiteindelijk besloot de familie dat het niet langer haalbaar was om de camping voort te zetten. De gebouwen waren verouderd — charmant, maar niet meer van deze tijd — en de investeringen die nodig waren om aan moderne eisen te voldoen waren te hoog. Hietland draaide altijd op eigen geld, zonder grote leningen, en modernisering was simpelweg niet mogelijk.

In 2001 sloot de camping. Sommige gasten vertrokken meteen, maar de meesten bleven tot het laatste seizoen. Kort daarna overleed ook Caroline ten Bloemendal-Hietland, waarmee een hoofdstuk definitief werd afgesloten.

Wat blijft

Wie vandaag over het terrein loopt, ziet hoe de natuur het heeft teruggenomen. Maar wie goed kijkt, ziet nog altijd contouren: het zwembad, de plekken waar stacaravans stonden, het open veld waar volleybal werd gespeeld, de schommels bij het water, de kantine waar ijsjes en rookwaren werden verkocht.

En wie er ooit kwam, hoort soms nog de echo’s: een kind dat lacht, een plons in het koude water, het geroezemoes in de kantine, het knetteren van een kampvuur op de bult.

Camping Hietland bestaat niet meer. Maar voor velen blijft het het ultieme vakantieplekje — een plek waar de tijd even stil leek te staan.

Tekst; Peter Stevens met dank aan Janienke ten Bloemendal

't Mandje – waar Hellendoorn en Nijverdal hun jeugd achterlieten 

Aan de Joncheerelaan, precies op de grens tussen Hellendoorn en Nijverdal, stond ooit een gebouw dat meer was dan baksteen, muziek en licht. Het was een overgangsrite, een ontmoetingsplek, een wereld waar de jeugd van de jaren zeventig zichzelf vond — of verloor — en waar herinneringen ontstonden die een leven lang bleven hangen. Wie 't  Mandje heeft gekend, draagt het nog steeds mee. Niet als gebouw, maar als gevoel.

Van Bondshotel Dennenoord naar een discotheek

Lang voordat de muziek door de ramen denderde, heette het pand Hotel Dennenoord, in de volksmond een Bondshotel. Het was een bescheiden hotel, omringd door groen, met achter het gebouw kwam later een camping waar gezinnen uit het hele land hun zomers doorbrachten. In 1965 kocht Herman Veerkamp het pand van de eigenaar Kamstra. Veerkamp, afkomstig uit Musselkanaal, was een ervaren hotelhouder: gastvrij, ondernemend en altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden.

Hij legde rechts van het hotel een midgetgolfbaan aan en achter het gebouw stonden oude personenbussen die dienst deden als vakantiehuisjes. Veerkamp vond dat rommelig; de bussen verdwenen en maakten plaats voor een echte camping. Hij reisde regelmatig naar het noorden van het land om reclame te maken en complete reisjes te organiseren die bezoekers naar zijn hotel in Nijverdal trokken. Het werkte: Dennenoord werd een levendige plek.

Maar begin jaren zeventig veranderde de tijd. De jeugd wilde meer dan een hotelbar of een dorpscafé. In 1972 verbouwde Veerkamp het hotel tot een teutbar, maar dat sloeg niet aan. De sfeer moest moderner, eigentijdser. Daarom volgde een nieuwe verbouwing: de teutbar maakte plaats voor een bar-dancing. Vanaf dat moment kreeg het pand zijn naam — 't Mandje.

Een familiebedrijf in hart en nieren

't Mandje was geen onderneming met personeel dat via advertenties werd geworven. Het was een familiebedrijf in de puurste vorm. Harrie en Marga, Jos en Ineke, Heleen en Jos — iedereen werkte mee. Achter de bar, in de keuken, bij de deur, in de organisatie. In de keuken werd vooral eten gemaakt voor het personeel; bezoekers kwamen voor de drank, niet voor maaltijden.

Bij de deur stonden Jo Broekhof en Pa Veerkamp. Zij deelden de consumptiekaarten uit en hielden toezicht, vriendelijk maar recht door zee. Broekhof was een markante Hellendoorner, bekend om zijn droge humor. Zo ging het verhaal dat hij als nachtportier van Dennenoord ooit een Duits echtpaar aan de deur kreeg die graag naar binnen wilden. Zijn antwoord: “Als jullie niet met zoveel zijn als in 1940, dan zijn jullie welkom.”

De muziek, de dj’s en de dansvloer

't Mandje stond bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als Discotheek Bar. Er waren geen liveoptredens; de sfeer werd volledig bepaald door de muziek uit de speakers. De discjockeys waren Hans van Petersen en Jos Veerkamp, herkenbare stemmen en gezichten voor iedereen die er kwam. Alex Piksen viel regelmatig in, en Wim Hutten draaide op zondagmiddag voor jongeren die ’s avonds nog niet mochten. Hans van Petersen was er meestal op de zaterdag terwijl Jos Veerkamp draaide op de vrijdag en zondagavond. Harrie had inmiddels het gebouw en de Camping van zijn vader overgenomen(1971).

Toen 't Mandje in 1972 opende, was er nog geen dansvloer. Rechts van de verhoogde plek waar de dj stond, bevond zich een garderobe midden in de zaak. Harrie Veerkamp, die het discotheekidee had aangedragen, stelde voor de garderobe te verplaatsen en op die plek een dansvloer te bouwen. In 1973 gebeurde dat: een verdiept vlak in het zaalveld werd de dansvloer waar de avonden tot leven kwamen.

De muziek bestond volledig uit vinyl. Een deel van de platen was eigendom van 't Mandje, maar Hans en Jos hadden ieder hun eigen koffer met geliefde nummers. Soulmuziek was immens populair. Platen werden gekocht bij Wieldraaier, Foto Marlet en Hans’ speciale adresje in Amsterdam: MCC.

Er waren avonden waarop de techniek het begaf.

Hans vertelde later hoe hij tijdens Slade – Look What You Done to Me een vol glas cassis over het mengpaneel liet vallen, met een gigantische kortsluiting tot gevolg. De gasten bleken sportief: ze begonnen massaal te zingen. Jos regelde razendsnel een vervangend mengpaneel en Hans kon weer verder.

Als er geen dj draaide, werden grote geluidsbanden afgespeeld met opnames van eerdere avonden. Sommige nummers werden grijs gedraaid: Freedom van Mac & Katie Kissoon, Elah, Elah van Axis, Honkie Tonkie Pianissie van Nico Haak, Barry White, Yoepi Yoepi, Tavares met Heaven en vele anderen. Er was een vast openingsnummer én een vaste afsluiter die aangaf dat de avond voorbij was.

Dansen begon vaak met meisjes onder elkaar. Jongens sloten later, soms nog wat schoorvoetend, aan. Een extra zetje van vrienden kon daarbij wonderen doen — zoals in het verhaal van Jos Bouwmeester en Alex Nijveld. Alex daagde Jos uit om half op een kruk, naast een dame, te gaan zitten. Met een paar biertjes op nam Jos de uitdaging aan. Wat begon als een grapje en een beetje bravoure, bleek uiteindelijk een bijzonder goede zet: Jos en de dame raakten aan de praat, en van het een kwam het ander. Ze trouwden later met elkaar.

En het mooie is: het verhaal kreeg een lang en bijzonder vervolg. In december 2027 zijn Jos en zijn vrouw alweer vijftig jaar getrouwd. Wat ooit begon op de dansvloer van ‘t Mandje, met een uitdaging van een vriend en een half plekje op een kruk, groeide dus uit tot een huwelijk van een halve eeuw.

De kaart, het luikje en moeder Veerkamp

Iedere bezoeker kreeg bij binnenkomst een consumptiekaart. Je betaalde niet per drankje; alles werd bijgehouden. Aan het einde van de avond liep je naar het luikje in de woonkamer van moeder Veerkamp, grenzend aan de gang naar de buitendeur. Daar werd afgerekend — een ritueel dat bijna net zo bekend was als de dansvloer.

Sommigen probeerden te sjoemelen door kaarten met te veel streepjes via het wc-raam naar buiten te werken. Bij verlies van een kaart moest je tien gulden betalen, maar vaak stond er veel meer op. Wie betrapt werd, moest alles alsnog betalen en kreeg een duidelijke waarschuwing. Diefstal werd niet gedoogd. Bezoekers met opvallend veel streepjes werden extra in de gaten gehouden.

Drankjes van een andere tijd

De drankjes vertellen veel over de sfeer van de jaren zeventig. Jus d’orange met Pisang Ambon was een klassieker. Daarnaast vloeiden Moesel, Martini en Sherry rijkelijk. Bij de eerste bar stond meestal Harrie of Jos achter de toog; achterin stonden vaak Jos en Heleen Geuzendam. Eten was er niet — alleen drank.

De camping: een wereld op zichzelf

Achter 't Mandje lag de camping, een volledig zelfstandige plek met bezoekers uit het hele land. De camping had niets te maken met de exploitatie van 't Mandje, maar door de nabijheid ontstond een natuurlijke wisselwerking. Vakantiegangers ontdekten al snel dat er aan de Joncheerelaan een populaire discotheek stond.

De jeugd uit Hellendoorn en Nijverdal kwam er sowieso; voor hen was het Mandje een vast onderdeel van het weekend. Campinggasten sloten moeiteloos aan. Zo ontstond een unieke mengeling van lokale jongeren en vakantiegangers. Sommigen vonden er een vakantieliefde, anderen een partner voor het leven.

Wonen boven 't Mandje

Boven het pand waren slaapplaatsen. Eerst woonden vader en moeder Veerkamp er. Later namen Harrie en Marga de bovenverdieping over. Het was een huis boven een wereld die elke vrijdag- en zaterdagavond, op zondagmiddag én op zondagavond tot leven kwam.

Geen rituelen, wel herinneringen

Er waren geen officiële rituelen, maar wel vaste momenten die zich telkens herhaalden: de spanning bij binnenkomst, de eerste dans, de consumptiekaart die zich vulde, de muziek die nog dagenlang in je hoofd bleef. En bovenal: de mensen. Het geloof speelde in die tijd nog een grote rol, wat soms zorgde voor gedoe bij ouders wanneer hun kinderen een mogelijke partner hadden ontmoet.

Wie in 't Mandje zijn wederhelft vond, draagt die herinnering nog altijd mee.

Het einde van een tijdperk. Het besluit om te sluiten

In 1977 werd besloten 't Mandje te sluiten. De jaren ervoor waren geleidelijk zwaarder geworden: de financiële druk nam toe en het werd steeds lastiger om de zaak op een gezonde manier draaiende te houden. Tegelijk veranderde de sfeer onder de bezoekers. De tijd werd opener, de jeugd zelfbewuster, en soms ontstonden er kleine spanningen die meer aandacht vroegen dan voorheen.

De familie Veerkamp bleef zich met hart en ziel inzetten om de goede sfeer te bewaren, maar het vroeg steeds meer energie om alles in balans te houden.

Uiteindelijk maakte de combinatie van financiële zorgen en een veranderende tijdgeest duidelijk dat doorgaan niet langer haalbaar was. Zo kwam er een einde aan 't Mandje — niet omdat de warmte of de ziel verdwenen was, maar omdat de omstandigheden simpelweg niet meer meewerkten.

In 1977 werd de grond, inclusief woning en camping, verkocht aan verzekeringsagent Geurtse die er weer andere plannen voor had maar kon dit uiteindelijk niet rondkrijgen. Hij heeft het verhuurd aan Rob Telgenkamp die er een Blues café in begon. Daarmee kwam een einde aan 't Mandje. Niet omdat de sfeer verdween, maar omdat het leven verder ging. Het gebouw verdween, maar de verhalen bleven.

't Mandje leeft voort

Vandaag herinnert niets meer aan de discotheek. Geen neonletters, geen dansvloer, geen luikje. Het pand heeft plaats moeten maken in okt 1990 voor nieuwbouwhuizen. Maar in Hellendoorn en Nijverdal leeft 't Mandje voort in gesprekken, fotoalbums, huwelijken en vriendschappen die begonnen op een warme avond aan de Joncheerelaan.

Het Mandje was geen gebouw. Het was een hoofdstuk.

Harrie Veerkamp is overleden op 12 maart 2009.  Jos Veerkamp is overleden op 1 januari 2023

Tekst Peter Stevens; Met dank aan Jos en Heleen Geuzendam, Hans van Petersen en Jos Bouwmeester

Dalzicht: Het verhaal van Sallandse gastvrijheid

Aan de rand van het majestueuze Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug, waar de heide golft als een paarse zee en de bossen fluisteren in de wind, stond jarenlang een gebouw dat méér was dan baksteen en dakpannen. Op Grotestraat 285 in Nijverdal bevond zich Hotel Restaurant Dalzicht—een plek waar herinneringen werden geboren, waar levens elkaar kruisten, en waar gastvrijheid een gezicht kreeg.

Een begin vol belofte – 1926

Op 8 mei 1926 opende Dalzicht zijn deuren voor het publiek. Wat begon als een bescheiden hotel groeide uit tot een geliefde ontmoetingsplek voor natuurliefhebbers, dorpsbewoners en reizigers van heinde en verre. De naam “Dalzicht” was geen loze belofte: het uitzicht over het dal en de omliggende natuur was adembenemend. ''Gasten konden vanaf het terras de zon zien zakken achter de heuvels'', terwijl de stilte van het landschap zich als een deken over hen uitstrekte.

Dalzicht was een toevluchtsoord. Wandelaars en fietsers vonden er hun rust na een dag op de Sallandse paden. Lokale bewoners kwamen langs voor een kop koffie, een goed gesprek of een feestelijke gelegenheid. Het hotel was het decor van talloze jubilea, bruiloften en romantische diners—een plek waar het leven gevierd werd.

Nostalgie in elke hoek

De inrichting van Dalzicht straalde een warme, ouderwetse charme uit. Geen moderne fratsen, maar houten lambrisering, klassieke gordijnen en een sfeer die deed denken aan vervlogen tijden. De kamers waren eenvoudig maar knus, en de gemeenschappelijke ruimtes ademde een gevoel van thuiskomen. Gasten voelden zich er geen klant, maar familie.

Smaakvolle traditie – ’t Stut en Koningsbelt

Dalzicht herbergde twee karaktervolle restaurants: ’t Stut en Koningsbelt. Elk met een eigen ambiance, maar beide geworteld in culinaire traditie. De gerechten waren eerlijk, smaakvol en met liefde bereid. Van wildstoofpotjes tot klassieke desserts—de keuken kreeg lovende kritieken en was een reden voor velen om terug te keren.

Het hotel was ook een sociaal knooppunt. Vergaderingen, toneelavonden, dansfeesten en culturele bijeenkomsten vonden er plaats. Bekende artiesten traden op, en zelfs prominente politici, waaronder Mark Rutte, wisten de weg naar Dalzicht te vinden. Op een gegeven moment werd het pand zelfs uitgebreid met een vestiging van het Golden Ten casino, wat een verrassende maar markante toevoeging was aan het toch al rijke palet van activiteiten.

De ramp van 1938 – Een keerpunt

Op 30 november 1938 sloeg het noodlot toe. Een allesverwoestende brand legde Dalzicht volledig in de as. Wat resteerde was puin, rook en verdriet. Maar de geest van Dalzicht was niet te breken. Met vastberadenheid en gemeenschapszin werd het hotel herbouwd—groter, eleganter, en met nog meer allure. De wederopbouw was niet alleen een fysieke reconstructie, maar een symbolische hergeboorte. Dalzicht stond weer, als een feniks uit de as.

Een nieuwe richting – De Sallandse Berg

Na het overlijden van eigenaar Wim Schoonderwoerd in 2015 kwam er een nieuwe fase. Zijn familie besloot het pand te verhuren aan de Chinese familie Zeng. Wat volgde was een ingrijpende transformatie. Het klassieke hotelconcept maakte plaats voor een grootschalig wereldrestaurant: De Sallandse Berg. Met ruimte voor meer dan 600 gasten werd het een culinair centrum waar smaken van over de hele wereld samenkwamen.

De karakteristieke luifeltjes van het gebouw werden liefdevol gerestaureerd, en het interieur kreeg een moderne uitstraling met subtiele verwijzingen naar het verleden. Tegenover het restaurant het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer sinds 2000 hier gevestigd. De grote parkeerplaats word door bezoekers van zowel de Sallandse Berg als Staatsbosbeheer gebruikt.

Een echo van het verleden

Hoewel de naam “Dalzicht” van de gevel verdween, leeft hij voort in de harten van de Nijverdallers. Het gebouw draagt nog steeds de ziel van wat het ooit was. In de muren, in het uitzicht, in de sfeer—de herinnering aan Dalzicht is tastbaar. Het was geen hotel, maar een ervaring. Een plek waar generaties hun verhalen begonnen, vierden en afsloten.

Vandaag de dag is het pand een ander soort ontmoetingsplek, maar het blijft een monument van Nijverdalse geschiedenis. Dalzicht was, en is, een symbool van verbondenheid, gastvrijheid en tijdloze charme.

"Studio Pub: Het Hart van Nijverdalse Creativiteit en Cultuur"

Leo ten Brinke, een geboren en getogen Nijverdaller, groeide op in een gezin dat verbonden was met een iconisch lokaal instituut: de bakkerij van zijn vader, Bakker ten Brinke. Zijn jeugd speelde zich af in een huis aan het spoor, gelegen aan de Bouwmeesterstraat. Al vroeg liet Leo zich leiden door zijn dromen en ambities, wat hem naar de Zeevaartschool bracht om een carrière op zee te starten. Echter, het avontuur bracht hem later naar Amsterdam, waar zijn passie zich verlegde naar vormgeving en reclame. Leo was een man met creatieve flair, en zijn reclamecampagne “Koning Keizer Admiraal…” blijft een opvallende herinnering uit die tijd.

Toch trok zijn geboortedorp Nijverdal hem weer terug. In 1968 vestigde hij Studio Pub in het pand van kruidenier Daane. Studio Pub was een veelzijdige ruimte, een samensmelting van een koffiebar en een ontwerpstudio, dat zat boven waar Leo zijn creatieve werken voortzette. Ironisch genoeg schonk men weinig koffie in de bar; het sociale aspect overheerste. Leo zelf voelde zich minder aangetrokken tot het runnen van de bar en huurde al snel André Rozendal in om deze taak op zich te nemen. Samen met zijn gezin woonde André boven Studio Pub, net zoals Leo dat deed. In de eerste maanden van haar bestaan trok de zaak voornamelijk lokale middenstanders, zoals Egbert van Schoot, de gebroeders Hamming en gebroeders Hekman van Jamin.

Aan het begin van de jaren ‘70 transformeerde Studio Pub tot een waar knooppunt van diversiteit, waar een mengelmoes van jongeren en creativiteit mengden met leeftijdsgenoten die op zoek waren naar een nieuw pad. Mieke, oorspronkelijk afkomstig uit Hellendoorn kwam vanuit Amsterdam, versterkte het team in de koffiebar en werd later Leo’s partner. Haar komst bracht een nieuwe dynamiek en, net als anderen, woonde ze boven Studio Pub.

Studio Pub omarmde de culturele beweging van de jaren ‘60 en ‘70 en sloot zich aan bij Provadya, een platform dat avonden organiseerde vol muziek, theater, dans, poëzie en film. In samenwerking met Aloha werd in juli 1969 een grote picknick georganiseerd nabij de brandtoren op de Nijverdalse Berg. Met regelmaat traden er bandjes uit de omgeving op in Studio Pub. Later waren er ook festivals in het Henri Dunant Plantsoen, waarbij lokale bands optraden in de muziekkoepel.

Creativiteit kende geen grenzen bij Studio Pub. Naast evenementen bracht het een eigen magazine uit met de fraaie naam d’ Oprechte Nijverdalse Courant, waarin originele ideeën zoals Leo’s Tunnelplan werden gepresenteerd. Een van de redacteuren voor deze courant was een stamgast n.l. Ite Hamming. Dit plan, bedacht op een bierviltje in 1971, zou de basis vormen voor wat later de Salland-Twente Tunnel werd. Hoewel de tunnel niet naar hem is vernoemd, draagt het park bovenop de tunnel zijn naam als eerbetoon aan zijn bijdragen aan de gemeenschap.

De bedoeling was aanvankelijk dat de Grotestraat een Boulevard werd en dan moesten de auto’s via een andere weg van de ene kant van Njverdal naar de andere. En dat is inmiddels een feit.

Studio Pub bevond zich in een tijd waarin Nijverdal weinig plekken kende voor sociale en creatieve samenkomsten. In de periode van eind jaren 60 werden de mogelijkheden aanzienlijk uitgebreid. Naast Studio Pub waren er destijds onder andere Top Corner, Het Luifeltje, Het Karrewiel en de Dialoog. Pioniers zoals de Black Bar, Quasi Modo en Oesophagus verrijkten het aanbod verder.

Ondanks de ziel en het succes van Studio Pub, kende het verhaal ook uitdagingen. Omdat het horecavakdiploma niet werd behaald, mocht er geen alcoholische drank worden verkocht. Men kreeg wel enkele jaren een ontheffing. Uiteindelijk werd het pand in 1974 ontruimd, waarmee het eerste hoofdstuk van Studio Pub eindigde. André Rozendal was inmiddels al vertrokken naar Sneek, terwijl Leo verderging aan de Esweg en later aan de Willem de Clerqstraat samen met Mieke en hun zoon Said. Helaas stierf Leo in 1977 na een periode van ernstige ziekte.

Studio Pub kreeg later een herstart, de herstart was door de stichting Studio Pub, die bestond uit vaste bezoekers van Studio Pub. Leo ten Brinke was hier ook bij betrokken. Nadat de stichting was opgeheven stopte Studio Pub. Jan Kamans uit Deventer startte er een kroeg maar dat was geen succes. Daarna namen Eddy Mengerink en Anne de Jong het over en startten ze 't Café, waar ze ook liveoptredens hadden, films draaiden etc. Na het vertrek van Eddy is Anne samen met Karen (zijn toenmalige vriendin en later zijn vrouw) doorgegaan onder de naam Cafe Lambic.

Toch blijft de originele vorm een symbool van creativiteit en gemeenschap in Nijverdal. In 1976 werd wederom een grote picknick georganiseerd op de Nijverdalse Berg, een evenement waarde Slumberlandband optrad. Ook de iconische locatie In De Tonne bleef herinneringen creëren, zoals de reünie “Stampende Gympies” in 1984, waar de Margriet Eshuys Band de harten van het publiek veroverde. Twee jaar daarvoor trad de Sandy Coast met Hans Vermeulen op ook in In De Tonne. Reünie ''Stampende gympies'' werd destijds georganiseerd door Kees en Gerrie Tromp, Hans en Heleen Hekman, Harry Scholten, Gerte Hekman, Jan en Willy de Boer, Bertus en Trudy Webbink en Gerrit en Marjo Brinkman.

Zo vormen de verhalen van Studio Pub en de andere iconische uitgaansgelegenheden een blijvende echo van creatieve en muzikale hoogtepunten in Nijverdal en Hellendoorn. Met dank aan Andre Rozendal. Foto's; HKHN

Bowlingboerderij: het verhaal van een plek die bleef verbinden

In de jaren zeventig, toen televisie nog knisperde uit houten kasten en kinderen op straat hun avonturen beleefden, opende in de Nijverdalse wijk De Blokken een bescheiden snackbar aan de Portlandweg. De naam: ’t Uitzettertje. De naam was een knipoog en eerbetoon aan de enthousiaste eigenaren, Theo en Rietje Uitzetter, een stel met een warm hart en een flinke dosis humor.

Wat begon met friet, een ouderwets “trekmuurtje” en Rietje’s hartelijke lach achter de toonbank, groeide uit tot een buurtinstituut. Geen franje, wel oprechte gastvrijheid. De geur van verse snacks, het geritsel van de automaat, en bovenal Theo’s grappen: van stropdassen afknippen tot eieren bakken op de motorkap van een klant. Het was een plek waar iedereen welkom was, tieners na school, vaders met een biertje, moeders met kooktips, en oma’s voor hun wekelijkse gehaktballen.

Als Theo aan het einde van de avond een biertje mee dronk dan moest hij van Rietje aan de andere kant van de bar zitten! Een kastelein drinkt niet achter de bar was het standpunt bij Theo en Rietje.

Theo hield van zijn gasten, en dat ging verder dan de bar. Wie te diep in het glaasje had gekeken, werd door hem persoonlijk thuisgebracht. Eén klant keerde zelfs terug met de auto, puur om Theo alsnog te bedanken, of dat de bedoeling was, bleef een mysterie 😊.

Maar ’t Uitzettertje was meer dan een snackbar. Het was een sociale smeltkroes, waar gesprekken ontstonden tussen kroketten en berenhappen. En Theo droomde verder. Hij zag in zijn werk een kans om iets blijvends te creëren. Rietje volgde hem, met liefde en vertrouwen.

Die kans kwam in 1977, toen een vervallen boerderij van de familie Nahuis aan de Koersendijk beschikbaar kwam. Waar anderen vooral rot hout en werk zagen, zag Theo potentie. En zo werd de Bowlingboerderij geboren. De oude stal werd omgetoverd tot een bowlingcentrum in boerensfeer. De houten balken bleven, de lage plafonds ook — maar in plaats van koeien kwamen mensen. Het geluid van vallende kegels mengde zich met de geur van gehaktballen en Twentse gezelligheid.

De Bowlingboerderij groeide uit tot een regionaal begrip. Op zondag werd er gefeest aan de Twentse Toafel, een rijk buffet vol streekgerechten. Gezinnen bouwden herinneringen, bedrijven vergaderden, vrienden vierden verjaardagen. Vooral veel Twentse bruiloften werden er gehouden. Het was een plek waar het leven gevierd werd.

Aan de overkant ontstond een serene tegenhanger: De Mijmerij. Een intiem restaurant met uitzicht op de weilanden, waar rust, verfijning en bezinning samenkwamen. Theo en Rietje vonden hier uiteindelijk hun thuis, terwijl hun dochter Christel en schoonzoon Bilal hun eigen stempel drukten met sportschool Gym to B. Wonen, werken en welzijn kwamen hier op bijzondere wijze samen, doordrenkt van Twentse nuchterheid en familiegevoel.

Later verhuisde de sportschool onder de naam PLAN naar de Holterweg. De Mijmerij krijgt binnenkort een nieuwe invulling als woonzorglocatie van Long at Home, een bestemming die hopelijk opnieuw de geest van zorg en verbinding zal ademen.

In 2002 droegen Theo en Rietje de Bowlingboerderij over aan Michel en Ira Gieliam. Zij zetten het concept voort en voegden De Hooischuur toe: een pannenkoekenrestaurant dat razendsnel geliefd werd. Hun pannenkoeken met spek en stroop kregen bijna mythische status, net als de zomerse stroopkar voor passerende gasten.

Vanaf 2015 nam de familie van Faassen het stokje over.

Maar in september 2021 sloeg het noodlot toe. Een verwoestende brand legde in enkele uren zowel de Bowlingboerderij als De Hooischuur volledig in de as. De familie van Faassen, op vakantie in Oostenrijk, keerden terug naar Nijverdal met een gebroken hart en moeilijke keuzes.

Ze overwogen een herstart in de horeca, maar kozen uiteindelijk voor een andere weg. Op de plek waar ooit gelachen en gebowld werd, verrijst nu zorgcomplex ’t Koersenhof. Een nieuwe bestemming, maar met dezelfde ziel: warmte, aandacht en gemeenschap maar nu voor mensen met een zorgvraag.

Dit verhaal eindigt niet in rook en puin, maar in wedergeboorte. Het is een geschiedenis van dromen die evolueerden, van families die hun hart volgden, en van een Twentse plek die altijd welkom heette , en dat nog steeds doet.

Aan de Koersendijk wonen Christel Durmaz Uitzetter en haar man Bilal nog altijd met veel plezier. Omringd door herinneringen, doordrenkt van liefde, en met de geest van Theo en Rietje nog voelbaar in elke steen.

Theo Uitzetter is overleden in december 2015. Rietje Uitzetter is overleden in mei 2024.