

Bij Nijverdal Objectief, een mediabedrijf o.a. gespecialiseerd in historische fotografie, draait alles om het vastleggen van de mooie momenten uit het verleden. We zijn gepassioneerd over het verzamelen en delen van foto's uit vroeger tijden van de plaats Nijverdal. Met onze collectie brengen we een deel van de rijke geschiedenis van deze bijzondere plek tot leven. Join ons en ontdek de betoverende verhalen die schuilen achter de beelden van weleer.

We hebben niet kunnen ontdekken wie deze foto's gemaakt heeft en hebben geen toestemming kunnen vragen om ze te publiceren. Indien iemand kan aantonen eigenaar te zijn van deze afbeeldingen en ons geen toestemming geeft voor deze publicatie dan zullen wij ze onmiddelijk verwijderen van onze website.

Nijverdal is in 1836 gesticht door toedoen van Thomas Ainsworth en de Nederlandsche Handel-Maatschappij, maar tot bloei gekomen dankzij de gebroeders Salomonson. Zij namen in 1852 de oorspronkelijke fabrieken over en legden de basis voor de fabrieken van Ten Cate, zoals die tot op heden in Nijverdal te vinden zijn.
Verliesgevende onderneming
Toen Ainsworth in 1841 overleed liet hij geen winstgevende onderneming na, voornamelijk doordat hij meer technicus dan zakenman was. Zijn weduwe liet het bedrijf voortzetten door bedrijfsleider Van Wijngaarden, maar deze wist het ook niet winstgevend te maken. In 1844 verkocht zij de fabrieken aan Cornelis Kuyper, een industrieel uit Zaandam. Deze overleed echter al in 1845. Zijn zoon Jacob nam de bedrijfsleiding samen met Van Wijngaarden over. Ook hen lukte het niet om blijvend winst te maken, zodat de familie Kuyper zich in 1849 genoodzaakt zag om het bedrijf stil te leggen. De arbeiders werden ontslagen en velen van hen vertrokken naar elders. Een publieke veiling van de eigendommen ging niet door wegens gebrek aan belangstelling.
Koninklijke Stoomweverij
In 1851 ging het weer wat beter met de textielindustrie en kon het fabriekscomplex wel geveild worden. Kopers waren Godfried en Hein Salomonson, fabrikanten uit Almelo. Zij lieten de oude fabrieksgebouwen afbreken en bouwden een nieuwe stoomweverij, waaraan het predicaat Koninklijk werd verleend. Voor deze Koninklijke Stoomweverij (KSW) werd een stoommachine gekocht in Amsterdam, evenals een tiental weefgetouwen in Engeland. In 1853 werd de fabriek in gebruik genomen. Al snel kon de productie worden uitgebreid en in 1854 had de fabriek al 360 getouwen. Het was toen de enige draaiende stoomweverij in Nederland.
In 1861 besloten de Salomonsons samen met M.G. van Heel in Nijverdal een stoomblekerij op te richten voor het bleken van de geweven stoffen. De deelname van de Salomonsons in deze onderneming heeft niet lang geduurd, want in 1889 openden zij een eigen blekerij die zich vanaf 1890 ook Koninklijk mocht noemen. In 1926 werd een stoomspinnerij gebouwd.
Sociaal karakter
De Salomonsons trokken wevers aan uit heel Nederland, bijvoorbeeld uit Schokland, Zeeland en de Koloniën van Weldadigheid. Zij bouwden voor hen vier blokken van zeventien woningen langs de weg Zwolle-Almelo.
Directeur G. Salomonson regelde ook diverse sociale voorzieningen voor de fabrieksarbeiders. Zo kwam er een ziekenfonds (door de arbeiders zelf betaald), een fröbelschool, een eigen muziekkorps, een coöperatieve winkel, een bibliotheek, enzovoorts. Buiten de fabriek om steunde hij in Nijverdal kerken en zelfs een vakbond bij het bouwen van een eigen onderkomen. Daarnaast waren er betere arbeidsregelingen dan bij vergelijkbare textielfabrieken elders in het land.
Fusie met Ten Cate
Ruim 1 eeuw na de oprichting fuseerde de KSW in 1957 met H. ten Cate Hzn. & Co uit Almelo. Het was de eerste grote industriële fusie van Nederland. Sindsdien richtte het bedrijf zich steeds minder op traditionele textielproducten, maar meer op industriële textieltoepassingen, kunstgras en chemische producten. De maatschappelijke betrokkenheid met Nijverdal is zo goed als verdwenen. Wel is de Koninklijke Ten Cate NV hoofdsponsor van de eredivisie voetbalclub Heracles uit Almelo.
Bron; De Koninklijke Stoomweverij - Canon van Nederland

De zandafgraving die leidde tot "Het Ravijn" in Nijverdal werd uitgevoerd om de spoorlijn Almelo-Zwolle door de Sallandse Heuvelrug mogelijk te maken. Deze spoorlijn werd oorspronkelijk aangelegd in de tweede helft van de 19e eeuw, rond 1881, door de Staatsspoorwegen. Het project was onderdeel van de uitbreiding van het spoorwegnetwerk in Nederland, dat bedoeld was om de economische groei en mobiliteit te bevorderen.
De aanleg van de spoorlijn vereiste aanzienlijke aanpassingen aan het landschap, waaronder het verwijderen van zand en grond om een doorgang te creëren door de heuvelachtige Sallandse Heuvelrug. Dit resulteerde in de diepe uitsnede die we nu kennen als "Het Ravijn."
Het is fascinerend hoe deze historische ingreep niet alleen functioneel was, maar ook een blijvende impact heeft gehad op het landschap en de gemeenschap.
Gebouw voor Chr. Belangen
In de jaren vijftig vond er een sociale en culturele revolutie plaats in Hellendoorn. Kees Jongejan, afkomstig van de Nijverdalse Jeugdherberg Doevenbree, begon met handenarbeidclubs voor zowel kinderen als volwassenen. Dit initiatief was zo succesvol dat in 1952 de Stichting voor Sociaal en Cultureel Werk in de Gemeente Hellendoorn werd opgericht, ook wel bekend als Stichting Hellendoorn.
De stichting groeide en kreeg een eigen ruimte in het voormalige badhuis van zwembad Duivecate, genaamd “De Duiventil”. Hoewel de stichting aanvankelijk volledig op vrijwilligers draaide, werd in 1955 de eerste betaalde medewerker aangenomen, gevolgd door een tweede medewerker 12 jaar later. De activiteiten breidden zich uit, en De Duiventil werd te klein. In 1966 vond de stichting een nieuwe locatie in het Gebouw voor Christelijke Belangen aan de Spoorstraat in Nijverdal. Na een verbouwing kreeg het pand in 1970 de naam “Ons Gebouw” en huisvestte het de succesvolle Black Bar.




Nijverdal heeft een bijzondere geschiedenis die ons terugvoert naar de bouw van de spoorlijn Zwolle-Almelo, geopend op 1 januari 1881. Dit infrastructurele project was niet alleen een mijlpaal voor de regio, maar bracht ook immense uitdagingen met zich mee. Het grootste obstakel bleek de Nijverdalseberg, een deel van de Sallandse Heuvelrug, waarvan de heuvelachtige structuur moest worden afgegraven om een vlakke doorgang voor de trein mogelijk te maken. Tientallen arbeiders werden ingezet voor het zware werk, ondersteund door een indrukwekkende stoomaangedreven graafmachine genaamd de IJzeren Man. Deze machine was revolutionair voor zijn tijd en speelde een cruciale rol in het afgraven van de berg. Het zand dat werd afgegraven diende een praktisch doel: het werd gebruikt om de spoortracés tussen de Nijverdalseberg en Raalte en tussen Nijverdal en Wierden op te hogen, waardoor de lijn stevig en efficiënt kon functioneren.
Terwijl de regio zich aanpaste aan deze nieuwe vorm van transport en ontwikkeling, bracht de afgraving van de berg twintig jaar later een onverwachte en intrigerende wending in de geschiedenis van Nijverdal: de uitbraak van een heuse goudkoorts. In oktober 1901 dienden Emanuel Hompes uit Den Haag en Samuel Frank uit Watergraafsmeer een aanvraag in bij Gedeputeerde Staten van Overijssel om goud te mogen delven in het Ravijn van Nijverdal. Deze heren hadden al ervaring met goudwinning in Zuid-Afrika en hadden daar aanzienlijke rijkdommen vergaard. Uit hun vooronderzoek bleek dat een proefmonster uit het Ravijn verrassend veel potentieel had: per 500 gram erts bevatte het 25 milligram goud en 125 milligram zilver. Dit voorspelde een rendement dat aantrekkelijker was dan dat van veel andere mijnen wereldwijd, wat leidde tot financiële steun van verschillende investeerders.
Met hun vergunning op zak en de steun van geldschieters kochten Hompes en Frank een stuk grond van de plaatselijke boer Rutgers (Kupers Teunis) uit Hellendoorn. Ze vestigden zich tijdelijk in het café De Budde, dat een soort operationeel hoofdkwartier werd, en begonnen met 25 arbeiders aan de goudwinning. Diepgaande loopgraven van ongeveer 12 meter werden aangelegd, grondmonsters werden zorgvuldig verzameld en naar laboratoria gestuurd voor onderzoek. Aanvankelijk leek het avontuur veelbelovend. De spanning hing in de lucht, terwijl hoop op rijkdom de gemeenschap van Nijverdal in zijn greep had.
Toch bleek de goudkoorts van korte duur. De landelijke overheid stelde een onderzoek in, uitgevoerd door een hoogleraar uit Delft, om de claims over het goudgehalte in de grond wetenschappelijk te verifiëren. Hoewel het onderzoek enige tijd in beslag nam, begon de initiële opwinding langzaam af te nemen. Uiteindelijk was de conclusie van het Delftse rapport een teleurstelling: hoewel er goud in de grond zat, waren de hoeveelheden commercieel niet rendabel. Hompes en Frank moesten hun onderneming opgeven, de arbeiders werden ontslagen, en de geïnvesteerde dromen vervlogen.
Vandaag de dag blijft er echter een tastbare herinnering aan deze bijzondere maanden in de geschiedenis van Nijverdal: het Goudzoekerspad, een fietspad dat door het Ravijn loopt. Het herinnert ons aan een tijd waarin ambitie en hoop hoogtij vierden, en hoe een klein stukje natuur een groot verhaal kon vertellen.
Het Ravijn en de Nijverdalse geschiedenis zijn fascinerende voorbeelden van hoe menselijk streven en natuurlijke landschappen met elkaar verweven raken.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, tussen 1914 en 1918, voltrok zich een dramatische gebeurtenis die de levens van vele Belgen voorgoed zou veranderen. Circa een miljoen Belgen zochten hun toevlucht over de grens in Nederland. Deze vluchtelingen waren een bonte mix van burgers en militairen, gedreven door angst voor het oorlogsgeweld en de wreedheden van de Duitsers.
De Belgische vluchtelingen werden met open armen ontvangen in Nederlandse steden en dorpen. Een van die plekken was Nijverdal, waar het Unitas-gebouw aan de Salomonsonstraat dienst deed als toevluchtsoord. Op een bord bij de ingang stond trots geschreven: “Belgische vluchtelingen. Hulde aan de burgemeester en de hele bevolking van Hellendoorn en Nijverdal.”
In totaal werden zo’n tweehonderd Belgische vluchtelingen ondergebracht in verschillende gebouwen. Naast het Unitas-gebouw waren er nog andere locaties, zoals het huidige Löwik aan de Salomonsonstraat en het St. Josephgebouw aan de Rijssensestraat 61. Zelfs het Vischnet naast de Evangelische Kerk bood onderdak aan deze ontheemde mensen.
Onder de vluchtelingen bevonden zich niet alleen burgers, maar ook een groep Belgische militairen. Zij waren ofwel gedeserteerd of van hun legereenheid afgesneden. Deze militairen werden later geïnterneerd, maar de meesten van hen werden met mededogen behandeld.
Opmerkelijk genoeg bleef één Belg achter in Nijverdal. Wie was deze persoon? Het is een intrigerend mysterie dat tot op de dag van vandaag niet volledig is opgelost. Misschien lopen er nog steeds Nijverdallers rond met Belgische voorouders, een stille herinnering aan die turbulente tijd van oorlog en vlucht.

Het eerste zwembad in de gemeente Hellendoorn lag langs de Marsdijk bij Schuilenburg. Voor veel inwoners en toeristen was dit simpelweg te ver weg.
De Nijverdalse VVV zette zich daarom in voor een zwembad dichter bij het dorp. Die inspanningen leidden tot een uniek idee: een oude rivierarm van de Regge omtoveren tot een zwemgelegenheid. Door de kanalisatie waren er verschillende oude armen ontstaan, en één daarvan bleek perfect voor de aanleg van een zwembad. Zo werd op 21 mei 1934 het Zwembad Duivecate geopend.
Met zijn natuurlijke waterbron en idyllische omgeving groeide het zwembad al snel uit tot een plek waar gezinnen samenkwamen, kinderen hun eerste zwemslagen maakten en jongeren hun zomers doorbrachten. Maar de tijd stond niet stil. De eisen aan zwemwater en faciliteiten werden strenger, en Duivecate voldeed niet langer aan de moderne normen. Dit leidde uiteindelijk tot de bouw van Het Ravijn, dat op 9 mei 1951 werd geopend. Dit nieuwe zwembad bood moderne voorzieningen en werd al snel een belangrijke sport- en recreatieplek voor de regio.
Hoewel Duivecate plaats moest maken voor vernieuwing, blijft het een belangrijk stukje Nijverdalse geschiedenis. Een plek waar generaties waardevolle herinneringen hebben gemaakt, waar warme zomerdagen werden doorgebracht aan het water en waar menig zwemliefhebber zijn passie voor het zwemmen ontdekte.
Zwembad Het Ravijn is een belangrijk zwemcomplex in Nijverdal, gelegen in de gemeente Hellendoorn.
Laten we eens dieper ingaan op de geschiedenis en ontwikkeling van dit zwembad.
Prachtige Locatie: Het nieuwe zwembad was strategisch gelegen aan de rand van het dorp, omgeven door natuur. Vanaf de hellingen van Het Ravijn, zowel aan de noord- als zuidkant, had men een schitterend uitzicht op het zwembad.
Renovatie en Nieuwbouw: Aan het begin van de21ste eeuw was het oude zwembad dringend aan renovatie toe. Tegelijkertijd verkeerde de nabijgelegen sporthal Noetsele in zo’n slechte staat dat opknappen geen optie meer was. Daarom werd besloten om een nieuw sportcomplex te bouwen met een zwembad en sporthal. Opvallend was de toevoeging van een “zorgvloer”, bedoeld voor therapeutische fitness en revalidatie. Het nieuwe wedstrijdbad voldoet aan internationale accommodatie-eisen en is aangewezen als regionaal centrum voor talentontwikkeling door de landelijke zwemsportbond KNZB.



Het was 22 maart 1945, een dag die een diep litteken zou achterlaten op het vredige dorp Nijverdal in de Nederlandse gemeente Hellendoorn, gelegen in Overijssel. Terwijl de Tweede Wereldoorlog zijn einde naderde, verscheen de lucht boven het dorp plotseling gevuld met het gebrul van Amerikaanse geallieerde bommenwerpers. Hun missie: het treffen van de strategisch belangrijke spoorweg in de omgeving en het afwerpen van overtollige bommen.

Helaas was deze luchtaanval niet zonder gevolgen. Wat bedoeld was als een militaire operatie, mondde uit in een tragedie van ongekende omvang voor het dorp. De bommen troffen niet alleen het beoogde doel, maar richtten ook grote verwoestingen aan in de bebouwde kom van Nijverdal. In een oogwenk verloor het dorp 73 van zijn inwoners, een verlies dat generaties later nog steeds wordt gevoeld.
Decennia na de tragische gebeurtenis besloot de gemeenschap dat de herinnering aan deze slachtoffers blijvend moest worden geëerd. In 1990 werd een gedenksteen onthuld op het Dunantplein in het hart van Nijverdal. Het was bedoeld als een plekje van bezinning en respect voor degenen die het leven lieten tijdens het bombardement.
Helaas kende deze gedenksteen een roerige geschiedenis. Door herhaaldelijk vandalisme bleek het moeilijk de plek als waardige herdenkingsruimte te behouden. Daarom werd in 1995 besloten de gedenksteen te verplaatsen naar een veiligere locatie, namelijk de binnentuin van het Huis voor Cultuur en Bestuur. Hier kon de steen beter beschermd worden tegen ongepaste acties.
Jaren later, met de verbouwing en modernisering van het Memorymuseum aan de Grotestraat, ontstond een nieuwe kans om het monument nog zichtbaarder en toegankelijker te maken voor het publiek. De steen kreeg een prominente plek aan de voorzijde van het museum, een ruimte die uitermate geschikt bleek voor de jaarlijkse herdenkingen.
Tegenwoordig, op elke 22e maart, verzamelt de gemeenschap van Nijverdal zich bij dit monument. Hier worden verhalen gedeeld, wordt stilte in acht genomen en blijven de namen van de slachtoffers in herinnering voortleven. Het bombardement op Nijverdal mag dan een tragisch hoofdstuk in de geschiedenis zijn, maar de jaarlijkse herdenking onderstreept de veerkracht en verbondenheid van de inwoners. Het is een tijd om te herdenken en te koesteren wat verloren is gegaan, maar ook om de hoop en de lessen voor de toekomst levend te houden.
Huize Salomonson heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de negentiende eeuw. Oorspronkelijk diende het gebouw als badhuis voor de werknemers van de textielfabriek Nijverdal ten Cate. In die tijd was het een belangrijke voorziening voor de arbeiders, die hier na een lange werkdag konden ontspannen en zich opfrissen.
In de loop der jaren veranderde de functie van Huize Salomonson. Het gebouw werd een thuisbasis voor het Groene Kruis, een organisatie die zich inzette voor de gezondheidszorg. Daarnaast werd er een consultatiebureau gevestigd, waar ouders met hun kinderen terecht konden voor medische controles en advies. Ook werden er sportkeuringen uitgevoerd, wat aangeeft dat het gebouw een centrale rol speelde in de bevordering van de gezondheid van de lokale bevolking.
Toen Huize Salomonson uiteindelijk werd verkocht, besloot de stichting die het gebouw beheerde om de opbrengst aan de gemeente Hellendoorn te schenken. Dit genereuze gebaar kwam met een belangrijke voorwaarde: het geld moest worden gebruikt om de volksgezondheid in Nijverdal en de omliggende gebieden te bevorderen. Hierdoor blijft de erfenis van Huize Salomonson voortleven, niet alleen als een historisch gebouw, maar ook als een symbool van zorg en welzijn voor de gemeenschap.

Hotel Restaurant Dalzicht was een geliefd etablissement in Nijverdal, gelegen aan de Grotestraat 285. Het hotel stond bekend om zijn charmante, nostalgische sfeer en de prachtige ligging aan de rand van het nationaal park De Sallandse Heuvelrug.

Het hotel bood een ideale uitvalsbasis voor wandel- en fietstochten door de omliggende natuur. Gasten konden genieten van de rust en schoonheid van de bossen en heidevelden, en het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer lag direct tegenover het hotel.
Hoewel het hotel zelf wat verouderd was, met een inrichting die deed denken aan vervlogen tijden, werd het restaurant vaak geprezen om de kwaliteit van het eten. Het hotel had twee restaurants, 't Stut en Koningsbelt, waar gasten konden genieten van heerlijke maaltijden in een sfeervolle ambiance.
Hotel Dalzicht was ook een populaire plek voor lokale evenementen en bijeenkomsten. Het had een ruime parkeerplaats en bood faciliteiten voor zowel zakelijke als sociale gelegenheden.
Hotel Restaurant Dalzicht heeft een rijke geschiedenis in Nijverdal. Het hotel was jarenlang een geliefde plek voor zowel lokale bewoners als toeristen. Het stond bekend om zijn charmante, nostalgische sfeer en de prachtige ligging aan de rand van het nationaal park De Sallandse Heuvelrug.
In de loop der jaren heeft Dalzicht verschillende eigenaren en functies gehad. Het was niet alleen een hotel en restaurant, maar ook een populaire locatie voor bruiloften, feesten en andere evenementen. Veel mensen herinneren zich het hotel als een plek waar talloze artiesten optraden en waar zelfs prominente gasten, zoals Mark Rutte, te gast waren.
In 2015 besloot de toenmalige eigenaresse om het hotel te verhuren aan een Chinese ondernemer. Deze ondernemer had plannen om het hotel grondig te verbouwen en er een wokrestaurant ‘‘De Sallandse Berg’’ van te maken.
Naatje
Naatje is een textielmonument. In 1910 werd het door de Nijverdalse bevolking aan Godfried Salomonson, een textielbaron die de KSW leidde (KoninklijkeStoomweverij). Hij leidde de textielfabriek en was een van de grootstewerkgevers in de omgeving. Aan de gulle werkgever, die zich ook bekommerdeom de toestand van de gezinnen van zijn werknemers, is in 1910 het monument Naatje geschonken door de Nijverdalse bevolking.
In 1957 zijn Ten Cate en KSW gefuseerd en kreeg toen de naam Koninklijke Nijverdal – Ten Cate nv. Nu nog is Ten Cate een van de grootste bedrijven in Nijverdal welke zich nog steeds op de textielmarkt weet neer te zetten. De eerste standplaats van Naatje was in het toentijdige park aan de Grotestraat. Na meerdere verhuizingen en restauraties is het monument sinds 1997 op de huidige plek gehuisvest, vlak bij het historische pand van KSW.

Duivecate





Duivecate is een historische locatie gelegen landgoed tussen Nijverdal en Hellendoorn. De oorsprong van deze plek gaat terug tot 1339, toen het werd genoemd in een oorkonde uit het archief van Rechteren bij de verkoop van het huis Ter Molen (later bekend als Schuilenburg) aan de heer van Almelo. Het landgoed Duivecate bevindt zich halverwege tussen de twee steden en was ooit de thuisbasis van een landhuis dat toebehoorde aan de familie Van Duren en Hagendoorn, die in Deventer woonden.
De omgeving van Duivecate wordt beschouwd als een van de mooiste plekken binnen de gemeente Hellendoorn. Temidden van de bossen leidt een pad naar het oude huis, dat ooit afbrandde en later werd vervangen door een ander gebouw. Bezoekers worden betoverd door de weelderige omgeving, met oude lanen die dichtbij het voormalige huis liggen.
Het is een waar genot om hier te wandelen, omringd door het groen en langs de oevers van de Regge. Vooral in de herfst, wanneer de zonnestralen door het beukenloof schijnen en de hoge bomen hun takken breed laten hangen, biedt Duivecate prachtige bosgezichten. De kronkelende paden die omhoog en omlaag slingeren, maken deze vredige omgeving tot een geliefd wandelparadijs en een van de mooiste plekjes in Hellendoorn.
Bij Duivecate glinstert het “Gagelmans Vennegien” voor je, terwijl rode pannendaken tussen de bomen door piepen. Het panorama van de huizenblokken van Nijverdal en de geur van het bos vormen een passende omlijsting. Maar waarom zou ik nog langer vertellen over iets dat je waarschijnlijk al goed kent: de betoverende omgeving van Duivecate?
Veel steden en dorpen zouden jaloers zijn op het rijke bosbezit van Duivecate, dat zich uitstrekt over de Sallandse Heuvelrug, langs de Hellendoornse Berg en de Eelerberg, tot aan de oude Twentseweg en de grenzen met Luttenberg.
Duivecate was geen adellijk landgoed omringd door grachten of een versterkte burcht met torens. Het was eerder een prachtig landelijk buitenhuis, ooit ontstaan uit het eeuwenoude “duvelscotte”, zoals het al in 1339 werd genoemd in de bekende oorkonde uit het archief van Rechteren. Hoewel Duivecate nooit een havezate was, heeft het een rijke geschiedenis. In de jaren 1357-1365 zien we Goswinus de Duven als leenman van Johan van der Eze, heer van Almelo en Ter Molen.
De naam Duvecate wordt vermoedelijk geassocieerd met een van de eerste bewoners. Vaak droegen bewoners in vroeger tijden dezelfde naam als het huis of boerenerf waarop ze woonden. Sinds 1618 wordt er regelmatig gesproken over Duivecate. In 1634 kwam het erf in handen van het beroemde burgemeestersgeslacht Van Duren uit Deventer. Meerdere leden van deze familie zijn vereeuwigd door de beroemde kunstschilder Gerard ter Bosch.
Men beweert dat Duivecate in 1636 werd gesticht als “buiten” of landhuis, toen veel families uit de steden zich daar vestigden vanwege de heersende pest en besmettelijke ziekten. Vooral in Deventer was de pest in 1636 wijdverspreid. Het is begrijpelijk dat deze prachtige plek in de 18e eeuw al zo geliefd was.
In de 18e eeuw was het gebruikelijk om landgoederen en eigendommen te vernoemen naar hun eigenaren. Zo ook bij Duivecate, dat toen bekend stond als het “Van Durenspijker”. Laten we eens dieper ingaan op de geschiedenis van deze bijzondere plek.
Een dochter van Adriaan van Duren en Geerttruid Engelen, genaamd Margaretha Sophia, trad op 27 september 1706 in het huwelijk met Joost Hagendoorn. In 1744 komt Joost Hagendoorn nog steeds voor als de bewoner van Duivecate.
De laatste eigenaar van Duivecate was Joan Damiaan Van Duren, die op 15 januari 1838 op ruim 89-jarige leeftijd overleed op het landgoed. Eén van zijn dochters trouwde in Hellendoorn met G.L. van Wijck, terwijl de andere dochter stilzwijgend op Duivecate bleef wonen.
Deze laatste dochter was Sophia van Duren, beter bekend als “Doeskotter Fije”. In 1863 werd zij onder mysterieuze omstandigheden vermoord, wat een romantisch verhaal vormt dat eerder al eens is beschreven. Een uitgebreid dossier met onderzoeksmateriaal over deze moord op de laatste roemruchte bewoonster van het oude landhuis bevindt zich in het gemeentearchief van Hellendoorn te Nijverdal.
Vanaf 1863 woonde de bekende Dr. W.A. te Wechel op Duivecate. Na zijn overlijden ging het landgoed over in eigendom van de familie Moquette. Het oorspronkelijke Duivecate was meerdere keren verbouwd en waarschijnlijk werden daarbij oude stenen van de Huizen Rhaan en Schuilenburg hergebruikt. In 1931 brandde het charmante landhuis af en werd het vervangen door een moderner gebouw. Het tuinkoepeltje bestaat echter nog steeds.
Bronnen:
De Toeristenweg tussen Nijverdal en Holten
Aan het einde van de negentiende eeuw begon Nederland langzaam te ontdekken hoe aantrekkelijk het was om eropuit te trekken. In 1885 werd in Valkenburg de allereerste Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opgericht. Dat idee sloeg aan: overal in het land ontstonden VVV’s, en uiteindelijk ook in onze eigen gemeente. Hellendoorn kreeg zijn VVV in 1923, Nijverdal volgde drie jaar later.
De toestroom van bezoekers nam gestaag toe. Voor hen lagen er fiets- en autoroutes klaar, wandelkaarten, ansichtkaarten en allerlei ander informatiemateriaal. Overnachten deed men in eenvoudige kampeergebouwen: houten barakken op de es van Hellendoorn en bij de zandkuil aan de Bonteweg in Nijverdal. In 1934 kwam daar een nieuw onderkomen bij: Jeugdherberg Doevenbree, aan de voet van de Nijverdalse Berg. Het werd een geliefde uitvalsbasis voor groepen jongeren die de omgeving wilden verkennen.
De VVV van Nijverdal speelde bovendien een belangrijke rol in de aanleg van Zwembad Duivecate. Dat zwembad werd aangelegd in een oude Regge-arm op het gelijknamige landgoed, precies tussen Hellendoorn en Nijverdal. Tot die tijd namen inwoners en bezoekers een frisse duik in de Regge bij Schuilenburg.
De komst van de Autoweg
Een mijlpaal volgde op 17 april 1929: de opening van de Autoweg Nijverdal–Holten, beter bekend als de Toeristenweg of Nijverdalse Bergweg. Gemeentearchitect Boontjes uit Hellendoorn was de drijvende kracht achter dit ambitieuze project. De weg moest bezoekers een prachtige route over de heuvelrug bieden.
Maar al snel ontstond er onrust. Vooral aan de Holtense kant verrezen villa’s langs de nieuwe weg, tot ergernis van velen die vonden dat het landschap werd aangetast.
De autoweg zelf was aanvankelijk niet meer dan een zandpad. Op droge dagen reden automobilisten door wolken van stof; bij regen veranderde de route in een modderige, uitgesleten baan. De roep om verharding werd steeds luider. Pas in 1963 kwam het zover: de vrouw van de Commissaris der Koningin, M.A.Th. de van der Schueren-Helmich, opende de vernieuwde, verharde recreatieweg.
Natuur onder druk
Vanaf de jaren zeventig veranderde het karakter van de Toeristenweg opnieuw. Het toerisme groeide explosief. Op zonnige dagen of wanneer de heide in bloei stond, ontstonden soms zelfs files op de route. De natuur kreeg het zwaar te verduren. Het korhoen, ooit een vertrouwde verschijning op de heide, werd een bedreigde soort.
Tegelijkertijd veranderde de manier waarop men naar auto’s in natuurgebieden keek. Nieuwe maatregelen volgden: stoppen langs de weg werd verboden, er kwam een maximumsnelheid en men probeerde vrachtverkeer en woon-werkverkeer te weren. De weg moest weer worden wat hij ooit bedoeld was te zijn: een recreatieve route.
Sommigen wilden zelfs een volledige afsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Vooral ouderen kwamen echter in actie met protesten en handtekeningenlijsten, waardoor een totale afsluiting werd voorkomen.
Een nieuwe tijd: natuur voorop
In de decennia die volgden verschoof het denken over natuurbeheer verder. De Sallandse Heuvelrug werd aangewezen als ecologische verbindingszone, waar natuurbehoud centraal staat en recreatie een bescheiden rol speelt. Het zuidelijke deel kreeg de status van nationaal park.
Ook de Toeristenweg veranderde mee. Tegenwoordig is de route alleen nog overdag toegankelijk, zodat rust en natuurwaarden beter beschermd blijven.





Van dorpskamer tot cultuurhuis: de lange reis van het gemeentehuis Hellendoorn
In de negentiende eeuw waren de gemeentezaken van Hellendoorn nog eenvoudig geregeld. Tot 1857 gebeurde alles letterlijk aan de keukentafel van de burgemeester. Daarna kreeg het bestuur een eigen onderkomen aan de Dorpstraat, in het hart van het oude kerkdorp. Dat gebouw – tegenwoordig bekend als het Noaberhuus– bleef ruim een eeuw lang het bestuurlijke centrum van de gemeente.

Maar Hellendoorn groeide, en Nijverdal groeide nog harder. Al decennialang was het de grootste kern van de gemeente, en in 1969 werd de knoop doorgehakt: het gemeentehuis verhuisde naar Nijverdal. Voor veel Hellendoorners voelde dat als een verlies, een verschuiving van het zwaartepunt die tot op de dag van vandaag gemengde gevoelens oproept.
1969: een nieuw gemeentehuis en een onrustige opening
Op 11 september 1969 werd het nieuwe gemeentehuis officieel geopend door de Commissaris van de Koningin in Overijssel, O.F.A.H. van Nispen tot Pannerden. De bevolking had zich van haar beste kant laten zien: via een succesvolle inzamelingsactie werd een carillon bekostigd, dat sindsdien dagelijks zijn herkenbare klanken over het centrum van Nijverdal laat klinken.
Toch verliep de feestdag allesbehalve rustig. De jaren zestig waren woelige tijden, en ook in Nijverdal lieten jongeren van zich horen. Zij verweten de gemeente gebrek aan visie en daadkracht. Tijdens een grote optocht droegen ze een kist met een pop mee – “Jan Salie’s Hellevaart” stond op de spandoeken. Het protest begon vreedzaam, maar toen de pop in de vijver bij het nieuwe gemeentehuis werd gegooid, sloeg de sfeer om. Op de Grotestraatging een auto in vlammen op en de politie greep hard in. De onrust hield nog lange tijd aan.
Een gemeente in beweging: groei en ruimtegebrek
De gemeente Hellendoorn bleef zich ontwikkelen. Al na twintig jaar bleek het nieuwe raadhuis te klein. In 1989 werd een extra vleugel gebouwd, maar ook die bood slechts tijdelijk soelaas. De behoefte aan een modern, toekomstbestendig gebouw werd steeds duidelijker.
Daarom ontstond het idee voor een multifunctioneel centrum waarin bestuur, cultuur en informatievoorziening samen zouden komen – een soort kulturhus avant la lettre. In 2005 begon de gedeeltelijke sloop van het oude gemeentehuis en de bouw van een compleet nieuw complex met een frisse, eigentijdse uitstraling.

In het nieuwe gebouw kregen onder meer de VVV, een theater en de bibliotheek een plek. Theater en bibliotheek gingen samen verder onder de naam ZINiN, een stichting die inmiddels een stevige culturele rol vervult in de gemeente. Bij de opening in 2007 kreeg het gebouw zijn huidige naam: Huis voor Cultuur en Bestuur. Het ontwerp van architectenbureau Claus & Kaanwerd bekroond met de publieksprijs voor architectuur.
Het kloppend hart van Hellendoorn
Vandaag de dag is het Huis voor Cultuur en Bestuur uitgegroeid tot een levendige ontmoetingsplek voor de hele gemeente. Het ZINiN Theater trekt bezoekers uit de hele regio, de bibliotheek is een drukbezochte leer- en ontmoetingsplek, en de ruime hal vormt regelmatig het decor voor tentoonstellingen, markten, lezingen en kleinschalige evenementen.
Bestuur en cultuur zitten er letterlijk onder één dak, en dat blijkt verrassend goed te werken. Waar ooit een eenvoudige dorpskamer volstond, staat nu een modern centrum dat past bij een gemeente die volop in beweging is.

Het Gagelmansveentje in Nijverdal is een charmant stukje natuur dat bekend staat om zijn veenachtige karakter. Deze waterplas, gelegen in de buurt van voetbalclub V.V. DES, heeft een rijke geschiedenis als schaatsplek. Hoewel het geen officiële ijsbaan meer is, blijft het een geliefde locatie voor schaatsliefhebbers wanneer de temperaturen dalen. Dankzij de veengrond vriest het water hier sneller dicht, wat het tot een van de eerste plekken in de regio maakt waar natuurijs ontstaat.
Het gebied biedt niet alleen een winterse charme, maar is ook een rustgevende plek voor wandelaars en natuurliefhebbers. De omliggende natuur draagt bij aan de serene sfeer, en het is een fijne plek om even aan de drukte van het dagelijks leven te ontsnappen.
Het Gagelmansveentje, ook wel bekend als het Vennegie, is ontstaan door het graven van (mot)turf in een klein veengebied. Dit proces heeft geleid tot de vorming van een plas, die later is uitgebaggerd1. Het gebied maakt deel uit van het landgoed Duivecate, dat vroeger tot de marke Hellendoorn behoorde. Het Gagelmansveentje is een plek waar bijzondere planten zoals Lavendelheide, Veenpluis en Zonnedauw groeien
Bedrijvenpark ’t Lochter Hoe Nijverdal uitgroeide van textieldorp tot industriekern
Tot ver na 1950 draaide het leven in Nijverdal vrijwel volledig om de textiel. De Koninklijke Stoomweverij (KSW) en de Nederlandse Stoom Blekerij (NSB) boden werk aan duizenden inwoners en vormden decennialang de economische ruggengraat van het dorp. Er werd zelfs gefluisterd dat de eigenaren van deze fabrieken actief probeerden te voorkomen dat andere industrieën zich in Nijverdal vestigden, uit angst dat hun eigen personeelstekort zou ontstaan.

Toch kwamen er in de loop der jaren kleinere ondernemingen bij. Zo ontstonden onder meer machinefabriek Bosch, Froonacker en het confectiebedrijf Bendien-Smits. Dat laatste bedrijf kende een bijzondere ontstaansgeschiedenis.
Van Smits & Co naar Bendien-Smits
Het Nijverdalse deel van het bedrijf begon in 1955, toen Smits & Co uit Almelo een vestiging opende onder leiding van bedrijfschef Dannenberg uit Rijssen. In de beginjaren werden er colberts én overhemden gemaakt. Na enkele jaren verhuisde de productie van overhemden naar het confectieatelier van Smits & Co in Enter, waar ook de broeken werden vervaardigd.
In januari 1969 fuseerde de Nijverdalse vestiging met het Almelose confectiebedrijf Bendien. Vanaf dat moment ging het bedrijf verder onder de naam Bendien Smits.
De neergang van de Twentse textiel
Na een korte opleving in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog kreeg de Nederlandse textielindustrie het zwaar. Tussen 1960 en 1980 sloten in heel Twente de ene na de andere fabriek de deuren. De productie verhuisde massaal naar Aziatische landen waar de lonen veel lager lagen.
Ook Nijverdal Ten Cate, dat in 1957 was ontstaan uit een fusie tussen de KSW en Ten Cate uit Almelo, ontkwam niet aan de klap. In de jaren zestig volgden gedwongen ontslagen. De gemeente Hellendoorn besloot daarop dat het tijd was om de economische basis te verbreden. Er moest een eigen industrieterrein komen om nieuwe bedrijven aan te trekken en bestaande ondernemingen ruimte te geven om uit te breiden.
De grenswijziging van 1955 en de geboorte van ’t Lochter
Een belangrijke stap in die ontwikkeling vond al eerder plaats. Op 1 juli 1955 werd de gemeentegrens tussen Hellendoorn en Wierden verlegd. Hierdoor kwamen zo’n tweeduizend Wierdenaren ineens binnen de grenzen van Nijverdal te wonen. Ook een flink stuk grondgebied wisselde van gemeente, waaronder:
Op het nieuwe grondgebied aan de oostkant van de Regge werd later het industrieterrein ’t Lochter aangelegd. De eerste bedrijfshal werd op 2 juli 1966 officieel geopend door de gebroeders Harmeling.
Een van de grootste werkgevers die zich hier vestigden was Van Keulen Interieurbouw. Met ongeveer 550 werknemers en bijna 10 hectare bedrijfsterrein is het bedrijf nog altijd een zwaargewicht binnen de gemeente. De vestiging aan de Lochtersweg werd geopend op 13 februari 1970.
Toch verliep de komst van nieuwe industrieën niet zonder hobbels. Vooral het tekort aan technisch geschoolde arbeidskrachten remde de groei.
De Burgemeester H. Boersingel: een nieuwe levensader
In de beginjaren was ’t Lochter bereikbaar via de Boomcateweg. Maar naarmate het aantal vrachtwagens en personenauto’s toenam, bleek deze route veel te smal en te kwetsbaar voor het zware verkeer.
Daarom werd in 1990 de Burgemeester H. Boersingel aangelegd: een drie kilometer lange ontsluitingsweg langs de zuidoostkant van het industrieterrein. Vanaf dat moment mochten alleen personenauto’s en kleine busjes nog via de Boomcateweg rijden. De nieuwe weg bereikte bovendien precies de gemeentegrens die in 1955 was vastgesteld. Later volgden verdere uitbreidingen van het terrein.
Het Verhaal van Van Keulen Interieurbouw: Een Erfenis van Ambacht en Groei
In het hart van Nijverdal, een pittoresk dorp in Nederland, begon het verhaal van Van Keulen Interieurbouw. Het was 1944, een tijd van oorlog en onzekerheid. Op die noodlottige dag, 22 maart, werd het huis van Lammert van Keulen en zijn vrouw getroffen door een bombardement. Hun thuis, hun veilige haven, werd met de grond gelijkgemaakt. Maar uit de as van verwoesting ontstond een nieuw begin. Lammert en zijn vrouw besloten na de oorlog te verhuizen naar het Zwarte Weggetje, dat later omgedoopt zou worden tot de Groen van Prinstererstraat. Hier begon een nieuw hoofdstuk in hun leven. Lammert, een timmerman en meubelmaker, bouwde een werkplaats achter hun nieuwe woonhuis. De eigen tuin moest plaatsmaken voor deze nieuwe start, maar Lammert kocht het achterste deel van de tuin van de familie Poorterman en het achterste deel van de tuin van de familie Bosch. Op een oude foto is het deel in de tuin van de familie Poorterman nog zichtbaar. Maar de werkplaats groeide snel, en eind jaren zestig was deze al te klein geworden. Er werd grond gekocht aan de Lochtersweg, waar eerst het linkerdeel van een nieuwe werkplaats werd gebouwd, gevolgd door het rechterdeel in twee fasen. De omgeving van Van Keulen Interieurbouw was levendig. Naast hun werkplaats bevond zich de hal van Praas transportbedrijf, terwijl Gebr. Ter Haar Bakkerijmachines en Autospuiterij Waanders achter hen lagen. Het stuk weiland naast hen werd verkocht aan Caravanbedrijf Veltink. In 1973 verhuisde Van Keulen Interieurbouw naar de uiterste hoek van het industrieterrein, waar ze aan de Van den Bergsweg op nummer 23 een nieuwe hal bouwden. Van Keulen Mobielbouw bleef aan de Lochtersweg en bouwde in 1976 zelfs een tweede hal op nummer 21. Het pand aan de Groen van Prinstererstraat werd verkocht aan Löwik Antiek, dat het later weer doorverkocht aan Ben Middelkamp. De Lochtersweg vond een nieuwe eigenaar in Viplex. Maar Van Keulen Interieurbouw groeide gestaag door. Sinds 1987 breidde het bedrijf jaar na jaar uit. Het verhaal van Van Keulen Interieurbouw is een verhaal van voortdurende groei. Het begon bescheiden in 1944, maar Lammert van Keulen en zijn team werkten hard. Ze begonnen met het maken van stelen voor hamers en bijlen, maar al snel volgde de productie van kinderboxen. Van winkelbetimmering tot interieurbouw, Van Keulen bouwde een reputatie op. In de jaren vijftig werden ze benaderd door Schuitema, eigenaar van de Centra-supermarkten, om kruidenierswinkels te betimmeren. Deze samenwerking leidde tot een lange zakelijke relatie. De opkomst van supermarkten in de jaren zestig zorgde voor een extra groeispurt. Van Keulen bleef verbreden en verdiepen. Naast winkelinterieurs bouwden ze stacaravans en oerdegelijke vogelkooien. In 1980 volgde de eerste overname, en Van Keulen Interieurbouw bleef groeien. Metaalconstructie, metaalplaatbewerking en poeder coaten werden toegevoegd aan hun faciliteiten. En zo gaat het verhaal van Van Keulen Interieurbouw verder, gedreven door vakmanschap, ambitie en een onstuitbare drang naar groei. Een erfenis die begon in een verwoest huis, maar uitgroeide tot een bloeiend bedrijf dat de tand des tijds heeft doorstaan.


.jpg?etag=W%2F%226ebecc-1903b320420%22&sourceContentType=image%2Fjpeg&ignoreAspectRatio&resize=398%2B239&extract=0%2B0%2B375%2B239&quality=85)

De jeugdherberg in Nijverdal heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de tijd waarin jeugdherbergen een belangrijke rol speelden in het bieden van betaalbare accommodatie voor jonge reizigers. Van 1953 tot 1981 werd de herberg beheerd door het echtpaar van Breemen dat bekend stond om hun gastvrijheid en betrokkenheid bij de gemeenschap.
In die tijd waren jeugdherbergen niet alleen plekken om te overnachten, maar ook om normen en waarden mee te geven aan jongeren. Er werd gedanst, gezongen en gesproken over maatschappelijke onderwerpen. Jongeren werden gevormd door de ervaringen die ze opdeden in de herberg.
De jeugdherberg in Nijverdal was gelegen in een prachtige omgeving, dicht bij de Sallandse Heuvelrug, wat het een ideale plek maakte voor natuurliefhebbers. Hoewel de herberg zelf niet meer bestaat, blijft de herinnering eraan een stukje nostalgie voor velen
De muziekkoepel in het Henri Dunantpark in Nijverdal was ooit een geliefd middelpunt van het dorp. Gebouwd in de jaren 50, werd deze koepel een plek waar mensen samenkwamen om te genieten van muziek en optredens, vooral tijdens de warme zomeravonden. Het park zelf fungeerde als een groene oase, een plek waar de gemeenschap tot rust kon komen en waar cultuur en natuur hand in hand gingen.

De koepel bood een podium aan lokale artiesten en orkesten, zoals het Harmonie-orkest van de K.S.W., en bracht een levendige sfeer naar het dorp. Het was een tijd waarin de stem van kapper Bosch, met zijn vertolking van "Buona Sera" van Louis Prima, nog door de lucht galmde en herinneringen creëerde die velen koesteren.
Helaas werd de muziekkoepel, net als veel andere historische plekken, uiteindelijk het slachtoffer van de vooruitgang. Rond 1980 werd de koepel afgebroken om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Voor veel inwoners blijft het verdwijnen van deze iconische plek een gemis, een herinnering aan een tijd waarin eenvoud en gemeenschap centraal stonden.
Het verhaal van de muziekkoepel is een stukje nostalgie dat de ziel van Nijverdal weerspiegelt. Het herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om onze geschiedenis te koesteren en te bewaren.

Dokter Frederic Jules Pierre Moquette was een geliefde huisarts in Nijverdal, wiens naam nog steeds voortleeft in de gemeenschap. Hij woonde jarenlang in een prachtig landhuis aan de Duivecatelaan, omringd door een bosgebied dat nu bekend staat als het Doktersbos. Zijn oprijlaan, omzoomd door hoge eiken en rododendrons, werd in de volksmond het "Laantje van Moquette" genoemd. Dit pad heeft inmiddels een officiële naam gekregen: de Dokter Moquettelaan.
Dokter Moquette was niet alleen een toegewijde arts, maar ook een persoon die diepe indruk maakte op zijn patiënten en vrienden. Na zijn overlijden in 1931 werd er al snel een monument voor hem opgericht, als blijk van dankbaarheid en respect. Dit monument staat op de hoek van de Van Limburg Stirumstraat en Oranjestraat, en herinnert aan zijn bijdrage aan de gemeenschap.
Zijn nalatenschap wordt gekoesterd door de inwoners van Nijverdal, en zijn naam is verweven met de geschiedenis van het dorp. Het Doktersbos en de Dokter Moquettelaan blijven plekken waar mensen samenkomen, wandelen en genieten van de natuur, terwijl ze herinnerd worden aan de warme en zorgzame dokter die ooit daar woonde.
.jpg?etag=W%2F%22320f0-19812ca3ec8%22&sourceContentType=image%2Fjpeg&ignoreAspectRatio&resize=300%2B129&extract=25%2B8%2B244%2B120&quality=85)
KvK 69052506
BTW NL001270672B34
Whatsapp 06 1722 7140
Email info@nijverdalobjectief.nl
Website www.nijverdalobjectief.nl