Natuur in de

Gemeente Hellendoorn

Het Wierdense Ven – waar de stilte het landschap draagt

Tussen Wierden en Nijverdal, net boven de N35, ligt een landschap dat zich niet opdringt maar zich langzaam aan je openbaart. Het Wierdense Ven – officieel het Wierdense Veld – is zo’n plek waar je niet alleen kijkt, maar luistert. Een open vlakte van heide, veenmos en stille plassen, waar de horizon breed ligt en de tijd zich lijkt te rekken. Het is een gebied dat je niet in één bezoek leert kennen, maar dat zich stukje bij beetje prijsgeeft, zoals een oude Twentse buurman die pas na een paar ontmoetingen begint te vertellen.

Wie het Ven nadert, merkt hoe de drukte van de N35 wegvalt. De lucht lijkt hoger, de wind krijgt vrij spel en het landschap opent zich als een bladzijde uit een vergeten verhaal. Het gebied, ruim 420 hectare groot en beheerd door Landschap Overijssel, is een van de laatste plekken in Nederland waar het hoogveen nog leeft. Dat maakt het Ven niet alleen bijzonder, maar ook kwetsbaar. Hier wandel je niet zomaar; hier beweeg je met aandacht, alsof je te gast bent in een huis dat al eeuwen staat.

Het hoogveen zelf is een verhaal van geduld. Veenmos dat water vasthoudt, laagje voor laagje, jaar na jaar. Een proces dat eeuwen duurt en dat in Nederland bijna overal verdwenen is. In het Wierdense Ven wordt dat proces gekoesterd. Slootjes zijn gedempt, waterpeilen verhoogd en folieschermen geplaatst om het water vast te houden. Het resultaat zie je niet in weken, maar in seizoenen. De veenmossen keren terug, de bodem wordt weer sponsachtig, het landschap ademt opnieuw. Het Ven herstelt zich niet snel, maar wel gestaag – zoals alles wat de moeite waard is.

En dat herstel trekt leven aan. Kraanvogels strijken neer om te rusten, watersnippen scheren laag over de natte heide, adders en gladde slangen warmen zich op in de zon. In het voorjaar kleurt de heikikker blauw, een klein wonder dat je alleen ziet als je er oog voor hebt. De hoogveenglanslibel – een soort die alleen voorkomt in intact hoogveen – flitst als een groene streep langs de waterkanten. Tussen de planten vind je lavendelhei, veenpluis en de ronde zonnedauw, dat kleine vleesetende plantje dat insecten vangt met glinsterende druppels. Het zijn soorten die het verhaal van het Ven vertellen: een landschap dat alleen kan bestaan als het nat, stil en onaangetast blijft.

Aan de rand van het gebied staat de schaapskooi, thuisbasis van zo’n driehonderd Veluwse heideschapen. Zij zijn de stille beheerders van het Ven. Door te grazen houden ze de heide open en voorkomen ze dat het gebied dichtgroeit. In de vroege ochtend, wanneer de mist nog laag hangt, vormt de kudde een beeld dat je niet snel vergeet. Het is een tafereel dat bijna vanzelf tot stilstand dwingt: de schapen als witte stippen in een zachtgrijze wereld, de herder die als een silhouet opgaat in het landschap.

Omdat het Wierdense Ven een streng beschermd Natura 2000-gebied is, zijn grote delen niet toegankelijk. Maar dat is precies wat het Ven zijn karakter geeft. Je kunt wandelen langs de zandwegen, vogels kijken bij het observatiepunt aan de Hortmeerweg of het gebied overzien vanaf de uitkijktoren bij de schaapskooi. Het Ven laat zich zien, maar nooit helemaal prijs. Het houdt altijd iets achter, alsof het wil zeggen: kom nog eens terug, dan vertel ik je meer.

Wie verder kijkt, ziet ook de geschiedenis. De oude veenputten herinneren aan de tijd van de turfwinning in de 19e en vroege 20e eeuw. Later werd het gebied ontwaterd voor landbouw, waardoor het hoogveen bijna verdween. Pas vanaf de jaren ’80 kwam het besef dat dit landschap uniek was. Sindsdien wordt er alles aan gedaan om het te behouden en te herstellen. Het Ven is daarmee niet alleen natuur, maar ook een herinnering aan hoe Twente eruitzag voordat de landbouw het land herschikte.

Vandaag is het Wierdense Ven een stille reus tussen Wierden en Nijverdal. Een gebied dat verandert met het licht, met het seizoen, met de wind. Een plek waar je als inwoner van onze gemeente trots op mag zijn: een stukje Twente dat laat zien hoe Nederland ooit was – en hoe het, met zorg en geduld, weer kan worden. Het Ven is geen decor, maar een verhaal. En wie er de tijd voor neemt, merkt dat het verhaal steeds rijker wordt.

De Sallandse Heuvelrug is puur ruimte: golvende heide, stille bossen en een horizon die altijd verder reikt. Een plek waar rust vanzelf ontstaat.

De Koningsbelt: een hoogte die verhalen vasthoudt

De Koningsbelt is zo’n hoogte die niet alleen boven het landschap uittorent, maar ook boven de tijd. Wie de heuvel oploopt, merkt hoe de wind er anders klinkt, hoe de horizon zich langzaam opent en hoe de stilte een eigen soort diepte krijgt. De glooiingen verraden de oude kracht van de ijstijd, de heide ruikt naar eeuwen van schuren en verwaaien, en de zandige plekken lijken nog altijd te fluisteren over wat hier allemaal voorbij is gegaan. Het is een plek die niet schreeuwt, maar vertelt — zacht, geduldig, alsof ze weet dat haar verhalen toch wel worden gehoord door wie de moeite neemt om te luisteren.

Rond 1910 verscheen er een kleine betonnen koepel op de top, gebouwd in opdracht van Van Wulfften Palthe. Half ingegraven, alsof hij zich wilde verbergen voor de heide, lag hij daar als een bescheiden rustpunt voor wandelingen. De familie noemde het de ‘wijnkelder’, een naam die meteen een beeld oproept: een fles die wordt ontkurkt, een paar stemmen die wegvallen in de wind, een koetsje dat langzaam de helling op klimt. Je ziet ze zo voor je — de Palthefamilie die midden in de uitgestrekte heide een moment van rust zoekt, een klein geheim buitenhuisje dat alleen voor ingewijden bestond. De koepel gaf de hoogte een menselijke toon, een zachte echo van dagen die voorbij zijn maar nooit helemaal verdwenen.

Diezelfde koepel kreeg tijdens de Tweede Wereldoorlog een onverwachte rol. Duitse militairen namen hem in gebruik als luisterpost, plaatsten er ''gecamoufleerde'' barakken en maakten van de stille hoogte een schakel in een netwerk dat niemand mocht kennen. De heide, normaal zo open en eerlijk, droeg ineens een geheim met zich mee. Voor de omgeving bleef het jarenlang onduidelijk wat zich daar precies afspeelde; zelfs de familie Palthe wist niet wat er op hun eigen heuvel gebeurde. Tegen het einde van de oorlog werd de koepel beschoten door geallieerde troepen die dachten dat het een verdedigingswerk was. De schade was groot. Vandaag liggen er nog slechts brokstukken, als stille resten van een tijd waarin de Koningsbelt even ophield zichzelf te zijn.

In de Koude Oorlog kreeg de heuvel opnieuw een taak. Van 1953 tot 1964 stond er een luchtwachtpost, bemand door vrijwilligers uit Haarle, Nijverdal en de buurtschappen. Gewone mannen, die in hotel De Haarlerberg leerden vliegtuigsilhouetten herkennen en vervolgens hoog boven het landschap stonden met verrekijkers en herkenningskaarten in de hand. Het moet een merkwaardig beeld zijn geweest: de uitgestrekte heide, de wind die langs de jeneverbesstruiken streek, en daar middenin een kleine groep mannen die de horizon afspeurde op laagvliegende toestellen. Soms stonden ze daar uren, in weer en wind, pratend over het dorp, het werk, de kinderen — en ondertussen alert op elke beweging in de lucht. Toen radar zijn intrede deed, verdween de post uit het landschap, alsof de Koningsbelt opgelucht terugkeerde naar haar oude rol van stille hoogte.

Vandaag is de Koningsbelt vooral een plek om adem te halen. In augustus kleurt de heide paars en lijkt de hele hoogte even te gloeien. Jeneverbessen staan als oude wachters op de hellingen, en soorten als nachtzwaluw, zandhagedis en vossebes vinden er hun leefgebied. In de winter ligt er soms een dunne sneeuwlaag die de hoogte een bijna tijdloze rust geeft, alsof het landschap even terugkeert naar de eenvoud van vroeger. Wie vanaf het Buitencentrum Sallandse Heuvelrug omhoog wandelt, volgt een route langs de Schaapskooi Twilhaar en wordt beloond met een panorama dat de hele Sallandse Heuvelrug in één blik samenvat — een uitzicht dat je even boven de wereld plaatst.

Zo blijft de Koningsbelt een hoogte waar natuur en geschiedenis elkaar raken, een plek die verhalen vasthoudt van ijstijd tot oorlogsjaren, van stille wandelingen tot militaire waakzaamheid. Iedere bezoeker neemt er iets anders mee: stilte, verwondering, of simpelweg het besef dat sommige plekken meer dragen dan je op het eerste gezicht ziet. En wie er vaker komt, merkt dat de Koningsbelt niet alleen een hoogte is, maar een soort geheugen — van het landschap, van de mensen die er liepen, en van de tijd die er nooit helemaal verdwijnt.

De natuur is de groene hartslag van de gemeente Hellendoorn

De Stilte van De Kollen – een landschap dat je vanaf de rand omarmt

In de buurt van de Eversberg naast de nieuw aangelegde N35 en de F35 staat het houten hek van De Kollen. Het is geen toegangspoort, geen uitnodiging om door te lopen, maar een stille grens die aangeeft dat hier een gebied begint waar de natuur haar eigen regels volgt. Je blijft aan de buitenzijde, maar toch verandert er iets zodra je ervoor staat. Alsof het landschap achter het hek een stap terug doet, zodat jij beter kunt kijken.

Het bord van Landschap Overijssel staat er bescheiden bij. Niet om wandelaars binnen te leiden, maar om te vertellen wat hier schuilgaat: een mozaïek van open veld, jonge bospercelen, houtwallen en stille hoeken waar vogels, reeën en kleine zoogdieren hun domein hebben. Het pad dat langs het hek loopt, slingert door een strook waar je het gebied kunt beleven zonder het te betreden. Je hoort het ruisen van bladeren, ziet het licht door de kruinen vallen, voelt hoe de wind over het veld strijkt.

De Kollen is een gebied dat zich niet laat betreden, maar zich wel laat lezen. Wie langs de rand wandelt, ontdekt hoe het landschap zich laag voor laag toont. Eerst de open stukken waar het gras beweegt als een ademhaling. Dan de ruigere zones waar struiken en jonge bomen elkaar afwisselen. En verderop de stille plekken waar het licht gefilterd door de kruinen valt — alsof je door een natuurlijke kathedraal kijkt in plaats van loopt.

In het hart van het gebied staat de verweerde eik die buurtbewoners de wachter van De Kollen noemen. Je ziet hem vanaf de rand, krom gegroeid door de jaren maar onverzettelijk. Hij staat daar als een stille herinnering aan hoe lang dit landschap al bestaat, hoe het zich aanpast, hoe het blijft. Hij kijkt uit over het veld, over de wind, over de seizoenen — en jij kijkt met hem mee, op afstand maar niet minder verbonden.

Verderop opent het terrein zich. Een veld waar de wind vrij spel heeft, waar in de zomer de grassen dansen en in de herfst een warme, goudbruine gloed over alles ligt. Vanaf het pad langs de rand zie je hoe het licht verandert, hoe vogels cirkelen, hoe soms een ree voorzichtig uit de dekking stapt en weer verdwijnt. Het is een landschap dat je niet hoeft te betreden om het te voelen.

De Kollen is een groene overgangszone waar natuur en dorp elkaar raken zonder elkaar te verstoren. Een plek die laat zien hoe waardevol het is om een stukje landschap te hebben dat niet groot, niet spectaculair, maar wél echt is. Het houdt onze leefomgeving groen, stil en in balans. Een hek, een veld, een bos, een briesje — meer is het niet. En toch is het alles.

Zoogdieren in het struikgewas

In de schemering kun je zomaar een ree zien wegschieten tussen de bomen, sierlijk en schuw. De vos sluipt door het landschap als een schaduw met een missie, terwijl de das zich pas laat zien als de zon allang onder is. Steenmarters, wezels, bunzings en hermelijnen zijn de acrobaten van het bos, zelden gezien maar altijd aanwezig.

Vogels met karakter

Meer dan 75 vogelsoorten broeden hier, van de bescheiden roodborsttapuit tot de imposante raaf. Roofvogels zoals de havik en wespendief cirkelen boven de boomtoppen, op zoek naar prooi. Maar het meest iconische is het korhoen— een zeldzame en trotse bewoner van de heide, die hier zijn laatste Nederlandse toevlucht heeft gevonden. Om deze iconische vogel een kans te geven, worden sinds 2012 korhoenders uit Zweden gehaald en bijgeplaatst in het gebied.

Waarom uit Zweden? De Zweedse populatie is genetisch gezond en leeft in vergelijkbare omstandigheden. Door vogels van daar te importeren, hoopt men inteelt te voorkomen en de populatie hier te versterken.

Wat is het probleem? Ondanks de bij plaatsingen — inmiddels al 195 vogels— blijft de populatie op de Heuvelrug schommelen rond de twintig exemplaren. De leefomgeving is verzuurd door stikstof, er zijn te weinig insecten voor de kuikens, en het risico op uitsterven door bijvoorbeeld natuurbrand is groot.

Wat wordt eraan gedaan? De provincie Overijssel investeert fors in herstelmaatregelen, zoals het verbeteren van de bodem en het leefgebied. Maar het blijft spannend: als de omstandigheden niet snel verbeteren, is het voortbestaan van het korhoen in Nederland onzeker. Het korhoen is dus niet zomaar een vogel — het is een graadmeter voor de gezondheid van het hele ecosysteem. 

Verborgen levens In holle bomen en oude stammen hangen vleermuizen ondersteboven te dutten, wachtend op de nacht. Reptielen en amfibieën zoals hagedissen, kikkers en padden leven een verborgen bestaan, pas zichtbaar als je écht de tijd neemt om te kijken.

Een orkest van geluiden en stilte

De nachtzwaluw is een meester in camouflage, nauwelijks te onderscheiden van een hoopje bladeren. Maar zodra de avond valt, laat hij zijn ratelende zang horen — een geluid dat je niet snel vergeet.

De Sallandse Heuvelrug is dus geen gewone wandeling door het bos. Het is een ontmoeting met een wereld die leeft, ademt en zich alleen laat zien aan wie bereid is om te kijken.

Foto; Gijs Tjeerdsma

Foto; Gijs Tjeerdsma

De Regge: Kronkelende levenslijn van Twente en Salland

Wie zich langs of op de Regge begeeft, te voet, op de fiets of in een fluisterboot — betreedt een landschap dat niet alleen ademt, maar ook vertelt. Deze bescheiden rivier, ontspringend bij het landgoed Westerflier nabij Diepenheim, slingert zich als een zilveren draad door Twente en Salland. Ze stroomt langs dorpen als Enter, Rijssen, Nijverdal, Hellendoorn en Ommen, en mondt uiteindelijk uit in de Overijsselse Vecht. Maar haar water draagt meer dan stroming: het draagt herinnering.

Van houten potten tot zompen: een handelsroute in beweging

In de middeleeuwen was de Regge geen stille stroom, maar een levendige ader van handel. Al in de 14e eeuw gleden houten vaartuigen — “potten” genoemd — over haar wateren. Deze eenvoudige scheepjes vormden de voorloper van de zompen: platte boten, speciaal ontworpen voor de ondiepe rivier en gebouwd in Enter, een dorp dat zijn reputatie als scheepsbouwcentrum aan de Regge te danken heeft. Tot ver in de 20e eeuw, tot 1925 om precies te zijn, was de rivier best wel een drukbevaren route. Goederen als hout, turf en textiel vonden via de Regge hun weg naar Hellendoorn en verder. De bedrijvigheid langs het water was zelfs zo groot dat mede daardoor het dorp Nijverdal ontstond als gevolg van deze economische dynamiek.

Deventer grijpt in: een stad beschermt haar belangen

Rond het jaar 1400 veranderde het lot van de Regge drastisch. De stad Deventer, een machtige speler binnen de Hanze, besloot een nieuwe vaarverbinding met Duitsland aan te leggen: de Schipbeek. Door deze kunstmatige waterweg werd het water van de Regge afgeleid, waardoor de rivier haar bovenloop verloor. Wat resteerde was een smalle stroom, die in droge zomers met dammetjes moest worden opgehoogd en in natte winters buiten haar oevers trad.

Deventer had hier duidelijke motieven voor:

Economische bescherming: De stad verdiende grof geld aan tolheffing en handel via de IJssel. Een alternatieve route via de Regge zou deze inkomsten bedreigen.

Fysieke blokkades: Tolposten en obstakels werden strategisch geplaatst om scheepvaart op de Regge te ontmoedigen.

Politieke druk: Via haar invloed binnen de Hanze oefende Deventer druk uit op omliggende dorpen om geen infrastructuur aan te leggen die de Regge als handelsroute zou versterken.

Waterbeheer als wapen: Door sluizen en dammen te manipuleren, kon Deventer de bevaarbaarheid van de Regge subtiel maar effectief beperken.

Regionale gevolgen: een rivier in de schaduw

De ingreep van Deventer had verstrekkende gevolgen. Steden als Almelo en Hellendoorn verloren directe toegang tot internationale handel. De Regge bleef lange tijd een bescheiden vaarroute, geschikt voor kleine platbodems en zomerschuiten. Pas met de komst van spoorlijnen en het Twentekanaal in latere eeuwen werd de greep van Deventer op de regionale scheepvaart doorbroken.

Overstromingen en geologische wonderen

De Regge bracht niet alleen handel, maar ook vruchtbaarheid en soms overlast. Bij Nieuwebrug brak ze door een stuwwal, een zeldzaam geologisch fenomeen. Hierdoor ontstonden de Besthmenerberg en Archemerberg, twee markante heuvels die het landschap blijvend vormgaven. De rivier was hier letterlijk een kracht van transformatie.

Vervuiling en herstel: van riool tot levensbron

In de 20e eeuw kende de Regge haar donkerste dagen. Dorpen en fabrieken loosden ongezuiverd afvalwater rechtstreeks in de rivier. Het water schuimde, kleurde regenboogachtig door verfstoffen, en het leven verdween. Maar in 1965 begon een kentering: zuiveringsinstallaties werden gebouwd, en binnen vijftien jaar keerde de natuur terug. Vissen zwommen weer, ijsvogels flitsten langs de oevers, en het water werd weer helder.

Ecologische renaissance: een rivier herleeft

Vandaag de dag is de Regge een voorbeeld van ecologisch herstel. Oude rivierbeddingen zijn hersteld, zoals bij de Eversberg in Nijverdal. In het natuurgebied Velderberg bij Hancate bloeien wilde bloemen, zingen vogels en slingert het water weer vrij door het landschap. Vistrappen zorgen ervoor dat vissen ongehinderd kunnen migreren, en de rivier fungeert als een groene verbindingszone tussen verschillende ecosystemen.

Beleving en verhalen langs de oevers

De Regge nodigt uit tot ontdekken. Wandel over het Overijssels Havezatenpad of volg de Europese route E11. Stap in een fluisterboot bij Landgoed Schuilenburg in Hellendoornof ga kanovaren bij De Wilgenweard in Nijverdal en laat je meevoeren door het kabbelende water. Sta stil bij de Steile Oever, waar de rivier haar kracht toont in het reliëf van het landschap. Hier fluistert het water nog steeds verhalen, over strijd, verval, herstel en hoop.

de Steile Oever is een plek waar de Regge haar karakter letterlijk in het landschap heeft gegrift. Gelegen bij Ommen, aan de rand van Landgoed Eerde, is dit geen gewone rivierbocht. Hier heeft de Regge zich eeuwenlang een weg gebaand door een stuwwal die stamt uit de voorlaatste ijstijd. Het resultaat? Een steile wand, uitgesleten door waterkracht, die het landschap een dramatische flair geeft.

Natuur in beweging De natuurlijke loop van de Regge zorgt hier voor steile oevers waar oeverzwaluwen hun nesten graven. Otters zijn teruggekeerd, en ijsvogels flitsen langs het water. Dankzij herstelprojecten is zelfs een oude rivierarm opnieuw verbonden met de Regge, zodat bij hoog water het water weer vrij kan stromen, een subtiele knik naar hoe het ooit was.

Verhalen in het landschapDe scheve eiken langs het pad groeien richting het licht, hun wortels diep verankerd in de geschiedenis. Ze lijken haast te fluisteren over de tijd dat Deventer de Regge afsneed, over de vervuiling van de 20e eeuw, en over de ecologische wedergeboorte die volgde. Hier voel je de strijd van de rivier tegen menselijke ingrepen, het verval dat volgde, en het herstel dat nu zichtbaar is in elke bloem, elke vogelroep, elke kabbeling.

Beleving voor de wandelaar Vanaf de parkeerplaats aan de Hammerweg kun je het avontuurlijke pad volgen langs de Steile Oever. Vlonderpaden houden je voeten droog, zelfs bij hoog water. En wie even stil blijft staan bij het uitzichtpunt, hoort misschien het fluisteren van het water, een echo van eeuwen aan verhalen.

De Steile Oever is dus niet zomaar een plek. Het is een levend monument van de kracht van water, de veerkracht van natuur, en de invloed van menselijke keuzes. Een plek waar je niet alleen kijkt, maar ook voelt.

Een rivier met een ziel

De Regge is geen gewone rivier. Ze is een kronkelende getuige van menselijke ambitie, natuurlijke veerkracht en historische wendingen. Ze verbindt dorpen, generaties en landschappen. En wie goed luistert, hoort dat ze nog altijd stroomt met betekenis, als spiegel van het verleden en belofte voor de toekomst.

Foto; Gijs Tjeerdsma

Planten: de stille architecten van het landschap. De heide is hier de koningin — struikhei en dophei kleuren het landschap paars in de nazomer. Tussen hun wortels groeien jeneverbesstruiken, taaie overlevers uit een ver verleden. Op open plekken duiken zeldzame soorten op zoals klokjesgentiaan en stekelbrem, planten die alleen gedijen in schrale, zure grond. Na beheermaatregelen zoals plaggen en gecontroleerd afbranden, komt er ruimte voor jonge heide en pioniers als zandblauwtje en muizenoortje.

Insecten: het verborgen orkest. De Sallandse Heuvelrug is een paradijs voor insecten met een voorkeur voor warmte en zand. Denk aan de blauwvleugelsprinkhaan, die met zijn knalblauwe achtervleugels plotseling opvliegt als een vonk uit het gras. Of de urntjeswesp, een sierlijke bouwer die leem verzamelt om haar nestjes te maken. In speciaal aangelegde steil randen — kale zandwanden — nestelen zeldzame bijen en graafwespen, waaronder de ernstig bedreigde gele tubebij.

Kleine kruipers en kriebelpoten. Mierenleeuwen graven trechtervormige vallen in het zand om nietsvermoedende prooien te vangen. Zandloopkevers razen als miniatuur tanks over het pad, altijd op jacht. En tussen het mos en de bladeren scharrelen duizendpoten, pissebedden en springstaarten — de onzichtbare opruimers van het bos.

Een fragiel evenwicht. Door verzuring en verdroging is het ecosysteem kwetsbaar geworden. Sommige planten verliezen hun aantrekkingskracht voor insecten, waardoor hele voedselketens onder druk staan. Gelukkig worden er maatregelen genomen om de biodiversiteit te herstellen — zoals het verbinden van heidevelden en het terugdringen van stikstof.

De Sallandse Heuvelrug is dus niet alleen een plek van grote vergezichten, maar ook van miniatuurwerelden vol drama, schoonheid en overleving. Zin om samen een denkbeeldige wandeling te maken met een loep in de hand en een hart vol verwondering?

Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug

De Sallandse Heuvelrug is een van de mooiste natuurgebieden in Nederland, gelegen tussen Holten en Nijverdal. Dit stuwwallenlandschap werd gevormd in de ijstijd en biedt een golvend terrein dat uniek is voor Nederland. Het uitgestrekte gebied bestaat uit heidevelden, bossen en zandverstuivingen, wat zorgt voor een gevarieerd ecosysteem.

Qua flora is de Sallandse Heuvelrug vooral bekend om zijn paarse heide, die in de late zomer een spectaculair kleurrijk tapijt vormt. Daarnaast zijn er uitgestrekte dennenbossen en loofbossen waarin eiken, berken en beuken voorkomen. De arme, zandige bodem maakt dat bepaalde plantensoorten, zoals jeneverbesstruiken, hier goed gedijen.

De fauna is minstens zo bijzonder. Het gebied is een van de laatste plekken in Nederland waar de zeldzame en kwetsbare korhoen nog leeft, al is de populatie klein. Verder zijn er reeën, vossen en dassen die zich schuilhouden in de bosrijke delen, en in de lucht kun je roofvogels zoals buizerds en sperwers spotten. Met een beetje geluk kom je zelfs een nachtzwaluw tegen, een geheimzinnige vogel die ’s avonds actief is.

Het gebied leent zich uitstekend voor wandelingen en fietstochten, waarbij je kunt genieten van de weidse uitzichten en ongerepte natuur. In welk seizoen je de Sallandse Heuvelrug ook bezoekt, er valt altijd iets moois te ontdekken!

De Sallandse Heuvelrug herbergt enkele bijzondere plantensoorten die zich hebben aangepast aan de schrale zandgrond en het heidelandschap. Een van de meest kenmerkende soorten is de jeneverbes, die hier nog in kleine struikformaties voorkomt. Daarnaast zijn er zure vennen, waarin specifieke planten groeien die goed gedijen in voedselarme omstandigheden.

Het gebied kent ook verschillende soorten heide, waaronder struikheide en dopheide, die in de zomer en vroege herfst een prachtig paars tapijt vormen. Verder zijn er enkele zeldzame soorten zoals de zilvermaan, een plant die onder druk staat door verdroging en verzuring.

Door de veranderingen in het landschap en de invloed van stikstofuitstoot staan sommige van deze unieke plantensoorten onder druk. Er worden maatregelen genomen om de biodiversiteit te behouden en te versterken.

De Sallandse Heuvelrug is een stuwwal die ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien2. Een enorme ijsmassa schoof over het gebied en duwde de grond opzij, waardoor de heuvels werden gevormd—alsof je je duim in natte klei drukt.

Voorafgaand aan deze ijstijd hadden grote rivieren, zoals de Rijn, dikke lagen zand en grind afgezet. Toen het ijs oprukte, werden deze afzettingen omhooggeduwd tot de heuvelrug die we nu kennen. Na het smelten van het ijs stroomde tussen de heuvels de voorloper van de rivier de Regge, die het landschap verder vormde.

Tijdens de laatste ijstijd (Weichselien) kwamen de gletsjers niet tot Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren. Harde winden zorgden ervoor dat dekzand werd afgezet, vooral aan de flanken van de heuvelrug. In de Middeleeuwen werd het gebied grotendeels ontbost door menselijke activiteit, waardoor de heidevelden ontstonden die nu zo kenmerkend zijn voor de Sallandse Heuvelrug.

Eindelijk bloeien de varens. Een subtiel teken dat de zomer haar hoogtepunt bereikt heeft. Aan de westkant van de toeristenweg, net buiten het gezichtsveld van de meeste wandelaars, ligt een betoverend laantje verscholen tussen glooiende heuvels. Deze heuvels zijn geen gewone verhevenheden; ze zijn het stille bewijs van een geul die zich hier vormde in de ijstijd, als een herinnering aan een tijd waarin gletsjers het landschap tekenden.

Tijdens de zomermaanden verandert dit laantje in een groene ''tunnel'' van rust en mysterie. Aan weerszijden staan majestueuze varens, met hun elegante bladeren die zich uitstrekken als armen in een zachte begroeting. De wind speelt ermee, laat ze zachtjes wiegen, alsof ze hun goedkeuring fluisteren aan iedereen die durft te vertragen en te kijken.

Deze plek ademt een bijna magische sfeer, alsof je even buiten de tijd stapt. Het voelt als een vergeten paradijs, een verborgen parel in Nederland waar de natuur fluistert en het verleden net onder de oppervlakte lijkt te sluimeren.

Wat het nog mysterieuzer maakt: dit is het laantje waar ooit een ingang naar een tunnel werd ontdekt. Een lugubere vondst, diep verscholen onder het bladerdak, die het serene decor een onverwachte twist geeft. Meer daarover lees je in het artikel via deze link.https://nijverdalobjectief.nl/cultuur.../lugubere-vondst

unsplash